Jörg Widmann dirigeert Beethoven en zichzelf (Concert Recensie)

Concertgebouw, Amsterdam (NTR ZaterdagMatinee) – 25 april 2026

Jörg Widmann voor de Berliner Philharmoniker. Foto: Frederike van der Straeten

Componisten reageren op elkaar, dat is bekend. Zo componeerde Jörg Widmann in 2008 ‘con brio – concertouverture voor orkest’ met de zevende en achtste symfonie van Ludwig van Beethoven in gedachten. Dat was overigens ook de opdracht: het stuk zou als onderdeel van een Beethoven programma worden uitgevoerd – iets soortgelijks deed het Belgian National Orchestra in het seizoen 2018-2019. Gisteren stond het dan ook op het programma bij het NTR ZaterdagMatinee, uitgevoerd, door het Radio Filharmonisch Orkest met Widmann zelf als dirigent, samen met die zevende van Beethoven en de voor mij onbekende ‘Symfonische serenade’ van Erich Wolfgang Korngold uit 1947-48. Een stuk waar Widmann duidelijk enthousiast over is en dat hij onlangs ook op Cd opnam.

Of Beethoven door de blender is gehaald, zo klinkt dat ‘Con Brio’ in een bezetting nagenoeg gelijk aan die Beethoven voor zijn symfonieën inzette. We beginnen met pauken en horen al snel sis-geluiden, iets dat duidelijk niet bij Beethoven past, maar dan even later gevolgd door klanken die ons veel bekender zijn. En gaat dat aanvankelijk nog vrij fragmentarisch en terloops, gaandeweg worden de meer klassieke frases langer. Prachtig hoe Widmann in dit stuk de muziek van Beethoven als uitgangspunt neemt en er een volledig eigen draai aangeeft, bewijzend dat deze muziek er nog altijd toe doet en prima als uitgangspunt kan dienen voor een meer hedendaagse klankwereld.

Lize en Erich Wolfgang Korngold keren terug naar Europa.

Die Symfonische serenade van Korngold is een ware verrassing. Hij keerde na de oorlog terug vanuit de VS naar zijn geboorteland Oostenrijk, dat hij ontvlucht had voor de nazi’s en verwisselde het componeren voor films voor het schrijven van orkestwerken, terug naar zijn oude stiel. Maar wat is die invloed van filmmuziek in dit voor Korngold zeer persoonlijke stuk – hij schreef het voor zijn vrouw Luzi, “my beloved, best friend” – goed terug te horen! Opvallend beeldend klinkt dit stuk voor strijkorkest. Die bijna romantische melodie aan het begin van het eerste deel, ‘Allegro moderato, semplice’ laat bovendien horen dat de ontwikkelingen binnen de hedendaagse gecomponeerde muziek in de eerste helft van de vorige eeuw grotendeels aan hem voorbij gingen. De violen zijn hier leidend, waarna de sfeer geleidelijk overgaat naar meer dramatiek. Bijzonder is het tweede deel, ‘Intermezzo: Allegro molto’. Het wordt vrijwel geheel pizzicato gespeeld door alle strijkers en dan ook nog eens in een razend tempo. Slechts twee keer wordt dat onderbroken door vrij ijle klanken, klanken die je krijgt als je de viool sul ponticello bespeeld, op de snaren bij de kam. Zeer intens klinkt het ‘Lento religioso’, mede door de wijze waarop Widmann het orkest dirigeert. Vrij donkere lijnen en een spanningsboog die in alles aan filmmuziek doet denken. Het gaat naadloos over in het laatste deel, ‘Finale: Allegro con fuoco’, dat in alles een finale is. Opvallend dynamische patronen, een stuwing aan klanken. Zinderend en vol vuur naderen we een overweldigende climax,

Blijft over die zevende symfonie van Beethoven die natuurlijk buiten de scope van deze blog valt, maar wat tijdens dit concert wel duidelijk wordt, bij Widmann in uitstekende handen is. Spelend met een klein orkest, zoals gebruikelijk in Beethovens tijd, brengt hij dit overbekende werk alsof de inkt nog nat is. Prachtig hoe hij met zijn grenzeloze enthousiasme dit orkest volledig weet mee te krijgen in een zinderende uitvoering met het derde deel, het ‘Presto’ als hoogtepunt.

Zoals altijd is het concert hier te beluiseren.