Het Orgel Trio, afgekort HOT, bestaande uit klarinettist Steven Kamperman, organist Berry van Berkum en bassist Dion Nijland, sloot op zijn eerste twee albums, ‘Bird and Beyond’ en ‘Reflections of Duke’ nog goed aan op de jazztraditie, met hommages aan Charlie Parker en Duke Ellington. Met ‘Sweelinck – New Jazz from the 17th Century’ uit 2013 kwam hier verandering in. Een album dat zowel voor de jazzliefhebbers als die van klassieke muziek interessant was en waar vooral het kerkorgel dat Van Berkum bespeelt uitstekend tot zijn recht kwam. Stil zat het trio niet en met het vorig jaar wederom bij Zennez Records verschenen ‘Colors of Hendrix’ zetten ze weer een stap verder: een ode aan de muziek van Jimi Hendrix.
Allerminst voor de hand liggend dit album. Hendrix zette als geen ander de elektrische gitaar binnen de popmuziek op de kaart maar alles wat we in dit trio, met cellist Pau Sola Masafrets uitgebreid tot kwartet, tegen komen, geen gitaar. Wel snaren dus, die van de contrabas en die cello en aardse geluiden van dat kerkorgel, maar niet die alles verwoestende gitaarklanken van Hendrix. Kan dat? Voldoet dat? Ja en nee, zou ik zeggen. Als je bereidt bent om wat je weet van de originele stukken los te laten en het kunt zien als louter composities, heel bijzondere composities overigens, dan is dit eigenlijk een heel boeiend album. Ben je echter een purist een echte rockliefhebber, idolaat van deze gitarist, dan zou ik me er niet aan wagen, het instrumentarium staat daarvoor te ver af van wat je gewend bent. HOT is zich bewust van dit ongemak. De tekst n het boekje stelt niet voor niets direct “One might call us crazy for performing the work of Jimi Hendrix – a man known for his blisteringly loud, amplified guitars – using only acoustic instruments in a serene church.”

Nu behoor ik zelf tot de eerste categorie liefhebbers en vind ik dat iedere musicus, ook a bespeelt hij of zij ook nog eens een ander instrument dan in het origineel, alle recht heeft om buiten de gebaande paden te treden. En mits dat goed gebeurt, iets wat hier zeker het geval is, kan dat heel bijzondere dingen opleveren. Neem opener ‘Fire’ waarin die beide strijkers aan het begin uitstekend de broeierige sfeer weten te pakken. Dat terwijl het verderop pas echt boeiend wordt als Kamperman zich laat gelden met zijn klarinet, een instrument dat je al helemaal niet associeert met Hendrix. Bekende stukken natuurlijk ook, waardoor je helemaal goed kunt horen hoe creatief deze heren zijn. ‘Hey Joe’ wordt hier een tijdloze ballade, waar mede door het gebruik van dat kerkorgel voor mij nog een beetje Sweelinck in doorklinkt. En het blijft natuurlijk een jazztrio, iets waar ‘The Wind Cries Mary’ en ‘Magic Castle’ volop van getuigen. En prachtig die bijdrage van Masafrets in dit laatste stuk. Eén van Hendrix beroemdste stukken is ‘Purple Haze’, hier met een schitterende, diep doorleefde solo van deze zelfde cellist, Omgeven door uiterst effectieve stiltes bouwt hij die oh zo beroemde muzikale patronen uit. Dan horen we verderop Nijland en Van Berkum en krijgt de muziek meer gewicht. Aan het begin van ‘Foxey Lady’ horen we uitgebreid Nijland met zijn ritmische spel en verderop Kamperman in een heerlijk overstuurde solo. Bijzonder geslaagd vind ik ook ‘Burning of the Midnight Lamp’ en ‘Manic Depression’ en dan met name vanwege het stomende orgel van Van Berkum, dat we eigenlijk veel te weinig horen in dit type muziek, maar dat daar uitstekend geschikt voor blijkt te zijn. Die andere klassieker, ‘Voodoo Chile’, ook weer op zeer originele wijze vertolkt, mag het album afsluiten.
