Anthony Braxton – 50+ Years of Creative Music / 2 comp (2023) (Boek / CD Recensie)

Op 4 juni aanstaande wordt Anthony Braxton 81. We kennen hem als vermaard rietblazer, één van de weinigen die zo ongeveer alle varianten van deze instrumentengroep beheerst, maar ook als componist. De termen ‘jazz’ en ‘klassiek’ zeggen hem daarbij weinig, liever spreekt hij over ‘creative music’. Een en ander laat onverlet dat hij toch vaak eerder gezien wordt als jazzmusicus, wellicht ook wel omdat hij vaak zelf de zijn door hem gecomponeerde muziek uitvoert en ook de overige uitvoerenden vaak uit die wereld afkomstig zijn, dan als componist. Dat juist zijn werk centraal stond tijdens de beroemde Ferienkurse in Darmstadt in 2023, het Mekka van de hedendaagse gecomponeerde muziek, vormde dan ook niet meer dan een terecht eerbetoon. Naar aanleiding van dit evenement verscheen vorig jaar bij Schott ‘Anthony Braxton – 50+ Years of Creative Music’ onder redactie van Braxtons biograaf Timo Hoyer en gitarist Kobe van Cauwenberghe, waarin juist dat aspect van Braxtons werk aandacht krijgt, als mede het album ‘2 comp (2023)’, met daarop de ‘Compositions’ nr. 445 en 446 voor groot ensemble die tijdens dit festival in première gingen.

Braxtons carrière als componist begint eigenlijk al na zijn eerste soloconcert, ergens in 1967. Dan bemerkt hij reeds dat hij met pure improvisatie al snel uitgespeeld is, dat hij met andere woorden wat ankerpunten nodig heeft: “I was just going to get up there and play for one hour from pure invention, but after ten minutes I’de run through all my ideas and started to repeat myself. I thought, hmm, I beter make sure this doens’t happen again”. Het leidt tot negenennegentig ‘sound classifications’, die hij acht jaar later terugbrengt tot twaalf en die hij zijn gehele carrière zal toepassen als bouwstenen voor zijn composities, composities die altijd zullen blijven dienen als een uitgangspunt voor de uitvoerders en nooit een volledig uitgewerkt verhaal vormen. Hoyer zegt het als volgt: “one thing is clear: every musician who speaks this language speaks a different one. There are no right or wrong applications of this vocabulary, only individual readings that can vary depending on the specific situation, desires and mood. And that’s exactly how the composer intends it”. Deze gedachte vinden we dan ook verwoord in  de vier uitgangspunten, als onderdeel van zijn uit 1980 stammende ‘Catalog of Work’:

  • “all compositions in my music system connect together
  • all instrumental parts in my group of musics are autonomous
  • all tempos in this music state are relative (negotiable)
  • all volume dynamics in this sound world are relative

All compositions in my music system can be executed at the same time/moment (zie ook hier)
Shorter works can also be postioned into larger works – into any section of a given ‘host’ composition.”

Braxton in Darmstadt. Foto: Kristof Lemp.

Een ander aspect van Braxtons visie op muziek komt aan bod in de bijdrage van James Fei, die als musicus regelmatig met Braxton samenwerkt. Hij stelt dat Braxton vaak zegt: “not making a mistake is the biggest mistake of all”. En hij refereert dan aan de groep studenten die tijdens het festival ‘Composition no. 96′ uitvoerde: “their attempt to do so desperately and earnesty wasn’t any less valid or insteresting to him than a “correct” performnance. Once the students gave in to the piece and really started trying to play it – he would say that this was as good as an accurate performance, maybe even better!” Dit werpt een bijzonder mooi licht op de werkwijze van Braxton en zijn mensbeeld. Waardevol is de attitude ten opzichte van het spelen van muziek, kwaliteit gaat over het proces en niet over het resultaat, gaat primair over de intrinsieke motivatie van diegene die met zijn werk aan de slag wil. Een ander mooi voorbeeld van Fei betreft een uitvoering van ‘Compostion no. 219′ voor drie ensembles, met ieder een eigen dirigent. Braxton zelf stond bij een whiteboard waarop hij allerleid symbolen tekende voor de drie dirigenten. Na afloop vroeg Fei aan hem wat hij nu precies deed: “he answered that he wasn’t sure himself! He started thinking of these new combinations in the middle of the concert and wanted to see what I might do with it.” In wezen is dit een vertaling van een verdere serie instructies uit diezelfde ‘Catalog of Work’:

  • “Have fun with this material and don’t get hung up on any one area.
  • Don’t misuse the material to have only “correct” performances without spirit or risk (cursivering van mij).
  • Each performance MUST have something unique.
  • Finally, I recommend as few rehearsels as possible so that everyone will be slightly nervous.
  • P.S. (and please don’t make the music too ‘cutesy’)”.

Maximale vrijheid dus, iets dat onverlet laat dat Braxton wel degelijk een zeer systematisch werkend componist is, met een volstrekt eigen taal die hij in de afgelopen decennia steeds verder heeft geperfectioneerd. Dit boek geeft een mooie inkijk in Braxtons wijze van werken en is dan ook zeker een aanrader voor een ieder die meer wil weten van zijn muzikale wereld.

De twee stukken die tijdens de Ferienkurse in Darmstadt werden uitgevoerd zijn ‘Composition No. 445 (Thunder Music)’ en ‘Composition No. 446 (Combination Music)’. ‘Thunder Music’ vormt een onderdeel van de zogenoemde ‘Arial Prototypes’, “with this construction”, zo zegt Braxton in het boekje bij de cd “it will be possible to explore thunder sounds as a backdrop convenience that can be integrated into composite experience strategies.” Onweer dus, in dit bijna vijftig minuten durende stuk, hier uitgevoerd door het Thunder Music Ensemble, hoofdzakelijk bestaande uit blazers en vocalen, waaruit Braxton zeer bijzondere klankcombinaties distilleert. Samen creëren ze een wervelwind aan klanken, dat onweer dicht naderend. En ja, zo rond de drieëntwintigste minuut horen we ook daadwerkelijk onweer, een bron van inspiratie voor de musici vormend.

Met ‘Combination Compositions’ gaat Braxton een stap verder dan wat hij reeds eerder stelde, dat zijn composities samen uitgevoerd kunnen worden. We zijn dan ook gewaarschuwd: “as for the experience of hearing this music for the first time, it sounds like an ensemble warming up their instruments before a live performance: with a cacophony that seems indiscrimiate in the beginning, but classically radiant, with an expanding inner pluse that slowly attarcts one’s attention”. Nu zijn we wel wat gewend, dus eerlijk gezegd vind ik het erg meevallen, zeker gezien het feit dat Braxton al na ongeveer een minuut een vorm van harmonie weet te creëren. Het verdere verloop kent een mooi contrast tussen, zeker voor Braxtons doen, opvallend melodieuze momenten en disruptieve abstracties, een spannend stuk.