Osvaldo Coluccino – Rispecchiato in quarzo / Diade (CD Recensie)

De muziek van de Italiaanse componist Osvaldo Coluccino kwam hier eerder voorbij. In 2019 besteedde ik aandacht aan het bij Kairos Music verschenen ‘Emblema’ en tijdens het Transit Festival, editie 2021, dat overigens volgend weekend weer plaats vindt, speelde pianist Jan Michiels ‘Rispecchiato in quarzo’ een stuk dat onlangs door Michiels, samen met twee andere stukken voor de combinatie akoestisch-elektronisch, ook op Cd werd uitgebracht, wederom door Kairos Music. Verder hier aandacht voor ‘Diade’, een bij Stradivarius verschenen album met daarop elf duetten van verschillende instrumenten.

Naar aanleiding van de live uitvoering van ‘Rispecchiato in quarzo’ constateerde ik een: “bijzonder spannende en bij vlagen onheilspellende klankwereld die gaandeweg het stuk steeds complexer wordt”, iets dat ook bij het opnieuw beluisteren van dit stuk recht overeind blijft. In de twee andere stukken volgt Coluccino hetzelfde procedé. In ‘Dal nero immenso, lèvita’ horen we de contrabasklarinet samen met elektronica, uitgevoerd door de van Ensemble Musikfabrik bekende Carl Rosman en in ‘Traspare assente albore’ de basfluit, met elektronica. Dit keer uitgevoerd door Daniel Agi. Ook ‘Dal nero immenso, lèvita’ vangt aan met zeer ingetogen, nauwelijks hoorbare klanken van de elektronica, waar aanvankelijk de contrabasklarinet met zijn kenmerkende diep lage klanken slechts sporadisch doorheen breekt. En wederom prachtig hoe Coluccino hier de spanning opbouwt, middels een klanknevel van de elektronica en die spannende accenten van de contrabasklarinet. Verderop in het stuk gaat de contrabasklarinet een steeds grotere rol spelen in dit spannende klankkunstwerk. In ‘Traspare assente albore’ horen we al vrij snel de basfluit, ook in dit geval op bijzonder experimentele wijze bespeeld, terwijl Coluccino ook hier de elektronica inzet als klanknevel.

De elf duetten verzameld op ‘Diade’, waarmee de verzameling voorlopig compleet is, componeerde Coluccino tussen 2002 en 2011. Het album vangt aan met ‘Ali’ uit 2011, voor de ongewone combinatie van klarinet (Rocco Carbonara) en gitaar (Leopoldo Saracino), die echter bijzonder goed uit blijkt te pakken. Net als de vorige drie stukken is ook dit weer opvallend ingetogen muziek, leunend tegen de stilte. Reeds eerder merkte ik op dat Coluccino ook dichter is, iets dat je ook in deze composities bijzonder goed terughoort. In ‘Diade’, uit hetzelfde jaar, horen we eveneens de gitaar, maar nu in combinatie met de viool (Refael Negri). ‘Talea’ voor viool en cello (Umberto Fantini en Manuel Zigante), een stuk uit 2008 is voor een wat meer voor de hand liggende combi, iets dat echter geenszins voor de muziek geldt. Ook in duet creëert Coluccino een vrij dromerige, abstracte klankwereld. ‘Appulso’ uit hetzelfde jaar is voor de, zeker binnen gecomponeerde muziek, vrij ongebruikelijke combi van klarinet en tenorsax (Enrico Maria Baroni en Mario Marzi). Prachtig hoe hij hier de klanken in elkaar laat vloeien tot een onlosmakelijk geheel. Hetzelfde geldt voor ‘Giano’ van een jaar later. Hier horen we de viool samen met de altviool (Andrea Repetto) in een lucide klankspel. Aansluitend volgen drie duetten met een rol voor de piano (Marino Nicolini en Marco Sala): In ‘Specchio’ uit 2008 in combinatie met de cello; in ‘Cenere’ uit 2005 met de fluit (Giampaolo Pretto) en in ‘Gemina’, uit 2002, met de viool (Gianluca Turconi). En vanzelfsprekend is het die piano die in hoge mate hier het karakter van de muziek bepaalt. In ‘Stati’ uit 2006 horen we de gitaar weer, nu in de bijzondere combinatie met de altfluit. Zeker in vergelijking met de andere stukken valt hier in een enkel fragment het melodieuze karakter op, iets dat in de overige stukken vrijwel ontbreekt. In ‘Stigma’ en ‘Etra’, beiden uit 2008 speelt de elektronica, in handen van Coluccino zelf, een rol. In het eerste stuk in combinatie met de trombone (Fabio Sampò), in het tweede met de viool (wederom Turconi). Maar het is die elektronica die hier in hoge mate het karakter bepaald en ze toch wat doet afwijken van de rest.