Le Grand Partir – Super Star / Benjamin Sauzereau REMORQUE – DEUX (CD Recensie)

De Franse gitarist Benjamin Sauzereau volg ik reeds enkele jaren, maar opvallend, de laatste tijd kom ik zijn naam steeds vaker tegen, een goed teken natuurlijk voor deze veelzijdige musicus. En dus verdient hij weer eens aandacht, met vandaag twee albums en morgen twee. We beginnen met het bij Igloo Records verschenen ‘Super Star’ van Le Grand Partir, naast Sauzereau, die we hier ook op piano horen, bestaand uit mede gitarist Léo Rathier, rietblazer Sam Comerford en drumer Théo Lanau, die we ook op keyboards horen. Als tweede komt hier het bij W.E.R.F. Records verschenen ‘DEUX’ aan bod van zijn eigen band REMORQUE. Hier ook een tweede gitarist, Vitja Pauwels, ook te horen op pedal steel gitaar en twee strijkers, violiste Amèle Metlini en celliste Annemie Osborne.

Met opener ‘Tout Cru’ lijkt ‘Super Star’ meer een pop- dan een jazzalbum. Een vrolijk en aantrekkelijk ritme zet hier de toon en het is eigenlijk louter het warme, melodieuze spel van Comerford op tenorsax dat ons aan de jazz herinnert. Het tweede stuk, ‘Paradise Vendors’ ligt in het verlengde, alleen horen we nu ook duidelijke invloeden vanuit de rock – met een belangrijke rol voor de beide gitaristen – en ligt het spel van Comerford een niveau hoger. Maar veelzijdig als dit kwartet is, gooit het in ‘Dany 1966’ het roer volledig om, een opvallend intieme ballade klinkt hier. Op rustiek getokkel en een heerlijk loom ritme van Lanau horen we een uiterst gevoelig spelende Comerford, inmiddels overgestapt op de klarinet. Het met nog geen twee minuten vrij korte ‘Anton Pashka Anka’ is het tot dat moment meest abstracte stuk, met opwindend spel van de beide gitaristen en Comerford, hier weer op tenorsax. ‘Cabanon’ brengt ons weer in andere sferen, zwevende, ambient-achtige klanken, we horen hier Lanau op keyboards, brengen ons in hogere sferen. Het hoogtepunt en wat mij betreft van het hele album, zit echter in die gloedvolle gitaarpassage halverwege. Opwindend klinkt ook zeker ‘Le Pont’, waarin de muziek zich bevindt tussen abstract en melodieus. Dat dit kwartet zich niet op één stijl richt, is inmiddels wel duidelijk, dat geldt voor meer bands, maar dit Le Grand Partir gaat hierin wel heel ver. Zo is de sfeer in ‘Julie et Paul’ weer geheel anders dan in het voorgaande stuk, we horen duidelijke invloeden van zowel ambient als postrock, terwijl het spel van Comerford ons weer terugbrengt naar de jazz. In het titelstuk ‘Super Star’ gaat de gitaarversterker flink open, pittige, meeslepende rock klinkt hier, strak slagwerk en een lekker vervormd sax geluid. Sauzereau op piano, we horen het in ‘Le Parfum de la Piscine’, een vrij abstract stuk waarin elektronica een grote plaats inneemt. Nog twee stukken te gaan en dus nog meer variatie, het vrolijke niemendalletje ‘Shakleton’ en het korte, maar intieme ‘Rozes 1824’.

Alleen al aan de bezetting, louter snaren, is te zien dat ‘DEUX’ een totaal ander album is, het toont de veelzijdigheid van deze gitarist. Veertien, vaak opvallend korte stukken krijgen we hier, te beginnen met ‘L’imminence de la catastrophe’. En doet dit verstilde stuk ons nog wel aan jazz denken, bij het al even verstilde ‘Nadeshda’ heb ik eerder de associatie met hedendaagse kamermuziek. ‘Villa Berta’, van ruim een minuut, doet ons wat denken aan de salonmuziek van de twintiger jaren van de vorige eeuw. Met ‘Faux Plafond’ blijven we in dezelfde dansante sferen. Het meest opvallend is hier het spel van Pauwels op de pedal steel gitaar. Zeer verstild klinkt ook ‘Limite’, prachtig hoe dit kwartet de klanken van deze vier strijkinstrumenten hier met elkaar verweeft tot een stemmig en onlosmakelijk geheel, een opvallend meeslepend stuk. Heel apart klinkt ook ‘Le dysfonctionnement’. Zeker het eerste, vrij ritmische deel kent duidelijke folk invloeden, terwijl het tweede deel een veel ingetogener karakter heeft en naar het einde de abstractie een grote rol gaat spelen. ‘M-am uitat in oglinda si nu m-am recunoscut’ en ‘Itinéraire bis’ associeer ik dan weer, net als dat hierboven besproken ‘Nadesha’, met hedendaagse kamermuziek, al is hier ook zeker sprake van folkinvloeden. ‘Rébus’ doet eveneens klassiek aan, maar brengt ons qua  sfeer terug naar de late negentiende eeuw. Uiterst subtiel klinkt ook ‘Heroes in the seaweed’, met wederom mooi stemmig snarenspel van deze vier musici. Tot slot ronden we af met twee stemmige kleinoden: ‘Là haut’ en ‘Détail’.

 

Beide albums zijn te beluisteren en te koop via Bandccamp: