Philip Glass – Waiting for the Barbarians (Opera Recensie)

Chassé Theater, Breda (Nederlandse reisopera) – 1 oktober 2026

Scènebeeld met in het midden Charlotte Hellekant als Colonel Joll. Foto’s Eduardus Lee

De Zuid Afrikaanse schrijver J. M. Coetzee schreef in 1980 de roman ‘Waiting for the Barbarians’, met het systeem van apartheid in zijn achterhoofd, Philip Glass bewerkte het in 2005 tot een opera. De Nederlandse reisopera haalde deze voor de opening van dit seizoen weer eens van de plank in een regie van Guy Weizman. Een fantastisch spelend Noord Nederlands Orkest onder leiding van Alice Farnham speelt de muziek. En natuurlijk krijgen we Club Guy & Roni, met choreograaf Roni Haver erbij. Hij en Weizman werken immers nauw samen. Goed gekozen deze opera, want het thema van deze opera: hoe om te gaan met de angst voor de ander is helaas weer bijzonder actueel.

De setting is een niet nader aangeduid stadje aan de rand van een al even onbekend rijk. Over de grens leven een paar nomadische volkeren die er duidelijk een geheel andere levenswijze op na houden dan de bewoners van het rijk. Die stammen worden dan ook barbaren genoemd. Een gebruik dat al duizenden jaren bestaat en als een rode draad door de geschiedenis loopt. Van de oude Chinezen, dat is waar ze die beroemde muur voor bouwden, via de oude Grieken naar de wereld van vandaag. We zijn als mens blijkbaar niet in staat en niet bereid om ons te verdiepen in de ander en te snappen dat we niet allemaal op dezelfde manier hoeven te leven. De magistraat van deze stad, mooi vertolkt door Dan D’Souza is het toonbeeld van een ruimdenkend mens. Hij ziet geen gevaar in deze mensen, ook al houden ze er andere gewoonten op na. Er is bescheiden handel tussen de nomaden en de stad en alles gaat gestaag zijn gang. Hij maakt de stadsbewoners met succes duidelijk dat die nomaden helemaal niet geïnteresseerd zijn in de stad en gewoon met rust gelaten willen worden. Elders langs de grens zijn er echter wel wat incidenten, overigens deels veroorzaakt door kolonisten uit het rijk die de rechten van deze nomaden niet respecteren. Het rijk besluit in te grijpen en stuurt Colonel Joll naar de stad om samen met zijn rechterhand orde op zaken te stellen. Hier openbaart zich een eerste wat merkwaardige ingreep van Weizman, overigens met goedkeuring van Glass: de rol van de kolonel wordt gezongen door een mezzo sopraan: Charlotte Hellekant. Muzikaal is het zeker te billijken, waar Glass oorspronkelijk met vrijwel uitluitend mannelijke stemmen voor de hoofdpersonen werkt, met als tegenwicht het koor dat voornamelijk uit vrouwen bestaat, geeft dit wel iets meer kleur. Alleen Coetzee en Glass kozen niet zo maar louter voor mannen: patriarchale, mannelijke agressie bepaalt sterk het handelen, iets waar Weizman met deze keuze wel aan voorbij gaat.

Dan D’Souza als de magistraat.

De militairen komen overduidelijk met vooropgezette ideeën, luisteren totaal niet naar de ervaringen van de magistraat en walsen al snel als een stoomwals over alles en iedereen heen. Je hoeft de krant maar open te slaan en je vindt iedere dag talloze voorbeelden van dit gedrag. Migratie is het probleem niet, de politici die het opblazen tot een probleem zijn het probleem. De militairen weten de publieke opinie echter diepgaand te beïnvloeden, ze krijgen de stad achter zich en diverse aanvallen op de nomaden zijn het gevolg. Intussen delft de magistraat, die als enige weerstand blijft bieden, het onderspit. Ook hij eindigt in de gevangenis, wordt gemarteld en overleeft het allemaal maar net aan. De aanvallen op de nomaden zijn intussen alles behalve succesvol, zoals dat vaker gaat. Denk aan de oorlogen in Vietnam en Afghanistan. We weten de weg niet, snappen hun vasthoudendheid niet en delven uiteindelijk vroeg of laat het onderspit. Aan het begin van de winter vertrekken de militairen dan ook en blijft de stad, met gelukkig de magistraat weer in ere hersteld met de brokken achter.

Plaatselijke militairen kiezen eveneens de kant van het rijk

Al met al een serie schokkende gebeurtenissen die ervoor moeten zorgen dat je deze opera van iets meer dan twee uur niet met droge ogen uit zit. Het moet je schokken en verontrusten en diepgaand aan het denken zetten. Alleen…, dat gebeurt niet. En dat ligt allereerst aan Glass. Hoe mooi die muziek ook is en hoe prachtig die ook hier wordt gespeeld en dat is beslist het geval, die muziek is hier niet geschikt voor. Die minimal music van Glass kent geen dramatiek en blijft in essentie kaal en gevoelloos. Wat verder niet helpt is die regie van Weizman. Coetzee laat zijn verhaal spelen in een denkbeeldig land en een denkbeeldige tijd, Weizman kiest aansluitend voor een soort van surrealistische fantasy omgeving die in geen enkel opzicht refereert aan de wereld om ons heen, waardoor we totaal geen aanknopingspunten met onze eigen wereld krijgen. Voeg daarbij de choreografie van Haver die ons, hoe knap ook, alleen nog maar verder weg voert van de realiteit van alledag. Daarbij lijkt het wel of we op alle mogelijke wijze gespaard worden voor onwelkome beelden. Martelingen in de vorm van een dans, waarbij ik me af zit te vragen wat hier nu eigenlijk wordt verbeeld: gaat het om een verkrachting? Een marteling? Geen idee, wat ik zie is namelijk een kunstig uitgevoerd ballet dat mij eerder verwonderd dan dat het me schokt.

Allemaal heel jammer, want dit is een voorstelling waar met heel veel zorg aan is gewerkt, waarbij echt kosten nog moeite zijn gespaard en echt alles uit de kast is getrokken. Wellicht zelfs wel te veel en had een veel sobere aanpak geholpen om mij op het puntje van mijn stoel te doen belanden, te schokken en met een knoop in mijn maag naar huis te laten gaan.