Keith Jarrett – The Old Country / New Vienna (CD Recensie)

Door een beroerte kwam er in 2018 onverwacht een einde aan de carrière van pianist Keith Jarrett. Een iconisch musicus die vele albums had uitgebracht bij ECM Records, zowel met zijn legendarische trio’s als solo. Zo nu en dan duikt er echter nog wel oud werk op. Zo verschenen onder de titel ‘The Old Country’ vorig jaar opnames van zijn trio met bassist Gary Peacock en drummer Paul Motian, gemaakt in 1992 in de Dear Head Inn – voor hem een dierbare plek, op zestienjarige leeftijd trad hij hier voor het eerst op – en verscheen dit voorjaar ‘New Vienna’ met solo opnames gemaakt in 2016 in de Goldener Saal van de Musikverein in Wenen. Er valt weer volop te genieten dus.

Direct al in Cole Porters ‘Everything I Love’, waarin Jarrett deze prachtige melodie met een duidelijk bluesgevoel neerzet, stomend begeleid door Peacock en Motian. Na een enthousiast applaus, het betreft hier liveopnames, klinken Peacock en Motian in al even levendige solo’s, slechts door een enkel akkoord van Jarrett begeleid. We horen Jarrett lange tijd solo in een andere klassieker ‘I Fall in Love to Easily’ van Jule Styne en Sammy Cahn. Uiterst trefzeker doseert hij hier de noten, geen noot meer spelend dan strikt noodzakelijk. Prachtig ook die bijdrage van Peacock verderop, die als geen ander in staat is om op zijn contrabas een gloedvolle melodie te spelen. Acht stukken bevat dit album, allemaal standards, een genre dat Jarrett graag met zijn trio beoefende. Thelonious Monks ‘Straight No Chaser’ kent Jarrett natuurlijk van buiten, dat is te horen aan de enorme drive waarmee hij deze overbekende compositie neerzet, heerlijk meezingend. Ik weet het, niet iedereen is daarvan gecharmeerd, maar ja, Jarrett is Jarrett en doet dus wat hij wil. Motian deelt felle, ritmische slagen uit en Peacock zet een uitstekende groove neer en natuurlijk vraagt ook dit nummer om enthousiaste solo’s. Slierten van noten aan het begin van Porters ‘All of You’, waardoor het enige tijd duurt voor je door krijgt welk stuk hij speelt. Pas gaandeweg openbaart zich de melodie. En ook nu duurt het enige tijd voor zijn kompanen aansluiten, maar dan krijgt het stuk ook definitief vaart. De wijze waarop met name Jarrett en Peacock ‘Someday My Prince Will Come’ spelen, is al even indrukwekkend. Dit stuk, met name bekend geworden door Miles Davis, krijgt hier een opvallend trefzekere uitvoering. Het titelstuk ‘The Old Country’ is van trompettist Nad Adderley, een mooi puntig stuk, prachtig hoe hij hier de noten doseert. ‘Golden Earrings’ valt met name op door de solo’s van Peacock en Motian waarna nog één klassieker volgt: ‘How Long Has This Been Going On’ van de Gershwin broers. Een passend slot van een bijzonder concert.

‘New Vienna’ is natuurlijk zo ongeveer het tegenovergestelde. Niet alleen horen we Jarrett hier solo, maar ook nog eens vrijwel volledig improviserend, zoals hij met zijn soloconcerten altijd deed. De opnames in Wenen, in juli 2016, maken deel uit van zijn laatste Europese tour. Eerder verschenen reeds de opnames van concerten in München, Budapest en Bordeaux. Negen titelloze stukken horen we hier en ja, toch ook nog een standard ter afsluiting: Harold Arlens ‘Somewhere over the Rainbow’. Maar eerst ander vuurwerk, beginnen met die gebroken ritmiek in het eerste deel, op grandioze wijze melodieus materiaal vermengend met abstracties. Swingen met een handicap, maar prachtig zoals hij hier de spanning opvoert. In het tweede deel neemt Jarrett even rust, de noten zorgvuldig doserend, waarna hij in het derde deel weer volop de ritmiek induikt, wederom de spanning zoekend. En ja, het vierde is weer vrij ingetogen, alleen nu ook sterk melodieus. In tegenstelling tot wat je nu zou verwachten, is het vijfde stuk ook vrij langzaam en vooral melodieus. Het ingetogen spel bevalt Jarrett, want ook voor het zesde stuk kiest hij voor bedachtzaamheid. Het zevende deel is wat dynamischer, het deel valt vooral op door het stuwende spel, nog versterkt door de zorgvuldige opbouw. En dan is het toch weer tijd voor wat meer tempo, blijf bij dit achtste stuk maar eens stilzitten, nog geen drie minuten, maar wat een swing. En let dan met name op de linkerhand. Aan het begin van het negende deel lijkt hij wederom voor een ballade te kiezen, maar niets is minder waar. Ook hier zoekt hij al snel de ritmiek. Eindigen doen we natuurlijk ingetogen, met die overbekende melodie van ‘Somewhere over the Rainbow’, meezingen mag.