In 1968 verzorgde de in 2021 overleden componist Alvin Lucier zijn eerste gastles aan de Wesleyan University, in Middletown, Connecticut. Aansluitend werd hij John Spencer Camp Professor of Music wat hij tot 2011 zou blijven. In het kader van dat docentschap had hij budget om andere componisten uit te nodigen voor een lezing, meestal in combinatie met de uitvoering van één of meerdere muziekstukken. Lezingen van acht van hen verschenen vorig jaar in boekvorm onder de titel ‘Eight Lectures on Experimental Music’ bij de uitgeverij van de universiteit. In volgorde van hun optredens, tussen 1989 en 2000, zijn dat James Tenney, Christian Wolff, Robert Ashley, Maryanne Amacher, La Monte Young, Steve Reich, Meredith Monk en Philip Glass.
Lucier leidt het boek in en geeft aan het begin van iedere lezing aan hoe hij de componist(e) heeft leren kennen en waarom hij precies deze heeft uitgenodigd. Hij is daarmee vanzelfsprekend de verbindende factor en dat al die acht componisten, zoals de titel ook al aangeeft, als ‘experimenteel’ te kenmerken zijn, is gezien het werk van Lucier zelf dan ook niet vreemd. Componisten en dat geldt natuurlijk voor de één wat sterker dan voor de ander, die hun stempel op de ontwikkeling van de hedendaags gecomponeerde muziek hebben gedrukt en dan niet alleen de Amerikaanse. Sterker nog, hun invloed rijkt ook buiten dit genre. La Monte Young creëerde immers de eerste drone muziek, met die legendarische opmerking in de score “to be held a long time” en de invloed van het werk van Reich en Glass op de popmuziek is eveneens onmiskenbaar, iets waar Reich in zijn bijdrage ook op in gaat. De in 1992 overleden John Cage zit niet bij dit rijtje, al had dat strikt genomen wel gekund. Hij is echter de enige componist die in vrijwel iedere lezing wordt genoemd, als baanbrekende vernieuwer, die een grote stempel heeft gedrukt op de ontwikkeling van de Amerikaanse gecomponeerde muziek en dus ook op deze componisten.

Een interessante vraag die bij mij opkwam tijdens het lezen van die acht lezingen is: wat is er nu eigenlijk zo anders aan die Amerikaanse muziek, waarin verschilt die van de ontwikkelingen in Europa en hoe zit het met wederzijdse beïnvloeding? Het boek zegt er niets over, maar volgens mij was de invloed vanuit Europa op Amerika, althans waar het de hedendaags gecomponeerde muziek betrof, groter dan andersom. John Cage studeerde bij de in 1933 naar Amerika gevluchte Arnold Schönberg, die zo indirect de hele avant-garde beïnvloedde, Reich studeerde bij Luciano Berio – net als Louis Andriessen die als mooi voorbeeld geldt voor beïnvloeding de andere kant op – en Glass bij Nadia Boulanger. Maar in tegenstelling tot de meeste Europese componisten keken de Amerikaanse componisten ook naar andere culturen. Zo studeerde Reich ook Afrikaanse muziek en was Young een leerling van de Indiase musicus Pandit Pran Nath. Een belangrijk verschil tussen Europa en Amerika komt aan het licht in de bijdrage van Young, die er op een avond in november 1996 voor koos om geen lezing te houden maar in gesprek te gaan met de studenten. Eén van de vragen gaat over dat verschil tussen Europa en Amerika. Young wijst er terecht op dat Europa sterk bepaald wordt door de traditie, terwijl Amerikanen “still have this sense of creativity such that we have to be able to think about it ourselves and do it ourselves. Additionaly, because what tradition we had was from so many different places, we devoloped a sence that, OK, tradition was important, but you could break tradition. Infact, tradition is there for your own good, but you go to Europe en there is only tradition. It is very difficult to get out of tradition”. Wat Young aan de andere kant weer bijzonder vindt aan Europa is dat er veel meer waardering is voor componisten en musici, die staan daar echt op een voetstuk.
Monk gaat ook mooi in op dit verschil. Van alle componisten die hier aan bod komen, is zij verreweg de meest eclectische. In de zin dat ze zich nooit iets heeft aangetrokken van de grenzen tussen de disciplines en binnen haar projecten alles volledig zelf doet. Ze zegt daarover: “Early on I also realized that – because the world that we’re living is so complex – that to seperate art forms seems to not be really reflective of that world. Western European traditions are the only art that separates these elements. Music is over here, movement is over here, whereas there are so many other forms (as a lot of students know), Asian theater and African forms, where these elements of music, movement, and theater are combined. No one in those societies really thinks that’s such an unusual thing”.
Meerdere componisten gaan ook uitgebreid in op het vak van componist, het vinden van de eigen stijl en de plek binnen de wereld van de muziek. Wolff biedt er een mooi inkijkje in, evenals Ashley en Amacher en dit citaat van Glass vat het voor mij mooi samen waar het allemaal om draait: “I discovered very early on that one of the ways that Music can – and this is a problem for any composer, any writer, any painter – one of the problems that we have in our work is to create an environment for ourselves in which we are constantly growing and changing. It’s the most difficult thing to do. When we’re young, we think that the big problem is to find our voice. That is a fairly simple problem. The first problem is to find the voice; the second problem is to get rid of it. And that takes the rest of your life. You never really do it. I ve been trying to get rid of my particular way of working since i began, and i never succeeded”.
