Van beide gezelschappen heeft u waarschijnlijk nooit gehoord. Het Duo PsicoGeografica bestaat uit multi-instrumentalist Andrea Bini en rietblazer Sergio Fedele en het Ecatorf Trio wordt gevormd door twee rietblazers, Piero Bittolo Bon en Fedele en een koperblazer: Francesco Bucci. Van het duo verscheen ‘Iskra’, van het trio ‘Benthos’. Beiden bij het eveneens Italiaanse – daar was u inmiddels al achter – Setola di Maiale. Waarom deze albums hier vandaag aan bod komen, zit hem in de klarinetten. Bittolo Bon horen we onder andere op de basklarinet. Fedele op de vrij zeldzame contra-altklarinet en natuurlijk op de ecatorf, waarover later meer.
Pure improvisatie op ‘Iskra’, verdeeld over negen ‘Sequenza’s’. Direct aan het begin van ‘Sequenza 1’ klinkt, na een paar pianoaanslagen van Bini, die toch wat vreemde klank van de contra-altklarinet. Al sputterend en grommend ontleent Fedele de meest boeiende abstracties aan dit instrument. En grappig hoe er verderop wel een heel vreemde ritmiek in dit stuk kruipt. In ‘Sequenza 2’, wisseleen Fedele, hier op klarinet en Bini, op piano, op boeiende wijze abstracties af met meer melodieuze fragmenten. Iedere keer als je als luisteraar vat denkt te hebben op het stuk blijk je het mis te hebben. De derde ‘Sequenza’ vangt aan met spannend slagwerk van Bini, waarna we Fedele horen op de ecatorf, een zelfgebouwd instrument waar het trio zijn naam aan ontleent. Georges Tonla Briquet zei hier eerder op de website van Jazz’halo het volgende over: “nog best te omschrijven als een slide riet subcontrabas. Het basisidee was slidetrombone spelen met het mondstuk van een sopraanklarinet en zo niet alleen een bereik verkrijgen van vier en een half octaaf maar tevens een uitbreiding van de basistonen die hoger zijn dan deze van een contrabasklarinet (zie de website van Fedele voor foto’s, red.)”. Het resultaat, na elf jaar bouwen en uitproberen, is verbluffend en ook wat vreemd, zo blijkt met name uit ‘Sequenza 4’. In de vijfde, achtste en negende ‘Sequenza’ horen we weer het mooie laag van de contra-altklarinet, in de vijfde en negende in een boeiend duet met de pianoforte, in de achtste met de fluit. Ongewone klanken op al die stukken, maar toch nergens zo bijzonder als in ‘Sequenza 6’, waar we Bini ook nog met boventoonzang horen. Minder experimenteel, maar evengoed bijzonder is de zevende ‘Sequenza’, met name door de boeiende combinatie van klarinet en gongs.
Het Ecatorf Trio specialiseert zich in lage klanken, van diverse instrumenten, dat blijkt al direct uit het titelstuk van ‘Benthos’, waarin we de drie musici op ingenieuze wijze een vrij duistere klankwereld horen creëren, maar spannend is het zonder meer. Bucci opent ‘Mimesis e certamen’ met prachtige bewegingen op trombone. Dan volgen de twee rietblazers en ontstaat er wederom een boeiend geheel. Bijzonder van klank zijn de twee delen ‘Selve domestiche’: ‘Tropoi syringos aulesai’ en ‘Wild Whistle Tones’, de enige twee stukken waarin het hoog overheerst. We horen Fedele hier op een piccolo, Bittolo Bon op de altklarinet, respectievelijk de basfluit en Bucci op de tuba. Naast de nodige gecomponeerde stukken, waaronder een wel heel bijzondere versie van Thelonious Monks ‘Around Midnight’, bevat het album een drietal improvisaties. Mooi in die eerste is de constellatie van contra-altklarinet, basfluit en trombone. Als een scheepshoorn klinkt de tuba van Bucci aan het begin van ‘Il terzo suono’, een krachtige drone vormend. Verderop voegt Bittolo Bon zich erbij op basfluit, terwijl Fedele op fluit een vederlichte melodie speelt. En dan volgt, met afstand, de meest bijzondere versie van ‘Roud Midnight’ die u ooit hoorde! Fedele op zijn ecatorf, Bittolo Bon op de basklarinet en Bucci op trombone. Het laag maakt dit tot één van de meest weemoedige versies van deze klassieker. Een aanrader! Dat geldt overigens ook voor ‘Ruah’, een compositie van Fedele. Met name het zeer verstilde begin is prachtig. Verderop loopt de dynamiek op, samen met de ritmiek en de spanning.
‘Benthos’ is te beluisteren via Bandcamp en daar ook te koop:
