The Necks – Disquiet (CD Recensie)

The Necks sluiten dit jaar op zondag 19 april het minimal music festival af. Nog niet zo heel lang geleden verscheen bij Northern Spy Records het driedubbelalbum ‘Disquiet’. Noem dit atypische pianotrio, dat reeds bestaat sinds 1987 en gevormd wordt door toetsenist Chris Abrahams, bassist Lloyd Swanson en drummer Tony Buck – er hebben nooit personeelswisselingen plaatsgevonden – gerust een instituut. Ze staan bekend om hun lang uitgesponnen stukken van rond een uur – we vinden er twee op dit album, naast twee van een half uur – met vaak een sterk repetitief karakter.

Het begin van ‘Rapid Eye Movement’ dat de gehele eerste Cd vult, breekt al direct met het bovenstaande. We horen Abrahams duidelijk op een keyboard strooien met opvallend melodieuze flarden en Buck is aanwezig op de bekkens. Swanson zit lang wat op de achtergrond, eigenlijk als enige iets van ritmiek producerend, maar komt verderop ruim aan bod met rustiek snarenspel. Het stuk klinkt aanvankelijk vrij abstract, maar gaandeweg vallen de puzzelstukjes op hun plaats en beweegt het trio duidelijk naar dat voor hen zo kenmerkende geluid. Abrahams zit weer achter de piano – heldere patronen neerleggend – Swanson en Buck bepalen de stuwende ritmiek. En dat dit alles zo traag op gang komt, maakt het ook wel wel tot een opvallend boeiend stuk. En wat van het begin af aan wel weer sterk opvalt is het krachtige samenspel.

The Necks, Foto: Camille Walsh

‘Ghost Net’, de gehele tweede Cd, begint direct met een voor mij Indiaas aandoende ritmiek. We horen eerst Swanson en Buck en aansluitend Abrahams, die laatste op orgel met verdichte patronen, zoals je die ook met een harmonium kunt maken, het geheel aanvullen. Een typisch stuk voor dit trio, een geenszins aflatende stroom klanken, een hallucinerende ervaring. Rond de achttiende minuut valt Abrahams even stil en valt de wat duistere ritmiek van Swanson en Buck extra op. Als hij verderop weer invalt, is het op een meer melodieuze wijze, terwijl de ritmiek onveranderd blijft doordenderen. En dan gebeurt er rond de veertigste minuut iets bijzonders: het ritme vertraagt geleidelijk, alsof het uit elkaar valt, terwijl Abrahams intussen lang uitgesponnen klanknevels produceert. Een proces dat zich echter niet doorzet, het stabiliseert op een trager, ietwat loom tempo. We zijn op bijna een uur als Abrahams er een heuse melodie ingooit, we kunnen zowaar mee neuriën.

De derde Cd bestaat uit twee stukken, ‘Causeway’ en ‘Warm Running Sunlight’. Het eerste begint vrij apart met snarenspel en roept bij mij wat associaties op met folk. Op de achtergrond horen we Buck en Abrahams, die laatste met gedoseerde klanknevels. Pas voorbij de derde minuut weet hij de toetsen te vinden. Hallucinerende patronen ontvouwt hij, te midden van die ingenieus opgebouwde klanknevels. Iets voorbij de negende minuut slaat het radicaal om, ook al vrij ongewoon voor dit trio. Ritmisch spel van Buck en Swanson en verderop een wolk orgelklanken van Abrahams dat zich verderop ontpopt tot jazzy orgelspel. We kunnen dansen! Zo’n vier minuten voor het einde dooft de muziek uit, langzaam als een nachtkaars, al weet Abrahams er toch nog een opwindend patroon tussen te frommelen. Het hart van ‘Warm Running Sunlight’ bestaat uit een intiem melodisch patroon van Abrahams, mooi begeleidt door Buck en Swanson. Een opvallend rustig stuk, de perfecte afsluiter van dit drieluik.

Het album is via Bandcamp te beluisteren en daar ook te koop: