Ik vervolg mijn tweedelige portret van gitarist Benjamin Sauzereau met albums van zijn trio Easy Pieces en het trio Dear Uncle Lennie. Zowel ‘Notice’ als ‘Sister Juniper’ verschenen bij het Hongaarse BMC Records. Het trio Easy Pieces vormt Sauzereau met pianist Dorian Dumont en Hendrik Lasure op keyboards, terwijl Dear Uncle Lennie verder bestaat uit Marco Giongrandi op banjo en Camille-Alban Spreng op piano en keyboards. Verder krijgen ze op dit album versterking van Joachim Badenhorst op klarinetten. En ja, deze verdere verkenning laat weer geheel andere aspecten van deze boeiende musicus aan bod komen. Er is slechts één ding dat al die vier albums gemeen hebben: Sauzereau houdt van stukken met een bescheiden omvang, soms zelfs ronduit kort.
Zo is ‘Notice’, met allemaal eigen stukken van Sauzereau, veel meer een echt jazz album dan de twee albums die hier gisteren aan bod kwamen. We beginnen met het stemmig melodieuze ‘I would prefer not to’, met vooral overtuigend spel van Lasure, zo ongeveer halverwege. ‘Ceux qui ne peuvent guérir’ valt dan weer op door het klaterende pianospel van Dumont en de ritmische grepen van Sauzereau. Zeer meeslepend en met prachtig gitaarspel van Sauzereau klinkt ‘Sans Double’, zonder meer één van de hoogtepunten van dit album. ‘Budapest’ verwijst natuurlijk naar de plaats waar BMC Records gevestigd is en waar Sauzereau regelmatig mee samenwerkt. Een al even stemmige, maar met nog geen anderhalve minuut wel korte ode aan deze stad. Het eveneens vrij korte ‘Bonhomme’, met een grote rol voor Lasure, doet met denken aan een aantal stukken zoals we die op ‘Deux’, dat hier gisteren aan bod kwam, tegenkwamen en die ik qua sfeer met het variété associeer. Dit album is minder afwisselend dan ‘Super Star’ van Le Grand Partir, maar ook hier beperkt Sauzereau zich niet tot één muzikale richting. Soms is zijn muziek vrij abstract, zoals in ‘Embuche’ en ‘Fusible’, soms meeslepend verhalend, zoals in ‘China’ en dan weer opvallend intiem, waar ‘Le Voleur’ – met opvallend solospel – en ‘Libration’ mooie voorbeelden van zijn. In ‘Rebond’, ‘Syzygie’ en ‘Chinatown’ is het podium voor Dumont, die ons met zijn ritmische spel grondig weet aan te sporen.
Dear Uncle Lenny, een bijzonder originele naam voor een band, is in 2022 opgericht door Spreng. Zijn doel aldus het tekstboekje bij de Cd was: “to investigate the evocative power of stories, without words, through the prism of brief instrumental forms”. Een gegeven dat je overduidelijk op dit boeiende album terughoort. De bijzondere bezetting van gitaar, banjo en toetsen doet de rest. Dat we een banjo tegenwoordig eerder met folk associëren dan met jazz, dat was in de beginjaren van de jazz geheel anders, blijkt voor dit trio geen enkel probleem. Opener ‘Labyrinth’ balanceert mooi tussen de beide werelden. Een klein verhaal, met prachtig melodisch spel van Spreng. ‘dear niece thelma’, een compositie van Sauzereau laat horen dat ook hij dat verhalende beheerst. En let hierbij vooral op de samenwerking tussen gitaar, banjo en basklarinet, Sprengs pianospel subtiel ondersteunend. Verhalen kun je op meerdere manieren, de sfeer in ‘I found the letter hidden forty years ago under the sink’ is dan ook geheel anders dan de vorige twee stukken, met name het felle gitaarspel van Sauzereau en het gebruik van noise werken hier sterk ontregelend. Grote spanning ook in ‘danièle’, hier is het de elektronisch voortgebrachte klankmist halverwege die zich laat gelden. ‘Six’, een stuk van Spreng, valt met name op door het ritmische spel van Sauzereau. ‘Two is not an army’ en ‘platform five’ vallen dan weer op vanwege de meeslepende ritmiek, van die deuntjes die je doen meedeinen in je stoel. Het nog geen minuut durende titelstuk ‘Sister Juniper’ en ‘Behind the barn grew three little trees’, met een grote rol voor de banjo, verraden dan weer de folkinvloeden. Bijzonder is ook ‘péréphérie’ waarin Spreng meerdere keer met ruwe uitbarstingen de liefelijke melodie van Sauzereau en Giongrandi verstoort.
