Bassist Claude Meier en toetsenist Fabian M. Müller zijn de twee verbindende figuren op deze twee Cd’s van jazz uit Zwitserland. We horen ze samen in het kwintet Garn, waarvan een paar maanden geleden bij Rabbit Hill Records het album ‘Loopwheel’ verscheen en dat verder bestaat uit tenorsaxofonist Marc Stucki, gitarist Urs Müller en drummer Christoph Steiner en als leden van het trio van drummer Gilbert Paeffgen waarvan eind vorig jaar ‘Der Mann auf dem Trampolin’ uitkwam bij hetzelfde label.
Garn bestaat sinds 2020 en bracht in 2022 zijn debuutalbum uit, ’to the sun’, ‘Loopwheel’ is hun tweede wapenfeit, naast natuurlijk de nodige optredens. Het album vangt aan met ‘Sikke’, waarin direct de wat ongewone percussie van Steiner opvalt, waarna Stucki met de melodie volgt. Het lijkt het intro tot vrij melodieuze jazz, maar de schijn bedriegt, want die momenten worden afgewisseld met meer rauwe, ontregelende klanken. Een belangrijke rol daarin speelt gitarist Müller, met verderop een heerlijk dwarse solo. Tegen het einde ontspoort dit nummer helemaal waarna een laatste minuut volgt met een opvallend slome ritmiek. Ook in ‘Durchzogen’ zet Steiner de toon met fris slagwerk, waarna we Stucki en Fabian M. Müller horen met wederom fraai spel. En dan blijkt dat de taakverdeling die we in ‘Sikke’ al zagen wordt doorgezet: Stucki zorgt voor de harmonie, Urs Müller voor de ontregeling. Meier opent het titelstuk ‘Loopwheel’ met een langzame, doordringende solo op contrabas, het begin van een opvallend gavarieerd stuk. Het begint als een ballade waarin Stucki’s kwaliteiten volop tot uiting komen en waarbij we een zachte, omfloerste toon horen, mooi begeleid door Fabian M. Müller op de Fender Rhodes. Halverwege komt er echter meer dynamiek en horen we ook de andere kant van Stucki, die van een blazer met meer kracht, al blijft de harmonie altijd aanwezig. ‘Raffer’ kenmerkt zich door het gitaarspel van Urs Müller, hier opvallend ingetogen klinkend. Opvallend ingetogen klinkt ook ‘Positive Thread’, met name het pianospel valt hier op en verderop de bijdrage van Stucki. Onze gitarist gooit echter aan het begin van ‘La Bestia’ de beuk er weer in. Dan klinken er stemmen, van wie? Geen idee, maar het maakt dit stuk wel tot het meest spannende van het album. Het laatste stuk ‘Beat The Coin’ is dan weer veel afwisselender, hierin komt alles van dit gevarieerde album samen.
Wat het meest opvalt aan ‘Der Mann auf dem Trampolin’ en we horen het al direct in de opener ‘Glockenship’ is het gebruik door Paeffgen van de cinbalom, in het Nederlands ook wel een hakkebord genoemd, een instrument dat in de jazz zelden te horen is. Dat ‘Glockenship’ is verder overigens een krachtig ritmisch stuk, waarin we ook Müller opvallend percussief bezig horen. We hebben hier duidelijk niet met een traditioneel pianotrio van doen, wellicht ook wel doordat de leider hier de drummer is en niet de pianist. Hij zet ook in het rustige ‘Glück’ en het experimentele ‘Meistens Jetzt’ op opvallende wijze de toon. In die laatste overigens ook een mooie bijdrage van Meier. Die cimbalom horen we opvallend goed in ‘So So Zäuerli’, dat mede hierdoor een opvallend stuk is. In ‘384’, ‘Offene Schachtel’ en ‘African Flower’ is Müller de bepalende musicus, in ‘384’ legt hij schitterende patronen op het langzame ritme van Meier en Paeffgen; in ‘Offene Schachtel’ horen we hem met meer ingetogen bewegingen en in ‘African Flower’ valt zijn dwingend stuwende spel op. Overigens valt in ‘Offene Schachtel’ ook zeker de bijdrage van Meier op en de solo van Paeffgen. En soms doet de muziek van dit trio me ook wel wat denken aan die van het Australische The Necks’, zeker in het repetitieve ‘Die Strenge Kammer’, het titelstuk ‘Der Mann auf dem Trampolin’ en het slotstuj ‘Golden Hour’.
Beide albums zijn (deels) te beluisteren en te koop via Bandcamp:
