Slechts drie willekeurige composities staan in deze recensie centraal. Ze illustreren het nog steeds toenemende gebruik van elektronica binnen de hedendaags gecomponeerde muziek: Fausto Romitelli’s uit 2003 stammende opera voor ensemble en video ‘An Index of Metals’ is te vinden op het gelijknamige album, verschenen bij Kairos en ‘528Hz 8va’ en ‘Noctilucent – I’ van Ying Wang staan op het bij hetzelfde label verschenen ‘RE: Wilding’. In alle drie de gevallen gaat het om de combinatie akoestische instrumenten en elektronica. Romitelli koos voor de combinatie van ensemble en elektronica, aangevuld met een sopraan; Wang voor enerzijds een symfonieorkest en anderzijds een tweehoornige trompet. Het zijn mooie illustraties bij het bij Wolke Verlag verschenen ‘Performing Live Electronic Music’, onder redactie van Germán Toro Pérez, Lucas Bennett & Jorn Peter Hiekel, de weerslag van een onderzoeksproject bij het Institute for Computer Music and Sound Technology, onderdeel van de Zürcher Hochschule der Künste.
Het boek gaat uitgebreid in op de uitvoeringspraktijk van het werken met elektronica binnen (met name) de hedendaagse gecomponeerde muziek. Niet alleen in combinatie met akoestische instrumenten, al blijkt dat wel de meest uitdagende. Voor de lezer die niet ook actief is als uitvoerend musicus, waar ondergetekende toe behoort, gaat er een wereld open. Als luisteraar – en zeker bij het beluisteren van een Cd is dat het geval – besef je immers nauwelijks wat er allemaal bij komt kijken om die noten tot klinken te brengen. Het begint al met die partituur, hoe verwerk je daar al die instructies in? Zodanig dat het ook straks, als de componist het niet meer zelf kan doorgeven, nog uit te voeren is? En hoe zit het met de apparatuur, die op het moment van gebruik al bijna verouderd is? Menig ‘klassiek’ stuk uit de jaren ’50 en ’60 van de vorige eeuw, en het boek bevat daar mooie voorbeelden van, is nu al nauwelijks meer uit te voeren. Ik lees in het boekje bij ‘An Index of Metals’ niets over deze uitdagingen, maar ook hier moet dit in enige mate gespeeld hebben. En hoe zit het met de integratie tussen akoestische instrumenten en elektronica? Dat blijkt allemaal nog niet zo eenvoudig. En wat als de apparatuur weigert?
Waar in het boekje bij Romitelli’s compositie wel aandacht voor is en dat is ook een belangrijk element in het boek, is dat de uitvoeringspraktijk voorgoed veranderd is. Musici krijgen veel diverse rollen, de rol van de dirigent wordt een geheel andere en in veel hedendaagse stukken speelt theater een vrij grote rol. Thomas D. Moore, onder andere trombonist bij het Belgische Nadar Ensemble staat daar in zijn bijdrage uitgebreid bij stil aan de hand van een aantal composities die ook hier aan bod kwamen, waaronder ‘Ghost of Dystopia’ van Alexander Khubeev en ‘Generation Kill’ van Stefan Prins. Agostino Di Scipio noemt dat in zijn voortreffelijke bijdrage een ‘performance ecosystem’: “is not just a set of seperately active systems and processes, but a bundle of mutually entangled physical and cognitive relationships of human and nonhuman entities arranged so as to yield a hybrid embodiment of multiple, inter-dependent agencies”. Als luisteraar van een Cd krijg je daar vanzelfsprekend lang niet alles van mee. Veel hedendaags gecomponeerde muziek en de hiergenoemde stukken zijn daar prachtige voorbeelden van, komen eigenlijk pas echt tot hun recht bij een live uitvoering. Zo mis ik bij ‘An Index of Metals’ de videobeelden. En hoe prachtig het AltreVoci Ensemble, onder leiding van Marco Angius en de sopraan Livia Rado ook klinken, het blijft een gemis. Wat overigens geenszins wil zeggen dat deze uitgave overbodig is, in tegendeel.
Een bijzondere uitdaging zit in die stukken die gecomponeerd zijn voor één uitvoerder die zowel een akoestisch instrument bespeelt, bijvoorbeeld Marco Blaauw in het stuk van Wang, als de elektronica bedient. Een gegeven waar de saxofonist Joan Jordi Oliver Arcos in zijn bijdrage in ‘Performing Live Electronic Music’ op ingaat. Want: “the audience should perceive a close relationship between the acoustic instrument and the electronic sounds”. En hoe dat tot stand komt is aan de musicus. En of deze nu werkt met een vooraf opgenomen klankstuk of dat het live wordt geproduceerd, doet hiertoe niet ter zake, louter het resultaat telt. De hoofdbrekens die dit een musicus kost en Arcos geeft daar een mooi inkijkje in, doet voor ons luisteraars nauwelijks ter zake. En dan nog even naar Wang. Wat bij ‘528Hz 8va’ met name opvalt is de rol van de minimoog en duidelijk naar popmuziek verwijzende klanken die Sebastian Berweck hieruit tevoorschijn tovert, het is een ander element wat nog niet aan bod kwam: de componisten trekken zich ook steeds minder aan van de grenzen tussen de diverse genres met spannende gevolgen. Het stuk van Romitelli is er een voorbeeld van, evenals deze composities van Wang. En prachtig hoe ze het integreert met het typische hedendaagse idioom, hier verklankt door het SWR Symphonieorchester, onder leiding van Gregor A, Mayrhofer.
Beide albums zijn te beluisteren via Spotify:
