Signum Quartett – A Dark Flaring (CD Recensie)

Het Duitse Signum Quartett breekt op het bij ECM Records verschenen ‘A Dark Flaring’ een lans voor de muziek voor strijkkwartet van zes Zuid Afrikaanse componisten. Ik kende ze geen van allen, wat denk ik niet zo heel vreemd is, aangezien de muziek van componisten uit dit land hier zelden te horen is. We hebben het – in de volgorde op de Cd –  over Mokale Koapeng, Matthijs van Dijk, Arnold van Wyck, Péter Louis van Dijk, Robert Fokkens en Priaulx Rainier. Met ruim tachtig minuten een overvol album met, dat mag gezegd, even zoveel prachtige stukken die met elkaar gemeen hebben dat ze, aldus het boekje bij de Cd: “grapple with the darkest of subjects without losing sight of inner light, by their expression of the pain of loss and the need for consolation.” En juist het strijkkwartet past uitstekend bij dit gegeven.

We beginnen met ‘Komeng’ van de in 1963 geboren Koapeng. De componist die op dit album, met dit stuk van ruim vier minuten, de minste aandacht krijgt. Koapeng haalde zijn inspiratie bij ‘Umeyezelo’ een lied van de  in 2002 overleden componiste Nofinishi Dywili, gebruikt tijdens een intiatieritueel van de Xhosa, voor als een jongen een man wordt. Dywili was een Thembu, één van de inheemse volkeren en zij componeerde veel voor de uhadi, een traditioneel snaarinstrument met slechts één snaar waarop geslagen wordt met een stok, meer percussie dus dan snaarinstrument. Een andere belangrijke componist voor Koapeng is Johann Sebastian Bach. En wie wil weten hoe je deze twee totaal verschillende invloeden op boeiende wijze bij elkaar brengt, moet dit stuk beslist beluisteren. Een componist waar ik graag meer van zou horen. Met ‘(rage) rage against the’ schreef Matthijs van Dijk, een generatie jonger, hij is van 1983, een zeer persoonlijk stuk, hij staat hier stil bij de dood van zijn moeder, terwijl hij pas achttien was. Met ongenaakbare strijkbewegingen en harde pizzicato klanken kluistert deze componist ons voor bijna tien minuten aan onze stoel. De in 1983 overleden Van Wyck is hier vertegenwoordigd met zijn ‘Five Elegies for String Quartet’ uit 1940-41. Een bijzonder mooi stuk, waarin we duidelijk de invloed van Dmitri Sjostakovitsj en Benjamin Britten horen. Binnen die vijf elegieen is met name het tweede, het ritmische ‘Allegro feroce’ zeer pakkend, al bevalt de melancholie van het derde deel, ‘Adagio, Senza tempo a pariante’ mij ook bijzonder goed.

Signum Quatett. Foto: website strijkkwartet

Péter Louis van Dijk, van de generatie van Koapeng, haalde, voor het uit 2000 stammende ‘iinyembezi’, eveneens zijn inspiratie bij een inheems volk, in dit geval de Xhosa. het woord ‘iinyembezi’ betekent ’tranen’. Een titel waarmee Van Dijk eveneens aanknoopt bij ‘Flow My Tears’ dat John Dowland in 1596 componeerde. De eerste vier noten van dit stuk vormden voor de componist de basis voor zijn eigen opvallend intieme compositie. Vertrekkend vanuit de stilte bouwt hij zeer geleidelijk aan een opvallend veelzijdig, kleurrijk en zeker verderop dynamisch stuk, in iets meer dan een kwartier neemt hij ons mee op een boeiende muzikale reis, waarbij we zeker in het tweede deel de invloed van de inheemse muziek duidelijk terug horen. Fokkens, hij is van 1975 en is na zijn studie in het VK daar gebleven, is op dit album vertegenwoordigd met ‘Glimpses of a half-forgottten future’, een opvallend ingetogen werk dat de titel alle eer aandoet. De in 1986 overlden Reinier is de enige vrouw op dit album. Haar ‘Quartet for Strings’ stamt uit 1939. Direct al aan het begin van dit strijkkwartet hoor je hoezeer Reinier beïnvloed is door de inheemse muziek die ze als kind om haar heen hoorde en die ze op boeiende wijze met een westers idioom vermengde. Een ander mooi voorbeeld is het ritmische tweede deel, ‘Vivace legiero grazioso’.