Concertgebouw Amsterdam (ntr ZaterdagMatinee) – 30 mei 2026

Gisterenavond en morgen in De Doelen en vanmiddag in het Concertgebouw, dat laatste concert in het kader van het ntr ZaterdagMatinee, nam / neemt dirigent Lahav Shani na acht jaar afscheid als chef-dirigent van het Rotterdams Philharmonisch Orkest met een afwisselend programma waarin meerdere rode lijnen uit die acht jaar samenkomen. We hoorden hem vanmiddag zelf achter de piano dirigerend in een concertaria van Wolfgang Amadeus Mozart, opkomen voor nieuwe muziek met het gloednieuwe ‘Symfonisch gedicht, opus 16’ van Tsotne Zedginidze, aandacht besteden aan bijna vergeten Nederlandse componisten, in dit geval Johan Wagenaar en tenslotte afsluiten met een voorbeeld van het grote symfonische repertoire: de vierde symfonie van Gustav Mahler.
Mozart doet het natuurlijk altijd goed, ook de concertaria ‘Ch’io mi scordi di te?, KV 505’ die hij schreef voor de Engelse sopraan Nancy Storace die wat eerder afscheid nam dan Shani, namelijk in 1787. Ze ging terug naar Engeland na haar tijd in Wenen. Daar had ze onder andere de rol van Susanna vertolkt tijdens de première van ‘Le nozze di Figaro’ en Mozart mocht haar graag. Storace kon vanmiddag niet om duidelijke redenen en dus vertolkte Chen Reiss op gloedvolle wijze deze aria. En ja, het was leuk om Shani aan het werk te zien in zowel de rol van pianist als van dirigent. Nieuwe muziek dus van de Georgiër Zedgnidze, speciaal gecomponeerd voor dit concert. Hij studeert bij Jörg Widmann, niet de minste en deze jongeman wordt dan ook alom gewaardeerd. Wat ‘Symfonisch gedicht, opus 16′ allereerst duidelijk maakt, is dat hedendaags gecomponeerde muziek al lang niet meer staat voor experimentele muziek. Wat al een aantal jaren aan de gang is, horen we ook hier: een nieuwe generatie componisten gaat verder waar Mahler en Richard Strauss gestopt zijn. Alsof Arnold Schöberg er nooit geweest is, om over Pierre Boulez en collega’s maar te zwijgen. Dit symfonische gedicht, met deze vorm verwijst Zedginidze al naar het verleden, is pure laatromantiek. Shani vindt het echter geweldig en dirigeert het stuk met veel pathos en dramatiek. Slecht is het zeker niet, deze jongeman weet wat hij doet, maar om nu te zeggen dat dit veel toevoegt aan wat we allemaal reeds hebben, wat zijn meerwaarde reeds bewezen heeft… Goede muziek, die je direct oppikt, geen vreemde klanken, geen dissonanten, we zijn weer terug bij af. Een gevoel dat mij de laatste jaren sowieso steeds vaker bekruipt: was dat modernisme dan gewoon een intermezzo dat langzaam maar zeker achter de horizon verdwijnt?

Ik proef namelijk niet veel verschil met ‘Cyrano de Bergerac, opus 23’ van Johan Wagenaar. Maar dat stuk stamt uit 1906! Prachtig hoor hoe Wagenaar hier op zeer caleidoscopische wijze alle facetten van deze complexe figuur in klank vat. Shani dirigeert wederom met veel passie en laat deze kleurrijke, beeldende muziek krachtig stromen. Een stuk dat vaker gespeeld zou mogen worden, want zeker niet onderdoet voor dat repertoire van de grote klassieken. Daar hoort Mahlers vierde natuurlijk wel bij, tevens één van mijn persoonlijke favorieten. Sterker nog, het is denk ik één van de eerste meesterwerken die ik ooit, lang geleden al weer, live hoorde. Nadeel daarvan is dat je weet hoe het moet klinken, of laat ik zeggen: hoe je vindt dat het moet klinken. Ik ken Shani als dirigent niet goed genoeg om een algemeen oordeel over zijn stijl te vellen, maar vandaag viel me op dat zijn lezing van Mahlers vierde mij niet kon overtuigen, met als uitzondering het derde deel ‘Ruhevoll (poco adagio)’ – wat mij ertoe brengt te denken dat hij vanmiddag beter met de strijkers uit de voeten leek te kunnen dan met de blazers. Zijn krachtige optreden deze middag pakte niet goed uit in de eerste twee delen, te snel, te weinig aandacht voor de details en te weinig scherp. Kwam het omdat hij het stuk uit het hoofd dirigeerde? Of heeft hij gewoon een andere opvatting over deze symfonie? In dat derde deel leek het erop dat hij meer probeerde de sfeer van het totale stuk over te brengen dan dat hij oog had voor al die kleine facetten waaruit dit magistrale meesterwerk is opgebouwd. En dan laat hij ook nog eens Reiss in dat laatste deel aan de voet van de trap plaatsnemen, in plaats van vooraan op het podium, waardoor haar toch al niet al te krachtige stem verdrinkt in de orkestklank. Ah fijn, luister en oordeel zelf maar, ik heb er genoeg over gezegd.
Zoals gebruikelijk is het concert hier terug te horen.
