Eén van de meest bekende stukken van Arvo Pärt, van wie gisteren hier het boek ‘Componist van de stilte. In het voetspoor van Arvo Pärt’ van Twan Geurts voorbij kwam, is ‘Spiegel im Spiegel’ voor viool en piano. Op een recente Cd van Duo Gazzana bij ECM Records prijkt het stuk naast werk van twee andere componisten die de terreur van de Sovjet Unie aan den lijve hebben ondervonden. Van Sergej Prokofjev nam het duo de ‘vijf melodiën, opus 35 a’ op en de ‘vioolsonate nr. 1, opus 80’ en van Alfred Schnittke koos het ‘Gratulationsrondo’.
Na de Russische revolutie, die van oktober 1917, trok Prokofjev naar Parijs, het was daar dat hij in 1923 die vijf melodiën componeerde. Het is een bewerking van opus 35, een vijftal liederen. Een prachtige bewerking want de klank van de viool benadert de menselijke stem uitstekend. Een bijzonder werk, met name ook omdat Prokofjev hier een brug slaat tussen de romantiek en het modernisme, dat laatste komt bijvoorbeeld mooi tot uiting in het tweede deel, het ‘Lento, ma non troppo’. Ook het dynamische, sterk door de romantiek beïnvloede derde deel, ‘Animato, ma non tropppo’ klinkt prachtig. Het is nog steeds voer voor musicologen wat de componist bewoog om vrijwillig in 1936 terug te keren naar de Sovjet Unie en zijn vrijheid in te leveren. Ze wilden hem heel graag hebben en rolden de rode loper voor hem uit. En Prokofjev was een opvallend ijdel mens, dus dat zal zonder meer hebben meegespeeld. Of hij het ook achteraf een goede keus zal hebben gevonden is niet helemaal duidelijk, want van een leien dakje ging het de jaren daarna zeker niet altijd en ook Prokofjev had veel last van censuur. Hoe dan ook, de componist begon aan die eerste vioolsonate twee jaar na zijn komst, in 1938 en voltooide het stuk in 1946. Een werk waarin Prokofjev reflecteert op wat de Russen de Grote Oorlog noemen. David Oistrakh, die de première verzorgde, gaf hij de opdracht om het te laten klinken als de wind die waait over het kerkhof. En ja, zeker in het eerste deel ‘Andante assai’ klinkt de viool uiterst kaal. In het tweede deel, het met veel intensiteit gespeelde ‘Allegro brusco’ overheerst eveneens de zwaarte, onder meer in dat staccato pianospel. Het ‘Andante’ klinkt niet zo zeer zwaar als wel melancholiek, met overrompelend vioolspel. Tot slot klinkt het ‘Allegrissimo – Andante assai, come prima’ fel en verontrustend.

Houden we de chronologie aan van de stukken, dat doet de Cd niet, dan volgt nu het uit 1973 stammende ‘Gratulationsrondo’ van Schnittke. Een stuk waarin de componist zich duidelijk schatplichtig toont aan het Classicisme, iets wat we vaker tegenkomen bij Schnittke. Na verloop van tijd bemerken we echter dat we niet met Mozart of één van zijn tijdgenoten van doen hebben. Met name in de spanning die ontstaat tussen de klanken van de viool en de piano, zo even voorbij de tweede minuut horen we het modernisme terug, maar evengoed de frustraties die Schnittke ervoer onder de censuur van de Sovjet Unie. In 1976 bezocht Schnittke Tallinn, de hoofdstad van wat toen nog de Sovjet republiek Estland was voor opnames van zijn ‘Requiem’. Hij ontmoette daar Pärt die diep in crisis was omdat hij zijn muzikale stem niet kon vinden. Schnittke raadde hem aan vooral zijn eigen weg te gaan en zich niets aan te trekken van de heersende modes, naar eigen zeggen hielp dit Pärt enorm bij het ontwikkelen van zijn ’tintinnabuli’ stijl, waarvan het uit 1978 stammende ‘Spiegel im Spiegel’ een prachtig voorbeeld is. Een repetitief patroon van de piano, een langgerekte van de viool, veel meer is het niet. En veel meer hoeft ook niet. Het blijft een bijzonder stuk.
