Mark Cain – Threads / Andrew Hadro – Archmusik (CD / LP Recensie)

Vandaag twee soloalbums van saxofonisten. De uit Australië afkomstige Mark Cain beperkt zich op het bij Parèntheses Records verschenen ‘Threads’ tot de sopraansax, terwijl Andrew Hadro op het bij Ravello Records verschenen ‘Archmusik’, vooral te horen is op de bariton- en de bassax, het andere uiterste  van het klankspectrum bedienend. En nam Cain zijn album op in de studio, Hadro koos voor een tunnel in het Prospect Park in Brooklyn, New York. We horen dan ook niet alleen de saxofoon, maar ook de omgevingsgeluiden. De opnames kwamen tot stand tijdens Covid-19, de epidemie die menig muzikant naar buiten dreef, zo ongeveer de enige plek waar je nog kon spelen.

Zoals Cain zelf stelt, volgde “my beginnings on soprano saxophone from playing didgeridoo way back… and in this recording these two instruments somehow coalesce for me in the continuous circular flow of sound and ideas that are at the liminal edge of intent and accident. It’s in this space some of the best accident. It’s in this space some of the best discoveries are made”. Niet in de zin dat we de didgeridoo letterlijk horen, maar wel in de zin dat de klankwereld die Cain hier naar voren brengt, vrijwel volledig geïmproviseerd, duidelijk zijn wortels heeft in de mogelijkheden van dat instrument. De ‘Threads’, zo nummert Cain dertien van die improvisaties vormen samen met ‘Tongues’ en een cover van Thelonious Monks ‘Ask Me Now’ een krachtige eenheid. In ieder ‘deel’ staat een andere benadering centraal. In de eerste ‘Thread’ zoekt hij het uiterste hoog, als een kwetterende vogel wordt een enkel patroon eindeloos herhaald. Bijzonder is het derde deel van ‘Threads’ waarin een bijzonder repetitief, ietwat Indiaas aandoend patroon centraal staat. Het vierde deel is dan weer meer een verkenning van de klank, inclusief het wat gruizige geluid dat ook bij de sopraansax hoort. Dan volgt Monks cover, een leuk springerig intermezzo en het enige stuk waarin iets van een melodie valt te onderscheiden, mooi ook hoe Cain hier speelt met de stiltes. In de repetitieve patronen van ‘Threads 5’ horen we weer overduidelijk de invloed van de didgeridoo terug. In ‘Threads 6’ en ‘Threads 7’ spreekt Cain zowel het hoge als het lage register van zijn saxofoon aan, waardoor het soms lijkt of we een duet horen, twee zeer opwindende delen. Aansluitend horen we ‘Tongues’ dat zo te horen aan de bijzondere klankwereld, die duidelijk afwijkt van de overige stukken, verwijst naar de gebruikte techniek. Met de hallucinerende klankwereld van ‘Threads 8’ zitten we duidelijk weer op het oude spoor, een spoor waar we de resterende vijf delen in blijven. ‘Threads 10’ en ‘Threads 11’ vallen daarbij nog het meest op, vanwege het strakke hoog waar Cain voor kiest.

‘ArchMusic’ begint met ‘Out There in Orbit’, waarin direct opvalt dat Hadro, hier te horen op baritonsax, kiest voor een meer melodieuze aanpak. In ‘Beton-Coignet’ zet Hadro naast de basklarinet, waar hij een ingetogen melodie op blaast de in de Indiase muziek bekend shruti box in, vergelijkbaar met een harmonium. ‘Tetracore’, wederom voor baritonsax is vrij ritmisch, om na nog geen minuut over te stappen op de ingetogen melodie van ‘Old Olmsted Steady’, waarin we voor het eerst de bassax horen. Prachtig ingetogen klinkt Hadro ook op basklarinet in ‘Fahrenheit 151’. In ‘Wearing a Stetson Hat’, gespeeld op baritonsax, past Hardo dezelfde technieken als Cain toe, ook hier horen we mooie repetitieve patronen. Bijzonder is ook ‘Shruti Fly Pie’ waarin we conform de titel naast de baritonsax weer de shruti box horen, een zeer ingetogen, prachtig doordacht stuk. Op ‘Game of Tones’ – leuk gevonden – horen we wederom de baritonsax, nu met de nadruk op de donkere kleuren. En opvallend fijnzinnig klinkt diezelfde sax in ‘Sustainable’, machtig mooi hoe die klanken zich hier onder de brug verplaatsen. Want dat kwam nog niet aan bod: de akoestiek van deze plek voegt opvallend veel toe aan dit prachtige album. Zie daarvoor ook zeker het boeiend ritmische ‘Lowdown Hoedown’ waarin Hardo weer eens op de bassax te horen is. En ook dit album bevat een cover: ‘Stella By Starlight’ van Victor Young, perfect passend binnen Hardo’s eigen composities. Met ‘Digiridont’ sluiten we volledig aan bij de muziek van Cain, ook Hardo sluit hier met zijn basklarinet prachtig aan bij de mogelijkheden die de didgeridoo biedt, of ze het samen hebben afgesproken.

Beide albums zijn te beluisteren en te koop via Bandcamp: