Orgelpark, Amsterdam – 31 mei 2026

Afgelopen zondag, ik kondigde het hier reeds eerder aan, zette pianist en componist Dante Boon in samenwerking met het Orgelpark zijn broeder in het vak Antoine Beuger in het zonnetje. Er klonken verdeeld over drie concerten vijf stukken van de meester, waarbij hij in twee stukken ook zelf te horen was op fluit. Samen met twee stukken van Boon zelf en van de rest van geestverwanten en voorgangers leverde dit een bijzonder enerverende middag op aan muziek in de geest van Wandelweiser, Beugers geesteskind.
Het eerste stuk dat we van Beuger horen, tijdens het eerste concert, is tegelijkertijd het meest opvallende stuk van de gehele middag. Of je dit ook muziek kunt noemen, is afhankelijk van de definitie die je hanteert van deze kunstvorm. ‘een heel klein woordje’, waarmee Beuger het woord ‘ja’ bedoelt, is gebaseerd op de toespraak die hij schreef ter gelegenheid van het huwelijk van Boon met Sytske Ster. Een tekst over de liefde en de band die met het huwelijk wordt gecreëerd, als een bezegeling van die liefde. Met bijvoorbeeld deze mooi zin: “Het kan door niets meer teniet gedaan worden, ook niet door de dood”. Het wordt voorgelezen door de acteur David Lucieer en aangevuld met twee stemmen vanuit de zaal. Het tweede stuk van Beuger betrof ‘ouai! ouai! ouai!’ voor fluit en orgel, beiden bespeeld vanuit hoog achter in de zaal. Het orgel, hier bespeeld door Huw Morgan, die vrijwel het gehele eerste concert te horen was met orgelmuziek, zorgt voor een boeiende constante klanknevel waar Beugers karige patronen een aangename bedding in vinden. Een lamentatie die, zoals Beuger mij later vertelt, terug gaat op de Covid-19 epidemie in 2020. Toen we allemaal thuiszaten en de politiek met allerlei maatregelen kwam voor onze bestwil. We moesten moed houden en vooral niet klagen. Maar waarom eigenlijk, stelde Beuger: er valt toch ook gewoon veel te klagen? En dus klaagde hij, iets dat onder andere tot dit stuk leidde en iets dat mooi terugkomt in de titel. Voor mij, die op het moment dat ik het schrijf rouwt om het verlies van mijn dierbare partner, voelde dit stuk als een soort van reactie op die hierboven genoemde toespraak, zo voelt het als die geliefde er niet meer is.

Bijzonder is ook dat nieuwe pianoconcert ‘Champs de Tendresse’ dat Beuger speciaal schreef voor Boon en dat hier zijn première krijgt. Dat is natuurlijk op geen enkele wijze een traditioneel pianoconcert, we kennen de stijl van Beuger. Het is wederom zo’n langgerekte, intense klanksculptuur met als basis een gedicht van Henriëtte Roland Holst. Met name die eerste zin is hier leidend: “De zachte krachten zullen zeker winnen”. Beuger schreef het als tegenwicht van wat er momenteel in de wereld aan de gang is. Boons pianoklanken gaan de verbinding aan met de fragiele klanken van de musici uit het United Instruments of Lucilin. Ze bespelen allen instrumenten die perfect geschikt zijn voor het weergeven van die indringende klanknevels, waar de pianoklanken mooi mee contrasteren. Eerder tijdens hetzelfde concert klonk Beugers ’traces of eternity: of what is yet to be’. Een al even bijzonder stuk waarin Beuger de pianist, ook hier Boon, dwingt om uit een uitgebreide partituur die delen te kiezen die hij op dat moment puur intuïtief vindt passen. Een stuk dat dus iedere keer volstrekt anders klinkt. Het festival besluit met Beugers ‘Florenski septets’, uitgevoerd door United Instruments of Lucilin, met Beuger op een tweede fluit. Wederom zeer subtiele klanknevels, soms amper hoorbaar, omgeven door stiltes. Typisch Beuger zeggen we dan.
Met Wandelweiser maakte hij school en het is dan ook niet verwonderlijk dat de overige componisten die hier aan bod komen soortgelijke muziek componeren. Boon, Morgan, Taylan Susam, Samuel Vriezen en Eva-Maria Houben om er maar enkele te noemen. Dat de muziek tot en met de Renaissance ook aan bod komt, verrast niet. We merkten het al vaker op: de overeenkomsten zijn vaak verrassend. De muziek van Ludwig von Beethoven is in dit kader dan minder voor de hand liggend, maar wel een persoonlijke favoriet van Beuger. En dan is er John Cage. Met zijn ‘number pieces’, geschreven tijdens de laatste vijf jaar van zijn leven, legde hij de basis voor deze vorm van minimalisme en de uitvoering van ‘Five’ door vijf leden van United Instruments of Lucilin maakt mooi duidelijk hoe groot die invloed is.
