Bimhuis, Amsterdam – 21 juni 2026 (Holland Festival)

Hoe mooi de Cd’s van Meredith Monk ook zijn, en het vorig jaar bij ECM Records verschenen ‘Cellular Songs’ hoort daar zeker bij, er gaat niets boven een live optreden. De intensiteit waarmee ze haar vocale kunsten met het publiek deelt, de warmte die van haar afstraalt, je moet het eenvoudigweg meemaken. En als ze dan ook nog eens optreedt in een intieme zaal als het Bimhuis is het feest helemaal compleet. Ze is één van de voorbeelden voor Hildur Guðnadóttir, dit jaar associate artist van het Holland Festival en mocht op de editie van dit jaar dan ook niet ontbreken. Ze kwam met percussionist John Hollenbeck en bracht oud, voor deze gelegenheid in een nieuw jasje gestoken en nieuw werk.
Dit jaar 60 jaar geleden begon het verhaal met ’16 Millimeter Earrings’, een volstrekt eigenzinnige performance waarin meerdere kunstvormen samenkwamen. Monk viel nergens op vast te pinnen en dat zou zo blijven. De enige constante die na verloop van tijd kwam bovendrijven was de menselijke stem. Maar noem Monk geen zangeres want daar doe je haar ernstig te kort mee, maar ook geen stemkunstenaar, want ook dat is te beperkt. Kortom, en zowel optreden als Cd maken het weer eens onomstotelijk duidelijk, Monk is een universum op zichzelf. En leg ‘Wa-lie-oh’ uit ‘Songs from the Hill’ van vijftig jaar geleden naast ‘Simple Sorrow’ van vijf jaar geleden en je hoort hoe consistent Monks oeuvre is en hoe groot de samenhang. Compassie klinkt door in iedere noot, of het nu om een gezongen tekst gaat of om louter klanken. Neem dat ‘Wa-lie-oh’ waar het concert mee begint en waarin duidelijk de muziek van inheemse volkeren uit het zuiden van de VS doorklinkt, een stuk met een tekst die nergens over gaat en je tegelijkertijd weet te raken door Monks vocale kwaliteiten, de intensiteit waarmee ze het brengt en door de doeltreffende percussie van Hollenbeck. Of neem dat ‘Simple Sorrow’, geschreven tijdens de Covid-19 pandemie, en waarin ze eindeloos als een mantra die twee woorden herhaalt, ons leert anders te kijken. En prachtig hoe dit gevolgd wordt door frases als “sitting alone”, “walking alone” en “dying alone”, terwijl Hollenbeck op de achtergrond fluistert “Don’t give up”. Of neem dat prachtige ‘May the Dark Ignorance of Sentient Beings Be Dispelled’ waarin Monk stilstaat bij het lijden in de wereld. Een soort van klaagzang waarin de vocalen naadloos samenvallen met het geluid dat Hollenbeck maakt door over de binnenkant van een trommel te wrijven. En natuurlijk is er ruimte voor pure stemkunst in ‘Click Song #1’ waarin ze lange vocale lijnen weet te trekken terwijl ze tegelijkertijd klikgeluiden maakt; in dat schitterende ‘Insect Descending’, eveneens uit ‘Songs from a Hill’, waarin ze een perfecte imitatie van een om je kop zoemende vlieg geeft, inclusief bewegingskunst en in dat bijna hilarische ‘Little Breath Motor 2’ waarin we haar horen sputteren en steunen.
‘Happy Woman’ is het enige stuk dat zowel live klinkt als te vinden is op haar meest recente album ‘Cellular Songs’, een project uit 2018 dat vorig jaar pas op Cd werd uitgebracht. Het is geschreven voor de vrouwen uit haar vocaalensemble, naast Monk zelf zijn dat Ellen Fisher, Katie Geissinger, Joanna Lynn-Jacobs en Allison Sniffin, We horen ze prachtig in de drie delen ‘Cell Trio’, met louter vocale klanken, maar dat geldt voor alle stukken in deze cyclus op dat ‘Happy Woman’ na. Neem die prachtige ritmiek in ‘Cell Trio III’ en de wijze waarop de vijf stemmen met elkaar interacteren. In een aantal stukken is ook Hollenbeck te horen, zo valt in ‘Dyads’ het geluid van de vibrafoon prachtig samen met de vocale klanken. Zoals gezegd is ‘Happy Woman’ het enige stuk met een tekst. Tijdens het concert solo, op de Cd door vijf stemmen, bezingt Monk de vrouw met al haar menselijke tegenstrijdigheden, ze is een “happy woman”, maar ook een “hungry woman”, een “honest woman”, een “lying woman” en nog veel meer, om uiteindelijk met dat ‘happy woman” te eindigen, waarmee alles op zijn plek valt. Waarbij op de Cd wel de toevoeging van Sniffin op viool opvalt. Ook dit album bevat een ‘Click Song’: ‘nr. 3’. Nu dus klikgeluiden van vijf vocalistes, het lijkt soms wel tapdansen. Door de eindeloze herhaling en het vraag en antwoordspel in het tweede deel heeft ‘Branching’ qua sfeer wel iets van een mystiek gezang, dat er geen sprake is van een tekst doet daar niets aan af. Bijzonder is ook ‘Lullaby for Lise’, gezongen door Geisinger en op piano begeleid door Sniffin. Een bijna klassiek slaapliedje, doorspekt met vocale geluiden die hier niet in thuis horen, iets dat je als luisteraar continu op het verkeerde been zet. Verder moeten we noemen: ‘Breathstream’, het enige solostuk van Monk op het album en een perfect stukje stemkunst; ‘Dive’, het enige volledig instrumentale stuk met de ritmische combinatie van piano – vibrafoon, ofwel Sniffin en Hollenbeck en ‘Passing’ waarin het hallo zeggen een nieuwe betekenis krijgt.
