Paradox, Tilburg – 5 december 2025
Veertig jaar geleden verhuisde het Nijmeegse filmhuis O42 naar een nieuwe locatie, het werd een echte bioscoop en de naam veranderde in Cinemariënburg. Ter gelegenheid van die gebeurtenis organiseerde dit nieuwe filmhuis een filmfestival rond de Italiaanse componist Federico Fellini die voor zijn muziek samenwerkte met de componist Nino Rota. Saxofonist Bo van de Graaf, die al sinds eind jaren ’70 weg was van diens muziek en het filmhuis vaak bezocht, werd gevraagd of hij iets met de muziek kon doen. Dat was niet tegen dovenmansoren gezegd en Van de Graaf stelde een septet samen dat gaandeweg zou uitgroeien tot I Compani, een baanbrekend en bijzonder eclectisch gezelschap dat de komende decennia een unieke plek zou gaan innemen in de Nederlandse jazz. Nu veertig jaar later vindt Van de Graaf het tijd voor iets anders en onder de titel ‘Basta!’ trekt I Compani langs de podia om afscheid te nemen van alle fans, op Sinterklaasavond bijvoorbeeld in het Tilburgse Paradox. Ter gelegenheid van dit afscheid kwam er ook een prachtig boek uit: ‘Veertig jaar I Compani’, met daarin de verhalen van Van de Graaf, opgetekend door Tom Beetz, overigens ook nog eens voorzien van een goed gevulde CD’.
Een greep in de Cd’s van de afgelopen jaren maakt goed duidelijk hoe divers Van de Graafs muzikale smaak is en hoe veelzijdig de aanpak van dit steeds in wisselende bezettingen opererende gezelschap. Stukken van Nino Rota natuurlijk, met die circusachtige, vrolijk opzwepende klanken, iets waar Van de Graaf duidelijk veel mee heeft, maar ook bewerkingen van andere filmklassiekers als ‘Jour de fete’ en ‘Mon Oncle’ van Jacques Tati en ‘Et Dieu… créa la femme’ van Roger Vadim, dat ook tijdens het concert in Paradox klonk. Verder mag hij graag bekende klassieke composities als Maurice Ravels ‘Bolero’, Joaquin Rodrigo’s ‘Concerto d’Aranjuez’ en fragmenten uit Italiaanse opera’s uitvoeren, put hij uit de rijke jazztraditie en heeft hij natuurlijk ook zelf de nodige compositie gecomponeerd.

De gemeenschappelijke rode draad en we horen het in Tilburg duidelijk terug, is die liefde voor film en theater, voor circus en variété. Het is muziek waarin vrolijkheid voorop staat, al schuwt Van de Graaf de melancholie geenszins. Maar altijd zijn de emoties wat uitvergroot, vaak tegen het theatrale aanschurend. En tegelijkertijd is het altijd jazz, ook als het om bewerkingen gaat van stukken die we normaal gesproken van een ander etiket voorzien, zoals die bewerkingen van klassieke stukken. Dus horen we hier in Paradox pure jazz, zoals het door John Coltrane geïnspireerde ‘Shinjuku’ uit 1975 – het was daar waar Coltrane op 22 juli 1966 speelde, de opnames staan op ‘Live in Japan’ – en het op een melodie van pianist Dollar Brand, die later de naam Abdullah Ibrahim aannam, gebaseerde ‘Brand’ via duidelijk door de muziek van Rota beïnvloede eigen composities als ‘Sogni d’oro’ naar prachtig eigenzinnige versies van muziek bij films als Fellini’s ‘Il Bidone’ en ‘Casanova’ en Vadim’s ‘Et Dieu… créa la femme’. Maar niet alleen de muziek is bijzonder, ook de bezetting is er één die we binnen de jazz niet zo vaak tegenkomen, want naast Van de Graaf zelf op tenor- en sopraansax, Leo Bouwmeester op piano en keyboards, Arjen Gorter op bas en Rob Verdurmen op drums treffen we hier in Tilburg Michel Mulder op bandoneon, Maripepa Contreras op hobo en Friedmar Hitzer op viool. Een bezetting die zich prima leent voor deze muziek.

Maar de concerten tijdens deze afscheidstournee, met ook weer iedere keer een andere bezetting, zijn slechts een slap aftreksel van alle projecten die Van de Graaf met I Compani in de afgelopen veertig jaar neerzette. Lees het boek ‘Veertg jaar I Compani’ en je kunt niet anders dan met verbazing kijken naar de tomeloze energie van deze saxofonist, die zich gaandeweg ontpopte als een organisator van formaat. Theater, film, circus, variété, dans, werkelijk alles trok hij in de loop der jaren uit de kast, steeds zijn grenzen verleggend. Met als rode draad datgene wat hij reeds in de inleiding stelt: “In een totale vrijheid je eigen weg vinden en bedenken of je met al die brokstukken muziek die je op je weg tegenkomt een verhaal kunt maken waarin duidelijk wordt wie je bent”. Dat het in die veertig jaar niet altijd over rozen ging, moge duidelijk zijn. Ook daar getuigt dit boek van, het is niet alleen een project bedenken, het moet ook nog uitgevoerd worden, verkocht, bemenst. Achterin staat een lijst met musici waar Van de Graaf in die veertig jaar in zijn club heeft gehad. Ik tel er 98 (!) waaronder heel veel bekende namen. En dan hebben we het nog niet eens over de componisten, arrangeurs, technici, auteurs, regisseurs en wie je bij dit soort complexe projecten nog meer dient in te zetten.
En ook al die samenwerkingen liepen vanzelf niet niet altijd gesmeerd, kunstenaars zijn vaak behoorlijk eigengereide mensen en lang niet altijd bereid overal in mee te gaan. En dus waren er ook binnen I Compani regelmatige verschillen van mening en zelfs conflicten. Het siert Van de Graaf dat hij ook diverse mensen waar hij in de loop der jaren mee samenwerkte hun zegje in het boek laat doen. En die zijn lang niet altijd onverdeeld enthousiast over hun periode bij I Compani. Maar ook dat hoort erbij. I Compani was en is hoe dan ook een begrip, een absoluut grensverleggend instituut binnen de Nederlandse jazz. Hopelijk bedenkt Van de Graaf zich nog en gaat hij gewoon door. Een afscheidstournee wat geen afscheidstournee blijkt te zijn, het komt gelukkig vaker voor.
