Isang Yun – Complete Works for Violin Solo and with Piano (Cd Recensie)

Toen Isang Yun in 1917 ter wereld kwam, was Korea nog een kolonie van Japan. Dat is ook waar hij ging studeren, in Tokyo en Osaka. In de jaren ’40 van de vorige eeuw ging hij terug om tegen de Japanse overheersing te vechten. In 1956 ging hij naar Europa, eerst naar Parijs en later naar Berlijn, waar hij tot aan zijn dood in 1995 zou wonen. In die decennia groeide hij uit tot één van de belangrijkste componisten van zijn generatie. Ik vertel dit omdat er een Cd in mijn speler zit met de drie stukken die hij in die jaren componeerde voor solo viool en de twee stukken voor viool en piano. We horen de violiste Yezu Woo en de pianist Tomoki Park op dit bij Kairos Music verschenen ‘Complete Works for Violin Solo and with Piano’.

Het album begint met het eerste stuk voor solo viool, het uit 1976 stammende ‘Königliches Thema’. De titel ontleende Yun aan het ‘Thema Regium’, uit het ‘Musikalischen Opfer’ van Johann Sebastian Bach. Yun verweeft Bachs klanken, je hoort zonder meer die invloed, met het twaalf-toonsstelsel en met de muziek uit zijn vaderland tot een boeiend, introspectief geheel. De uit vijf delen bestaande cyclus ‘Li-Na im Garten’ componeerde Yun half jaren ’80 voor zijn kleindochter Li-Na Chen. In ieder deel staat een dier centraal. Het eerste deel ‘Die hungrige Katze’ begint vrij traditioneel westers, maar ontpopt zich al snel tot een typisch Yun patroon, waarin westers en oosters samengaan. Prachtig ook hoe hij ‘Das Kaninchen’ vormgeeft, met pizzicato spel en andere speelse technieken, je ziet hem huppelen door het gras. ‘Das Eichhörnchen’ klinkt zo mogelijk nog levendiger, de noten schieten voor je ogen weg en ook hier vraagt Yun weer een volledige beheersing van het instrument. Woo weet er echter uitstekend raad mee en werkt zich met veel souplesse door de noten. Met ‘Der Boxer von nebenan’ doelt Yun op de hond van de buren die hem steeds stoorde tijdens het componeren. Boeiend hoe hij blaffen weet te verklanken middels de viool. ‘Das Vögelchen’ is de laatste van deze wonderlijke cyclus en ook hier slaagt Yun er uitstekend in om de werkelijkheid middels klank te benaderen. Aangezien Yun deze cyclus voor zijn kleindochter componeerde, is het ook uitstekende muziek om kinderen kennis te laten maken met klassieke muziek. Yun’s derde stuk voor viool solo stamt uit 1987 en is getiteld ‘Kontraste’. Bij Yun is dat, gezien zijn taoïstische overtuigingen nooit een kwestie van zwart – wit. Het eerste vangt aan met langzaam en geconcentreerd pizzicatospel dat Yun verderop contrasteert met legato spel, terwijl het in het tweede deel gaat om het contrast tussen een zangerige melodie en pure klank.

Isang Yun. Foto: Neos.

‘Gasa’ voor viool en piano stamt uit 1963 en is het oudste stuk op dit album. De titel verwijst naar een literaire vorm uit het zestiende eeuwse Korea, waarbij verzen werden voorgelezen en waarschijnlijk ook gezongen. Yun trekt die lijn hier door, waabij het nu echter de viool is die ‘zingt’, terwijl de piano begeleidt. Yun spreekt zelf over: “Gegensätze wie rein und derb, fern und nah, hell und dunkel. ‘Gasa’ lebt im Raum. Es gibt keine Zeitbedrängnis, der Moment ist Raum und der Raum ist unendlich, in der Mitte gibt es dramatsiche Entwicklungen”. En ja, dat laatste maakt dit stuk extra spannend, die stevige contrasten tussen de klank van de viool en die van de piano. Yun is reeds ziek als hij in 1991 zijn uit twee delen bestaande  vioolsonate componeert. De twee delen zijn weer in drie segmenten te verdelen. We beginnen opvallend heftig met botsende klanken tussen de viool en de piano. Aangezien dit een sterk autobiografisch werk is, zou het kunnen dat Yun hier naar zijn jeugd verwijst. Gedurende het eerste deel neemt de dynamiek wat af en in het midden horen we een prachtig harmonieuze samenhang tussen de beide instrumenten. Het tweede deel klinktt uiterst ingetogen, met een ietwat weemoedige melodie op de viool, bescheiden ondersteund door de piano.