Brackman Trio – Discovering Roslavets I. Silver Night / Quatuor Danel – Prokofiev: The String Quartets / Roctet – Changes, String Octets (CD Recensie)

Op 6 oktober aanstaande worden weer de Edisons uitgereikt voor jazz en klassiek. Om met die laatste categorie te beginnen: inmiddels zijn de genomineerden bekend gemaakt en kan er gestemd worden voor de publieksprijs. Aangezien deze blog zich richt op hedendaags gecomponeerde muziek, zeg maar de muziek van de laatste eeuw, zijn niet alle Cd’s even interessant, maar een drietal verdienen het zeker om uitgelicht te worden. In de categorie ‘Nieuwkomer’ is het debuut van het Brackman Trio het noteren waard: ‘Discovering Roslavets I, Silver Night’ en in de categorie ‘Kamermuziek’ vallen de Cd met strijkkwartetten van Sergej Prokofjev op, uitgevoerd door Quatuor Danel en de Cd  ‘Changes’ van Roctet, met daarop drie stukken voor octet. De cd’s van het Brackman Trio en Roctet verschenen bij Challenge Records, die van Quatuor Danel kwam uit bij Accentus Music.

Dat debuut album van het Brackman (Piano) Trio is de eerste in een serie met muziek van de voor mij volledig onbekende Russische componist Nikolaj Roslavets, die leefde van 1881 tot 1944, aangevuld met muziek van tijdgenoten. En dus beginnen we met het eerste pianotrio, opus 8, van de heel wat bekendere Dmitri Sjostakovitsj. De componist was pas zeventien toen hij dit speelse en vrolijke werk schreef. Geen wonder, hij was verliefd op Tatjana. Het zal hem ongetwijfeld getroost hebben bij zijn herstel van tuberculose. Van Roslavets speelt het trio hier zijn derde pianotrio, dat hij half jaren ’20 componeerde. Het is een opvallend spannend en ook wat duister trio, waarin Roslavets de romantische traditie combineert met het in die tijd opkomende modernisme. De componist was echter voor Stalin te vernieuwend bezig en zijn muziek werd al snel in de ban gedaan. Aansluitend kiest het trio voor een door Eduard Steuermann gemaakte bewerking van ‘Verklärte Nacht, opus 4’ van Arnold Schönberg. Hij zelf schreef dit stuk in 1899 voor strijksextet en bewerkte het in 1917 voor strijkorkest, in beiden gevallen dus zonder piano, een instrument dat in dit stuk ook niet thuishoort. Het is me eerlijk gezegd een raadsel waarom het trio uitgerekend dit stuk opnam, terwijl er zoveel andere stukken voor pianotrio zijn die hier veel beter gepast hadden. Het afsluitende ‘Soir’ van Mélanie Bonis bevalt me wat dat betreft, hoe kort ook, een stuk beter.

Aangezien Prokofjev slechts twee strijkkwartetten schreef zag Quatuor Danel zich eveneens genoodzaakt naar een bewerking uit te wijken. De voor solo piano geschreven ‘Visions Fugitives, opus 22’ werden reeds eerder door Sergei Samsonov bewerkt voor strijkkwartet en zijn door het kwartet verder volmaakt voor deze bezetting. Maar eerst terug naar die twee kwartetten, de eerste, opus 50 ontstond pas in 1930, Prokofjev was toen al bijna veertig. Het was een opdrachtwerk, gegeven tijdens een tournee door de Verenigde Staten. Het bijzonder levendige, ritmische ‘Allegro’, met name neergezet door de eerste violist, neemt je als luisteraar direct mee en wordt hier bijzonder mooi gespeeld. Het ‘Andante Molto Vivace’ begint vrij rustig en ingetogen maar krijgt al snel een meeslepende dynamiek. Het vernieuwende in dit kwartet zit in het derde deel, het opvallend ingetogen, meditatieve ‘Andante’. Hij was bijzonder blij met dit deel en maakte aansluitend alleen van dit deel nog bewerkingen voor strijkkwintet en zelfs voor voor solo piano. Elf jaar later schreef Prokofjev zijn tweede kwartet, opus 92. Hij woonde toen weer in de Sovjet Unie, een raadselachtige stap die hem nog heel wat problemen zou bezorgen. Hoe dan ook, dit is een prachtig kwartet, waarbij Prokofjev in het eerste deel, het ‘Allegro Sostenuto’ uitgebreid gebruik maakt van Russische volksmuziek. Dit kwartet is ook wat traditioneler van opzet, het rustige en stemmige ‘Adagio’ doet weldadig aan, zeker die eveneens op de volksmuziek gebaseerde dans in het middendeel. De typisch Russische volksdansen vormen ook een grote inspiratie voor het opwindende derde deel, het ‘Allegro Andante Molto’. Die dansen komen we overigens ook in die ‘Visions Fugtives’ tegen, bijvoorbeeld in het tiende en elfde deel. Frissen niemendalletjes.

Een strijkersoctet is natuurlijk niets anders dan een dubbel strijkkwartet. Ottorino Respighi noemde zijn uit vier delen bestaande octet dan ook een ‘Doppio Quartetto’. Vrijwel direct gaat het er, in het ‘Allegro’ enerverend aan toe. Niet middels een uitzonderlijke dynamiek, dat valt hier eigenlijk best mee, maar eerder door te werken met sterk met elkaar contrasterende klanken, iets dat nogal wat spanning in het stuk brengt. Respighi’s muziek heeft grote beeldende kwaliteiten, iets dat we ook mooi terughoren in het ‘Adagio ma non troppo quasi Andante’, meeslepende muziek. Tot nu toe bleef echte hectiek uit, dat verandert in het derde deel, het ‘Intermezzo (Allegro vivace ma non troppo)’ en het vierde deel, ‘Finale. Presto all’Ungherese’. Met name in dat laatste deel valt de zeer aantrekkelijke ritmische dynamiek op. Het enige echt hedendaagse stuk op deze drie albums is ‘Changes’ van Theo Loevendie, dat hij schreef in 2024. Loevendie’s eclectische benadering is ook in dit stuk weer duidelijk terug te horen. Klassieke invloeden gaan hand in hand met die van de jazz en niet westerse muziek tot een opvallend swingend stuk. Terug naar 1900, want in hetzelfde jaar waarin Respighi zijn octet componeerde, leverde de Roemeense componist George Enescu zijn stuk af. Direct in ‘Tres moderé’ weet hij te boeien met sterk dynamisch, ronduit overrompelend spel. Enerverend verklankt door dit uitstekende gezelschap. De invloed van volksmuziek, niet alleen Prokefjev speelde daar graag mee, horen we sterk terug in ‘Très fougueux’, een wervelende dans in een opvallend hoog tempo. Het derde deel ‘Lentement’ contrasteert hier zeer sterk mee, zeker het eerste deel is opvallend introspectief, waarna de spanning langzaam oploopt, met name door het repetitieve karakter van de muziek. Het laatste deel ‘Mouvement de valse bien rythmée’ klinkt geheel conform de titel: we walsen naar het einde.