‘SOVT’ heet het stuk dat hier vandaag centraal staat en dat staat voor ‘Semi-Occluded Vocal Tract’. Het is een compositie van de Amerikaanse componiste en percussioniste Sarah Hennies en de reden dat ik juist nu aandacht besteedt aan deze reeds een jaar geleden bij elsewhere verschenen Cd is dat het stuk binnenkort, op het Minimal Musci Festival in Amsterdam, live wordt uitgevoerd. Het is overigens niet de eerste keer dat Hennies hier voorbij komt. Eerder besteedde ik aandacht aan albums met de stukken ‘Casts’ en ‘The Reinvention of Romance’ en tijdens de Ruhrtrienalle van 2022 woonde ik een uitvoering bij van ‘Clock Dies’.
De titel ‘SOVT’ verwijst naar stemoefeningen die de stem versterken door de stembanden efficiënter te laten vibreren. Dat kan bijvoorbeeld door met een rietje in de mond te zingen, wat de luchtdruk reguleert en de belasting van de stembanden vermindert. Je verwacht dan een vocaal stuk, maar dat blijkt niet het geval, ‘SOVT’ componeerde Hennies voor geprepareerde piano, hier bespeeld door Richard Valitutto, bijna alle snaren zijn gedempt met Blu-Tack, een soort kneedgum. En daar ligt dan de relatie met de stem want: “By connecting all the strings with putty, a dramatically rich sympathetic vibration occurs throughout the piano similar to the way in which one feels increased vibration in the mouth and throat by singing through a straw”.

Het stuk begint vrij statisch, eerst met één toon – door die kneedgum wat vreemd klinkend, vaak meer percussie dan piano – gevolgd door een al even simpel ritmisch patroon van twee noten. Een sterk contrasterende noot erbij, en nog één, tot er een steeds complexere ritmiek ontstaat. Het is die meeslepende ritmiek die je als luisteraar vanaf zo ongeveer de achtste minuut in trance brengt. Zo rond de tiende minuut breekt Hennies de dynamiek ineens af, om met wederom één repetitief gespeelde noot opnieuw te beginnen. Al snel komt daar een geluid bij dat ik moeilijk kan koppelen aan de piano – wat kneedgum al niet kan doen! – en dat door het contrast voor extra spanning zorgt. Het vervolg, een poyritmisch patroon doet helemaal denken aan percussie, hier is het nog maar moeilijk te geloven dat we van doen hebben met een piano. En rond de achttiende minuut klinkt weer zo’n vrij simpel, maar desalnietemin zeer doeltreffend patroon. Twee minuten later, saai is dit stuk geenszins, gooit Hennies de zaak wederom om: of we een klok horen tikken, wederom gevolgd door zo’n twee noten patroon, nu klinkend als een oude ontstemde piano. En dat leidt weer, we blijven bij twee noten, tot muziek die voor mij Japans aandoet. Bijna irritant is die snelle opeenvolging van slechts één noot rond de vijfentwintigste minuut. En dan gaat Hennies vol op het orgel, sorry de piano, een polyritmisch, zeer meeslepend patroon. Dat mag eindeloos duren, maar duurt te kort. Het wordt echter gevolgd door meerdere boeiende fragmenten van fijnzinnige ritmiek. Zo rond de zevenendertigste minuut valt nog een patroon op, namelijk door het prachtige gebruik van nagalm. En is iemand nu stevig aan het doorstappen, zo rond de veertigste minuut; klinkt verderop het slaan op een blok hout en nog verderop het wrijven over de kast? Of zijn dit nog steeds die geprepareerde toetsen? Toch maar gaan kijken straks.
Twee stukken van het album zijn te beluisteren via Bandcamp, het album is daar ook te koop:
