Aanvankelijk was Kris Defoort louter pianist, jazzpianist. Maar de afgelopen jaren ontwikkelde hij zich steeds meer tot componist en zeker niet alleen voor de piano. Zo hernam de Brusselse Munt nog in 2024 Defoorts opera ‘The Time of Our Singing’. Op twee recente albums, beiden kwamen uit bij W.E.R.F. vinden we beide aspecten terug, zijn rol als pianist en als componist. In ‘Pla(y)ces’ horen we hem spelen, samen met Jan Michiels, onvolprezen interpreet van hedendaags gecomponeerde muziek, in een niet aflatende stroom van eigen composities, die van Claude Debussy, ‘Somewhere over the Rainbow’ van Harold Allen en improvisaties, alles naadloos aaneen gelast. Op ‘Pianoworks’ horen we zijn twee boeken ‘Dedicatio’ voor solo piano, de eerste vertolkt door wederom Jan Michiels, de tweede door Cédric Tiberghien.
‘Pla(y)ces’ is de weerslag van een liveconcert in het Concertgebouw van Brugge, op 16 oktober 2022 en begint met het mooi ingetogen, stemmige ‘Moonlight Dialogue’. De twee voelen elkaar naadloos aan, vullen elkaar aan, flarden Debussy komen voorbij, improvisaties klinken. Het lijkt wel of er aansluitend donkere wolken voor de maan trekken in ‘Pla(y)cing Ces’, voor korte tijd loopt de spanning op. In ‘D&D Pla(y)ce’ overheerst het experiment, de improvisatie, al horen we ook hier weer de invloed van Debussy. Een spannende stroom aan onverwachte klanken houdt ons luisteraars scherp. ‘Hommage à S.Pickwick Esq.P.P.M.P.C.’ vangt aan met krachtige aanslagen, vrij heftige klankclusters. Het is het negende deel van Debussy’s tweede set aan preludes dat het duo hier als uitgangspunt neemt. De titel ‘Multicoloured Fireworks’ is voor het aansluitende stuk uitstekend gekozen, de klanken dartelen, springen, spatten alle kanten op, de twee pianisten tonen zich hier volledig aan elkaar gewaagd. Debussy’s ‘Bruyères’ brengt de nodige rust, uiterst contemplatieve klanken ontvouwen de twee hier. Al even ingetogen klinkt hun versie van ‘Somewhere over the Rainbow’, beter kan haast niet. ‘Les collines d’Anacapri’ is wederom van Debussy. Mooi hoe de pianisten hier een stuk voor twee piano’s van maken. En wat een vooruitstrevend componist was Debussy, ook dat blijkt hier weer heel mooi. Naadloos gaat het over in ‘In Between the Wings’, de slotakkoorden van dit boeiende treffen tussen twee meesters.
Het eerste boek van ‘Dedicatio’ ontstond tussen 2004 en 2006, in opdracht van Michiels, het tweede dateert van bijna twintig jaar later en componeerde Defoort tussen 2021 en 2023 voor het Brusselse Flagey. Zoals de titel aangeeft droeg Defoort ieder stuk, ieder boek bestaat uit negen delen, op aan iemand die belangrijk voor hem is, te beginnen met ‘Undressed Conversation’ dat hij opdroeg aan zijn moeder. Een deel dat opvalt door de sterke contrasten: bijzonder contemplatieve frases, je hoort meer stilte dan klank, worden afgewisseld met opvallende lyriek. De beeldend kunstenaar Hans Bruneel wordt geëerd met ‘Opera Fever’, een beduidend hectischer stuk. Leuk is dat Defoort ‘Genius Men’ aan zichzelf opdroeg, overigens ook een stuk dat in het begin opvalt door het introspectieve karakter tot verderop de hectiek het overneemt en we Michiels horen in een niet aflatende stroom noten, lopend van laag tot uiterst hoog. En ja, bij een jazzpianist als Defoort mag een hommage aan Keih Jarrett natuurlijk niet ontbreken, in ‘Treasure of Emotions’ krijgt het gestalte. Dat het juist Jarrett is, de enige jazzpianist die we tegen komen in deze twee boeken, is niet zo heel vreemd, qua stijl zijn de twee wel enigszins vergelijkbaar. Want dit mag dan gecomponeerde muziek zijn, de hededaagse jazz hoor je terug in iedere noot. ‘Deadline Dreams’, met grote intensiteit gespeeld, droeg hij op aan Michiels en ‘Midnight Cantate’, het slotstuk van dit eerste boek, aan zijn vader.
Beeldende kunst blijkt belangrijk voor Defoort, niet zo verwonderlijk: hij schildert met klank, en dus vinden we in het tweede boek de nodige schilders terug, te beginnen met Wassily Kandinsky. ‘Improvisations aux éclats des couleurs joyeuses’ heet het vrij lange en zeer kleurrijke hommage, terwijl ‘Reflets de lumières nocturnes’, voor Léon Spillaert en ‘Sense of the Unknown’ voor Mark Rothko zich met hun uitgebeende noten aan de andere kant van het spectrum bevinden. Zeker bij die laatste is dat overigens nog niet zo gek. Bijzonder zijn ook de twee vrij ritmische hommages aan Louise Bourgeois en Henri Matisse, de eerste heet ‘voilée/dévoilée’ (gesluiterd/ontsluierd), de tweede kreeg als titel ‘dévoilee/voilée’mee. En natuurlijk kreeg Tiberghen, als pianist van dienst in dit tweede boek, ook zijn hommage: ‘Le réel transfigurée par l’émotion du souvenir’, overigens niet het gemakkelijkste deel. Verder valt ‘What the nerves and the skin remember’ op, Defoorts eerbetoon aan de ook door mij zeer gewaardeerde schrijfster Toni Morisson, krachtig en ritmisch.
Beide albums zijn te beluisteren via Bandcamp en daar ook te koop:
