SLOW(36h) – Dag 2 – (Concert Recensie)

Concertgebouw, Brugge – 23 februari 2019

In strandstoelen op het podium van de grote zaal

Ook op de tweede dag van SLOW(36h), het festival in het Concertgebouw van Brugge, valt er weer veel te genieten. Muziek van de vierde componist die hier centraal staat: Alvin Lucier, naast meer muziek van Jürg Frey en Morton Feldman. Muziek die vooral gaat over klank, ruimtelijkheid, beleving en die de luisteraar die ervoor open staat, in een andere relatie tot de tijd brengt. De sfeer in deze prachtige concertzaal draagt daar overigens zeker aan bij.

Alvin Lucier is wellicht nog wel het beste te omschrijven als geluidsonderzoeker, meer dan als componist in de traditionele zin. Het blijkt reeds uit ‘Music On A Long Thin Wire’, een installatie waarvan het geluid overduidelijk klinkt op iedere plek in de hal van het gebouw. Hier wordt een 20 meter lange metalen draad aan het trillen gebracht door twee magnetische polen, wat leidt tot een licht pulserende bromtoon, die in de verte soms iets weg heeft van boeddhistisch chanten. Rustgevend en onverwacht rijk aan klankkleur. Van Lucier horen we zondagmorgen bovendien vier stukken voor strijkkwartet, uitgevoerd door Quatuor Bozzini. ‘Group Tapper’ is daarvan het meest afwijkend van wat we bij deze bezetting gewend zijn. De leden tikken namelijk met de achterkanten van hun stokken op de kasten van hun instrument, het is dus eigenlijk een percussiekwartet. In ‘Navagations for Strings’ zet Lucier de strijkers op traditionelere wijze in. Vrijwel unisono spelen de vier dezelfde lange toon waardoor een resonerend klankveld ontstaat, wel wat vergelijkbaar met het effect dat die stalen draad sorteert. Er zit variatie in dit stuk, maar die is wel minimaal. In ‘Unamuno (for 4 equal voices)’ is de mate van variatie een stuk groter, hier horen we – zoals de titel natuurlijk ook reeds aangeeft – de vier afzonderlijke stemmen in een spannende samenhang. Ook in ‘Disappearences’ staat het klankonderzoek weer centraal. Een lange, licht golvende, vrij pregnante klank speelt het kwartet hier en wie goed luistert hoort meer, hoort de noten tussen de noten.

Hugo Ranilla, Sinouhé Gilot, Pablo Paz Lopez en Elliot Harrison tijdens de uitvoering van ‘Metal, Skin, Follage, Air’

Jürg Frey heeft op zaterdag- en zondagmiddag de Heilige Magdalenakerk gekregen om met studenten van het Ghent Advanced Master Ensemble (GAME) een tweetal werken uit te voeren. Of het alleen nu zo’n goed idee was om het concert gratis te maken en iedereen de gelegenheid te geven vrij in en uit te laten lopen, is de vraag. De muziek van Frey kan niet veel verstoring hebben en verstoring is er hier eerder te veel dan te weinig. Allereerst horen we ‘Circle Of Music’, een stuk voor tien musici die voor een groot deel improviseren. Na heel zachte vocale klanken, horen we een houten rasp langs de rand van een snaredrum – het geluid vindt prachtig zijn weg in deze kerk – gevolgd door een enkele streek van de viool. Andere instrumenten volgen in een set waarin op een aftastende, verkennende wijze geluid wordt gemaakt, sfeer gecreëerd. Door de grote mate van vrijheid ontstaan er iedere keer weer bijzondere combinaties van klanken, vaak met een zeer natuurlijke, alledaagse uitstraling. ‘Metal, Skin, Follage, Air’ schreef Frey voor een percussiekwartet. Heel simpel gezegd bestaat het uit een serie repetitieve patronen, vrijwel altijd gespeeld door alle vier de percussionisten op één bepaald slagwerkonderdeel. Zo begint het kwartet met de triangel die wordt bespeeld met korte metalen staafjes. Een hoog, zoemend geluid levert dit op. Na enige minuten horen we de vier op kleine koperen bekkens die eveneens met de staafjes worden bespeeld, de klank hiervan is helderder, waaiert uit door de kerk. En zo gaat het door via de grote bekkens – door de grote snelheid van het patroon ontstaat hier een vorm van noise, via krassen over de gong naar het geluid van stenen die over een metalen plaat worden gewreven. Een geluid dat veel weg heeft van de wind. Verderop horen we de grote orkesttrommel met zijn diepe, donkere klank. Hij wordt zo zacht aangeslagen dat hij bijna niet hoorbaar is. Een bijzonder moment is ook als tegen het einde het schuiven met de stenen, in een ander patroon als eerst, gepaard gaat met diepe keelklanken van één van de percussionisten.

Het geringe aantal noten in ‘Piano Four Hands’

In het slotconcert is het nog één maal de beurt aan Morton Feldman. Daan Vandewalle en Keiko Shichijo spelen een aantal van zijn kortere pianostukken, vrijwel allemaal stammend uit de tweede helft van de jaren ’50. Feldman ontleent in die jaren een belangrijk deel van zijn inspiratie aan de muziek van Anton Webern en dat hoor je terug in de uitgebeende stijl van deze stukken. Het geluid van de aanslag is daarbij net zo belangrijk als het geluid van de galm erna en iedere noot krijgt de kans om maximaal uit te waaieren. Een stuk van Feldman bestaat in die jaren soms meer uit stilte dan uit muziek. ‘Palais de Mari’ uit 1986, één van Feldmans laatste stukken heeft een heel ander karakter, hier horen we veel duidelijker het werken met patronen terug, zoals we dat ook in ‘For Philip Guston’ hoorde. Vandewalle en Shichijo spelen de stukken met veel intensiteit en gevoel. Een prachtige afsluiting van dit verstilde festival.

Bekijk hier eerdere opnames van het Quatuor Bozzini met fragmenten uit ‘Group Tapper’, ‘Unamuno’ en ‘Disappearances’ van Lucier: