Julia Hülsmann Quartet – Under the Surface / Julia Hülsmann Octet – While I Was Away (CD Recensie)

Onlangs trad de Duitse pianiste Julia Hülsmann met haar kwartet op in het Tilburgse Paradox. Ik had mijn kaartje reeds in huis maar de griep gooide helaas roet in het eten. En dus vindt u hier louter mijn mening over het vorig jaar bij ECM Records verschenen album ‘Under the Surface’. In de tussentijd heeft Hülsmann echter geenszins stil gezeten want met haar octet bracht ze zojuist bij hetzelfde label ‘While I Was Away’ uit. Opvallend is dat Hülsmann de enige constante factor is op beide albums. Het kwartet bestaat verder uit tenorsaxofonist Uli Kempendorff, bassist Marc Muellbauer en drummer Heinrich Köbberling en kent als gast de trompettiste Hildegunn Øiseth, wat dit eigenlijk tot een kwintet maakt, terwijl het octet bestaat uit de vocalisten Aline Frazäo, Live Maria Roggen en Michael Schiefel, violiste Héloïse Lefebvre, celliste Susanne Paul, bassiste Eva Kruse en Eva Klesse achter de drums, op Schiefel na allemaal vrouwen dus, iets wat we binnen de jazz niet zo vaak tegenkomen.

Hülsmann komt uit Bonn, verhuisde in 1991 naar Berlijn om jazzpiano te gaan studeren aan de Universität der Künste, onder andere bij Walter Norris, Aki Takase en David Friedman en trok aansluitend naar New York om te studeren bij Richie Beirach en Maria Schneider. Ze studeerde af in 1996 met een scriptie over vrouwelijke jazzpianisten. In 2000 bracht ze haar eerste album uit en sinds 2008 doet ze dat bij ECM Records, waarbij de teller inmiddels op elf staat. In haar stijl hoor je zeker de invloeden van de hierboven genoemde leraren terug, maar ook de klassieke traditie waar ze ooit als elfjarig meisje mee begon. En verder valt op deze albums de voorliefde voor lyriek, sterke melodieën en poëzie op, eveneens inmiddels een handelsmerk te noemen – ik stond er eerder bij stil aan de hand van een ander album van haar kwartet. Een ander kenmerk is dat Hülsmann aan de ene kant een duidelijk eigen stem heeft, maar dat ze anderzijds ook heel goed anderen de ruimte kan geven. Zo zijn op ‘Under the Surface’ slechts vijf van de tien composities van haar hand en ook op de stukken die wel van haar hand zijn, speelt ze lang niet altijd de hoofdrol. Reeds in de opener ‘They Stumble, They Walk’ horen we dat mooi terug, Hülsmann is zeker te horen, met vederlicht pianospel zet ze de melodie neer, maar zonder die belangrijke partij van Kempendorff zou het een heel ander stuk geworden zijn. Maar natuurlijk, voor je groepen vraag je musici die qua stijl aansluiten bij wat jij voor ogen hebt, het blijkt sterk uit ‘May Song’, een stuk van Kobberling en ‘Second Thoughts’ van Muellbauer, beiden ingetogen, opvallend lyrische composities waarin Hülsmann te horen is met opvallend dienend, maar kleurrijk spel. Op ‘Bubbles’ horen we Øiseth in een prachtige solo en samen met Kempendorff in aantrekkelijk duospel. Muelbauers ‘Nevergreen’ is één van de wat meer fellere stukken, met onder andere krachtige bijdrages van de beide blazers. Een ander fijn stuk is het met nog geen drie minuten veel te korte ‘Anti Fragile’, vooral die puntig swingende solo van Hülsmann had langer gemogen. ‘Trick’ en het titelstuk ‘Under the Surface’ zijn beiden van de hand van Hülsmann, een uitstekend componist betoont ze zich hier.

Hülsmann heeft zich altijd aangetrokken gevoeld tot gedichten. Toen ze in 2004 door het Weense Grabenfest gevraagd werd voor een stuk kwam ze dan ook met de uit vijf delen bestaande suite “Drei Farben Weiß”, waarin ze samenwerkte met zangeres en tekstschrijver Anna Lauvergnac en in 2006 bracht ze ‘Good Morning Midnight’ uit bij ACT, met daarop een aantal stukken op gedichten van Emily Dickinson, gezongen door Roger Cicero.  ‘While I Was Away’, ze was natuurlijk in Tilburg, is dus louter een volgende stap binnen de wereld van de vocale muziek. Het album begint met ‘Coisário de Imagens’, vanwege de duidelijke latin stijl, het is een stuk van Zélia Fonesca, met een tekst van Rosanna Tavares, een wat a-typisch stuk. En ondanks de prachtige cellosolo van Paul en de pianosolo van Hülsmann zeker niet het hoogtepunt van dit album. Nee, dan bevalt ‘Sleep’, wederom op een gedicht van Dickenson, mij beter. Ani DiFranco’s ‘Up, Up, Up, Up, Up, Up’ is, onder andere vanwege de klassieke jazz zang, één van de andere hoogtepunten op  dit sowieso bijzonder sterke album. Prachtig ook dat ‘Felicia’s Song’ van Roggen, één van de drie vocalisten op dit album. En niet alleen haar bijdrage is hier bijzonder, ook die van Hülsmann, een prachtig lyrische solo horen we hier. Bijzonder is ook ‘You Come Back’, op een tekst van Margaret Atwood. We horen hier heel duidelijk de invloed van Maria Schneider, bij wie Hülsmann ooit studeerde. En zo theatraal als dat het er in dit stuk aan toe gaat, zo intiem klinkt ‘Walkside’, met wederom een tekst van Roggen. Een prachtige, lyrische ballade. Zeer overtuigend en mooi ritmisch pianospel ook in ‘TicToc’, op een tekst van E.E. Cummings.