PlusEtage, Baarle-Nassau – 11 april 2026

Een half jaar geleden kwam hier, als onderdeel van een Oscar Jan Hoogland portret, ‘Weer een dag voorbij’ van The Ambush Party aan bod. Gisterenavond stond dit kwartet, naast Hoogland bestaand uit rietblazer Natalio Sued, cellist Harald Austbø en drummer Marcos Baggiani in de Plus Etage. En het was zonder meer boffen gisterenavond, want voor deze gelegenheid stond er geen kwartet maar een octet! De heren kregen versterking van vier dames: violiste Mary Oliver, de enige die frequent met Misha Mengelberg heeft samengewerkt – het album ‘Weer een dag voorbij’ is zondermeer een ode aan deze grootmeester, vocaliste Vera Morais, bassiste Björk Semey en cornettiste Felicity Provan. Het zette de prachtige stukken niet alleen in een volstrekt nieuw licht, maar bovenal komt dit type musiceren live altijd veel beter tot zijn recht.
En dus begint de eerste set met vrije improvisatie: repetitief pianospel van Hoogland, lange stembuigingen van de werkelijk fenomenale Morais – constant zit ik me af te vragen of dat nu wel zo goed is voor je stembanden, maar wat een talent zeg! – en Sued en Provan die lange lijnen blazen. En geleidelijk groeit de structuur en krijgen we een ritme dat Mengelbergs ‘Wij gaan naar de Italiaan’ aankondigt, duidelijk geïnspireerd door de volksmuziek en gezamenlijk gezongen. En ja, die prachtige solo van Sued op tenorsax horen we ook live. Mengelbergs ‘Kwela P’Kwana’ klinkt eveneens tijdens dit concert, maar ook dit stuk wordt ingeleid met vrije improvisatie. We horen duetten van Hoogland en Austbø en van Semey met Oliver voor we die typische Mengelberg melodie ontwaren en het hoge ‘circusgehalte’. Op de Cd ontbreken natuurlijk die solo’s van Provan en van Morais – we hopen op een tweede Cd, maar dan van dit octet! En met hun achten en in het vuur van de strijd wordt dit een dusdanig knotsgekke compositie dat zelfs Mengelberg verbaasd zou zijn geweest. ‘Carribean Fire Dance’ staat niet op de Cd, evenmin als ‘Ik wil nog niet dood’. En vooral dat laatste is een bijzonder stuk. Austbø speelt hier een hoofdrol als vocalist met die absurdistische twee zinnen: “Ik wil nog niet dood, maar ook niet meer leven. En bestaan tussen die twee uitersten is mijn streven” Met veel pathos brengt hij de tekst, zich volledig inlevend, eigenlijk alleen zoals Austbø dat kan. Maar wellicht is het tweede deel nog wel spannender, de grenzeloze ritmiek waarin we het voltallige octet volledig los horen gaan, dit mag eindeloos duren!

Na de pauze volgt ‘Las tenis de Imanolo’, een nieuw stuk van Baggiani en één van de hoogtepunten van dit concert. Het begint met een klassiek aandoend strijktrio, Oliver op viool, Austbø op cello en Semey op contrabas. Klassieke kamermuziek in de blender, want dit treffen ontspoort volledig. Als verderop Hoogland, Baggiani, Sued en Provan aansluiten krijgt het stuk steeds meer vorm. Een feestelijk, duidelijk door de Zuid Amerikaanse muziek geïnspireerd stuk. Je voelt de lente. Een dansbare ritmiek, creatieve uitweidingen en onweerstaanbare vocale bijdrages van Austbø en Morals. De drie overige stukken van de tweede set zijn allen op het album te vinden, te beginnen met het al even aanstekelijke ‘Cumbia for Ambush’ van Sued. Hoogland begint ook hier met speelse patronen op de piano, gevolgd door de percussie van Baggiani, waarna die verslavende ritmiek zich aandient. Het speelplezier spat ervan af. En wederom klinkt een klassiek aandoend strijktrio, maar nu met Oliver op altviool, we zijn bij Mengelbergs melancholieke ‘Weer is een dag voorbij’. Het album sluit ermee af, het concert heeft nog een toegift: ‘Pollera Amarilla’ van D.S. Espinoza. Een wederom zeer opwindend stuk, een voorbode van de zomer.
