Peter Maxwell Davies – Strathclyde Concerto No. 4 / Clarinet Quintet (CD Recensie)

Klarinettist Dimitri Ashkenazy nam vorig jaar twee boeiende composities op van de in 2016 overleden Britse componist Peter Maxwell Davies voor Paladino Music. Uit het schrijven bij de Cd blijkt dat dit belangrijke opnames zijn, aangezien Ashkenazy al sinds 1993 met Davies in goed contact stond, het ‘Strathclyde Concerto no. 4’ meerdere keren heeft uitgevoerd, vrijwel altijd met Davies zelf op de bok en tevens diens ‘Clarinet Quintet “Hymn to Artemis Lachei” in 2024, samen met het Brodsky Quartet in première bracht. De opnames op dit album, in dezelfde bezetting, dateren van een jaar later. Die van het ‘Strathclyde Concerto No. 4’ dateren uit 2023, we horen het Philharmonisches Orchester Hagen, onder leiding van Joseph Trafton.

Davies schreef tien ‘Strathclyde Concertos’, telkens voor een ander solo instrument, de vierde dus voor klarinet. Het stuk begint met een vrij kort en opvallend verstild ‘Lento’, waarin we aan het eind de klarinet horen met al even ingetogen klanken. Naadloos gaat het over in het ‘Allegro Moderato’, met vrij speelse klarinetklanken. Toen Ahskenazy het in 1994 ging instuderen vond hij het stuk het moeilijkste tot dusver. Hij benaderde Davies voor advies, zo ontstond een jarenlang contact en vroeg hem onder andere: “how much of this do you actually want played?” Waarop Davies antwoorde: “as much as possible”, een antwoord dat veel voor Ashkenazy betekent. In het boekje zegt hij daarover: “it opened my eyes to the fact that in some cases, the effect obtained by setting the musician a (seemingly) impossible taks is what the composer in fact wants – it’s not primarly about playing the exact sequence of notes, but the pocess of trying to achieve it.” Aan deze opnames te horen, dertig jaar nadat hij het concert voor het eerst instudeerde, lijkt me dat hij wat Davies voor ogen had inmiddels aardig weet te benaderen. Het ‘Adagio’ klinkt weer uiterst verstild, boeiende klanknevels creëert het orkest, lage noten de klarinet. Een bijzonder sfeervol deel, maar volgens mij voor de klarinettist ook één van de moeilijkste delen. Timing en klankdosering zijn hier echter van een grote perfectie. Pas tegen het einde van dit deel ontstaat er meer dynamiek, iets dat zich doorzet in het ‘Cadenza’. We horen hier Ashkenazy grotendeels solo in een bijzonder lastige frase. Maar wat zet hij dit schitterend neer! Ook het laatste deel, het ‘Adagio’ klinkt ingetogen, met een sterk melodieus patroon.

Sir Peter Maxwell Davies dirigerend (in 2001). Foto: Stephen Lock

Het kwintet ‘Hymn to Artemis Locheia’ bevat een referentie naar een belangrijke sponsor: Ian Croft. Artemis Locheia was de Griekse godin van de vruchtbaarheid en Davies staat in dit kwintet muzikaal stil bij het proces om tot een kind te komen en dan voor die mensen waarbij dat niet vanzelf gaat en die zich dus aanmelden bij een vruchtbaarheidskliniek. Hij liep er voorafgaand aan het proces van componeren een paar weken rond en sprak met diverse mensen, om zo zicht te krijgen op alle emoties die in dit traject spelen. In de tien delen waar dit stuk uit bestaat, krijgt dit gestalte. In het ‘Allegro’ en ‘Adagio’ stel ik me voor dat het proces start. In de muziek klinkt hoop en verwachting. En in het tweede ‘Allegro’ bespeur ik zowel een zekere spanning als blijdschap, gevoelens die tegelijkertijd kunnen spelen in zo’n proces, althans, dat stel ik mij zo voor. En dan klinkt het zeer stemmige ‘pulsazione dolce’, ruim twee minuten blijde verwachting. Het ‘Larghetto’ brengt leven in het stuk, gaat het goedkomen? Via een wat meer verstild ‘Cadenza’ zet het zich door in het ‘Prestissimo’, prachtig hoe strijkers- en klarinetklanken hier uiting geven aan vreugdevolle hoop. Het ‘Andante’ laat horen dat het allemaal goed gaat komen en het afsluitende ‘Lento’ vormt de ultieme voltooiing van dit prachtige stuk.