Ava Mendoza, Gabby Fluke-Mogul & Carolina Pérez – Mama Killa / Albert Beger, Ziv Taubenfeld, Shay Hazan & Hamid Drake – Cosmic Waves (CD Recensie)

Net als afgelopen maandag besteed ik ook vandaag aandacht aan twee musici die op het door Sound in Motion georganiseerde Summer Bummer, dat morgen begint, te horen zullen zijn. Op vrijdag treedt gitariste Ava Mendoza aan met saxofoniste Sakina Abdou, bassiste Farida Amadou en Heather Leigh op pedal steel en op zaterdag sluit ze het festival af met drummer Hamid Drake. Die twee laatsten staan ook in dit verslag centraal. Van Mendoza kwam deze zomer het overweldigende ‘Mama Killa’ uit bij Burning Ambulance, waarop ze te horen is  met Gabby Fluke-Mogul op viool en Carolina Pérez op drums. Drake is te horen op het vorig jaar bij NoBusiness Records verschenen ‘Cosmic Waves’, samen met saxofonist Albert Beger, basklarinetist Ziv Taubenfeld en bassist Shay Hazan.

Mama Killa is een overdonderend album, meer rock dan jazz en dan rock in de alleszins heavy variant. In opener ‘Puma Punku’ valt daarnaast het exotische karakter op, het stuk kent in het gruizige gitaarspel van Mendoza duidelijk Arabische invloeden. Zware, vrij duistere muziek, maar uiterst meeslepend en heel anders dat wat Mendoza bij Summer Bummer zal spelen, zo is mijn verwachting. Het kenmerkt de enorme veelzijdigheid van deze uitstekende gitariste. Op ‘Mama Huaco’ horen we haar in het eerste deel solo, met abstracte, sterk vervormde klanken, geleidelijk haar verhaal opbouwend. Dan volgt Pérez met gerichte slagen. In ‘We Will Be Millions’ trekken Mendoza en Fluke-Mogul een muur van geluid op, louter in door te dringen door Pérez, met ongemeen krachtige slagen. ‘Trichocereus Pachanoi’ bestaat als eerste uit een boeiende solo van Pérez, die hier ook wat meer nuance in haar spel kan leggen en geleidelijk steeds ritmischer gaat spelen. Halverwege breken de twee overige groepsleden weer in met wederom een abstracte muur van geluid in de beste drone traditie. We breken met het voorgaande in ‘Amazing Graces’, hier zoekt het trio duidelijk de melodie, een echt lekker rocknummer. Bijzonder is hier ook het einde, waarin we Fluke-Mogul met pizzicatospel horen. Het is ook de viool die we uitgebreid horen op ‘Partera Party’, maar dan zodanig versterkt dat het nog maar weinig wegheeft van het traditionele geluid van dit instrument. Een zeer boeiende compositie. In ‘Nowhere but Here’ duikt de invloed van niet westerse muziek weer op, dit heeft, zeker in het begin, wel wat weg van de muziek uit West Afrika, ook wel Mali Blues genoemd. Tot slot klinkt ‘Mama Coca’, een stuk dat in eerste instantie met zijn geïmproviseerde karakter danig afwijkt van de rest van deze nummers, maar al vrij snel prima in het geheel blijkt te passen.

Op ‘Cosmic Waves’ valt beter het etiket ‘experimentele jazz’ te plakken. Direct in ‘A Question of Universality’ gaat het kwartet heftig van start, waarna we al snel in een explosief duet belanden van Taubenfeld met Drake. Met name Taubenfeld valt hier op met de grote klankrijkdom die hij aan zijn basklarinet ontfutselt. Verderop schittert Beger met opvallend ritmische frases, mede aangezwengeld door Drake die als geen ander het vuurtje kan oppoken. Meesterlijke jazz! We zijn halverwege dit met bijna twintig minuten vrij lange nummer als we Hazan horen in een bijzonder ingetogen solo, de hectiek doorbrekend. Aan het eind van de solo brengt hij de ritmiek weer terug, waar dit keer Taubenfeld met een mooi gruizige solo dankbaar gebruik van maakt. En in het licht van dit verslag moeten we natuurlijk zeker ook melding maken van die overdonderende solo van Drake, we zijn dan zo’n kwartier onderweg, pure ritmiek, met als hoogtepunt die frase op de bekkens. ‘Into the Horizon’ opent met een solo van Hazan op de guimbri terwijl we Taubenfeld met belletjes in de weer horen. Geleidelijk bouwt hij de ritmiek op met deze Afrikaanse bas, bekend om zijn warm diepe klank. Beger volgt met een krakende, maar uiterst melodieuze solo. Zijn Turkse wortels klinken volop door in deze sterke compositie. ‘The Steamer’ vangt eveneens aan met Hazan, maar nu is hij te horen op de contrabas, zorgvuldig plukkend aan de snaren. Wat volgt is zeer abstract spel van de beide blazers, krassend door elkaar heen toeterend, waarna toch weer die meeslepende ritmiek opduikt, als kenmerkende rode draad van dit album. Hazan opent ook het laatste nummer, ‘Astrak Visit’, maar nu samen met Taubenfeld, te horen op percussie. Een slepende ritmiek waar Beger en Taubenfeld unisono op doorborduren. Een mooi stemmig slot van een opwindend album.

Beide albums zijn te beluisteren en te koop via Bandcamp: