Mother Tongue – S/t / LOOT – S/t / The Ambush Party – Weer een dag voorbij (CD / LP Recensie)

In de afgelopen jaren is Oscar Jan Hoogland uitgegroeid tot één van de meest originele en veelzijdige toetsenisten binnen de jazz en de geïmproviseerde muziek. Hij is een echte gangmaker binnen de Amsterdamse jazz scene en lanceert het ene na het andere bijzondere project. Zo zagen we recent de naamloze debuutalbums van Mother Tongue, dat Hoogland vormt met vocalist en multi-instrumentalist Mola Sylla en drummer Frank Rosaly en van LOOT, dat verder bestaat uit rietblazer Ab Baars, bassist Uldis Vitols en drummer Onno Govaert voorbij komen. De eerste kwam uit bij zowel Astral Spirits als Makkum Records, de tweede verscheen bij De Platenbakkerij, in samenwerking met het eigen label van ICP. Bij de Platenbakkerij kwam ook het vierde album uit van The Ambush Party: ‘Weer een dag voorbij’. Het kwartet dat Hoogland vormt met rietblazer Natalio Sued, cellist Harald Austbø en drummer Marcos Baggiani.

Het geluid van Mother Tongue wordt in hoge mate bepaald door Sylla, afkomstig uit Senegal en zijn instrumentarium bestaande uit een xalam, een traditionele luit; de m’bira en de kongoma, beide lamellafoons, waarbij die eerste ook vaak een duimpiano wordt genoemd en tot slot de bolon bata, een soort van harp. En natuurlijk horen we Sylla met zijn indringende vocalen, direct al in het heerlijk ritmische ‘Djangalomba Dara’. Een ritmiek op conto van die lamellafoon en Rosaly’s aanstekelijke slagwerk. Volop experimenteel ritmisch Afrikaanse klanken ook in ‘Déglul Kadu Rab Yi’, klanken waar Rosaly en Hoogland zich duidelijk uitstekend bij thuis voelen. Een grote rol in dit stuk, iets verderop ook voor het instrument dat Hoogland op dit album bespeelt: een elektrische versie van een clavichord, ook wel clavinet genoemd. Zoals Hoogland hem bespeelt heeft het geluid veel weg van een elektrische gitaar, een opwindende combinatie met Sylla’s instrumentarium vormend. Nog pregnanter klinkt die clavichord in ‘Duk Kawe’, een prachtig stukje experimentele muziek, waar gaandeweg een slepende ritmiek in kruipt. Hoogtepunten op dit album zijn de ballades ‘É Nah’ en ‘Kër Gi’ en dan met name vanwege de allesdoordringende zang van Sylla, op het tweede stuk louter begeleid door de M’bira. Daar tussenin zit het weer opvallend ritmische ‘Ndap’, waarin ik een overvloed aan wonderlijke klanken hoor die ik moeilijk kan thuisbrengen, maar die het stuk des te aantrekkelijker maken.

LOOT is – en dat tekent Hooglands veelzijdigheid – een totaal ander kwartet. Zoals de naam aangeeft, vormt dit een nieuwe loot aan de stam van de vaderlandse experimentele jazz traditie, waarbij met name de naam Misha Mengelberg, van wie Hoogland één van de laatste leerlingen was, zich opdringt. Dat we Hoogland op dit album op piano horen is dan ook niet meer dan logisch. In opener ‘Krijshaan’ ontdekken we direct Mengelbergs erfenis, zowel in de naam van het stuk als de knotsgekke muziek met duidelijke circusinvloeden. Baars laat hier horen uitstekend met dwarse noten uit de voeten te kunnen, terwijl de rest van het kwartet een aangename ritmiek optrekt. In ‘MMM (triple M)’ gaan we verder op de ingeslagen weg. Sterker nog, hier klinkt het allemaal nog net een fractie dwarser. Bijna zoekend spel van Hoogland in ‘Impala’. En terwijl Govaert de spanning verhoogt, blaast Baars aangename lijnen op zijn tenorsax. En dan is het Lamantijn tijd, een opvallend ingetogen klanklandschap creëert het kwartet hier. Al even subliem en wederom een mooi staaltje van Hooglands compositorische kwaliteiten is ‘Reiger’. Ingetogen pianoaanslagen worden gevolgd door een prachtig intieme solo van Baars op klarinet. En dan zijn we bij het titelstuk ‘LOOT’, met een fijn hoekige ritmiek, perfect passend binnen de Nederlandse jazztraditie, iets waar overigens ‘Upperclass Underground (double U)’ perfect bij aansluit. Tot slot noem ik nog ‘Sleeping Policemen’ en dan met name vanwege dat indringende spel van Baars, dat altijd weer door merg en been snijdt.

Tot slot hebben we het laatste album van The Ambush Party. ‘Weer een dag voorbij’, wat een heerlijk positieve titel! Qua stijl ligt dit album in het verlengde van ‘LOOT’, alleen al doordat het vijf stukken van Mengelberg bevat, te beginnen met de opener ‘Radio 1’, diens bewerking van de tango ‘Dos Gardenias’. Sued weet er prima weg mee en zet hier een uiterst flamboyante solo op klarinet neer, gevolgd door eersteklas vocalen. Het gehele kwartet zingt aansluitend “Wij gaan naar de Italiaan”, de enige zin die het gelijknamige stuk, eveneens van Mengelberg, heeft. Baggiani zorgt voor de ritmiek. Het kwartet betoont op dit album een grote interesse in het Zuid Amerikaanse erfgoed, mede dankzij Sued en Baggiani denken we dan. Die eerste is dan vaak de zanger van dienst, zoals in ‘Pollera Amarilla’. In Austbø’s ‘Cuchi Cunaca’ horen we Baggiani in die rol, althans dat is het vermoeden dat ik heb, in ieder geval in nauwe samenwerking met Sued op klarinet. Hoogland is nadrukkelijk, ook op dit album op piano, aanwezig in Mengelbergs ‘Poor Wheel’, een ander mooi voorbeeld van de meester zijn speelse ritmiek. En verderop is het Sued die andermaal schittert met een uitdagende tenorsax solo. Mengelbergs ‘Kwela P’Kwana’ slaat prima de brug van het Amsterdamse naar het Zuid Amerikaanse en gaat vrijwel naadloos over in ‘Tabaco y Ron’ waarin Sued de tenorsax verruilt voor vocalen. Naast nog twee stukken van Mengelberg, ‘Een beetje zenuwachtig’, met inderdaad, vrij nerveus spel en het titelstuk ‘Weer is een dag voorbij’, prachtig gespeeld door Austbø treffen we nog een compositie van deze cellist, ‘Geil tot in de eeuwigheid’, met innemende zang van deze markante cellist en van Sued, het aanstekelijk meeslepende ‘Cumbia for Ambush’.

Alle drie de albums zijn te beluisteren via Bandcamp en daar ook te koop: