De Munt, Brussel – 6 mei 2026

Geweld tegen vrouwen, gelukkig komt er steeds meer verzet tegen. Al blijft iedere vaak traumatische gebeurtenis er één te veel. Dat het geweld van allen tijden is. doet aan de ernst niets af, maar laat veeleer zien dat we nog een lange weg te gaan hebben. Ik kom op deze regels naar aanleiding van de wereldpremière in De Munt van ‘Medusa’, de nieuwe opera van de voor mij onbekende Iain Bell, op een libretto van Lydia Steier die ook voor de regie tekent. Zonder meer een meesterwerk, even los van deze actuele problematiek. Medusa, een figuur uit de Griekse / Romeinse mythologie, wordt slachtoffer van een verkrachting. Zeventien jaar later kiest ze voor een zelfgekozen dood, haar trauma kwam ze nooit te boven. Claudia Boyle maakt als Medusa dat voor ons inzichtelijk, ondersteund door een prachtig libretto en schitterende muziek, in handen van het zoals altijd voortreffelijk spelende Symfonieorkest van de Munt, hier onder leiding van Michiel Delanghe.
Medusa woont met haar twee oudere zussen, Stheno en Euryale, op een niet nadergenoemde plaats ergens aan de kust. Ze is een nakomertje want die twee zussen hebben haar opgevoed, ouders zijn niet in beeld. Medusa is nog maar een tiener, een beetje naïef. Want wij horen vanaf het allereerste begin het smachtende gezang van de zeegod Poseidon, indrukwekkend verklankt door het koor en mooi samenvallend met de orkestklanken. Ook haar zussen worden het gewaar, Medusa niet. Voor haar veiligheid sturen ze haar, tegen de zin van Medusa, naar de tempel van de godin Athena. Maar zoals Medusa later stelt “what the Gods want, the Gods get”. En ja, Poseidon weet haar te vinden in de tempel, waar zij in haar eentje moet waken over het vuur. Hij verkracht haar op wrede wijze en weet daarna nog even op te merken, terwijl hij zijn jasje weer aantrekt: “Don’t cry, not every girl is chosen. Stop crying now. Don’t be ungrateful”. Als de volgende ochtend Athena verschijnt, denkt Medusa dat ze eindelijk haar verhaal kwijt kan. Niets is minder waar. Het enige waar de godin aan kan denken is aan haar ontheiligde tempel. Verkracht? Hoezo? Medusa had dit al lang aan kunnen zien komen! Athena straft alle dienaressen, maar Medusa het meest: in plaats van haren komen er slangen uit haar hoofd, die haar met hun gesis iedere nacht uit haar slaap houden en iedere man die ze aankijkt zal veranderen in steen. Met die wetenschap gaan we de pauze in. De overeenkomst met het heden is treffend. Of het nu goden zijn of mannen met macht, beiden denken dat ze alles kunnen en alles mogen en ja, als meisje moet je blij zijn met alle aandacht en niet zeuren, zie Jeffrey Epstein als meest treffende voorbeeld. En de vrouwen? Als ze eveneens macht hebben, kiezen ze de kant van de dader, niet van het slachtoffer. Hun eigen positie staat immers op het spel.

En daar zit Medusa dan aan het begin van de tweede akte, te midden van versteende mannen, samen met haar twee zussen. De één dood iedere man die in haar buurt durft te komen, de ander probeert Medusa zo goed als mogelijk te troosten. Maar te troosten is Medusa niet meer, door wat haar is aangedaan door Athena, maar in de lezing van Steier vooral door die verkrachting. En dan verschijnt Perseus, zeer overtuigend neergezet door Josh Lovell, al is zijn bijdrage aan de opera vrij kort. Om de impact van Perseus’ komst goed te begrijpen, moeten we even terug naar Medusa’s jeugd. Poseidon hoorde ze niet, maar wat ze wel hoorde vanaf zee was een lied van een moeder die haar kind probeerde te troosten. Nu zoveel jaren later blijkt dit kind Perseus te heten en blijkt zijn moeder Danaë eveneens een slachtoffer van een verkrachting, in dit geval van Zeus – die overigens een hele serie verkrachtingen op zijn geweten had. Maar Danaë is wederom in moeilijkheden, want dreigt te moeten trouwen met een man waar ze niet van houdt. Het enige wat haar kan redden is het hoofd van Medusa, vandaar Perseus’ komst. Een mooie dialoog tussen de twee, waarbij ze angstvallig vermijden elkaar aan te kijken, volgt. Perseus krijgt door dat Medusa geen monster is, maar een vrouw met een diep trauma, een trauma dat hij herkent en Medusa beseft dat Perseus in staat is om haar uit haar leiden te verlossen, iets wat uiteindelijk ook gebeurt. Het hoogtepunt in deze opera. Twee mensen, beiden met traumatische ervaringen, die elkaar vinden in wederzijds begrip en zo tot een vorm van verlossing komen.

Een tekst die alles in alle eerlijkheid benoemt, die pijn doet en snijdt in de ziel, dat staat op het conto van Steier. Haar debuut als librettist is meer dan geslaagd. En haar regie staat eveneens als een huis. Sober, angstaanjagend – zeker in het tweede deel. En dan is er die fantastische muziek van Bell. Grillig, diep doorleefd, verontrustend, met een opvallend grote rol voor het slagwerk en veel ruimte voor opvallend klassiek aandoende zang, vrij uniek voor een hedendaagse opera. Bijzonder toegankelijk allemaal, zonder dat het ten koste gaat van de diepgang binnen het stuk.
Bekijk hier een video over het ontstaan van de opera:
