Twan Geurts is een fan van de muziek van Arvo Pärt, al zo’n dertig jaar. Hij zingt zelf in een koor dat Pärts werk regelmatig uitvoert en hij heeft zich in de loop van de tijd uitvoerig in deze man verdiept. Dat Geurts geïnteresseerd is in alles wat samenhangt met religie, cultuur en muziek draagt daar zeker aan bij, tenslotte schrijft Pärt met name religieuze muziek. Vanuit die adoratie besloot Geurts in 2023 een boek te gaan schrijven dat zo rond de negentigste verjaardag van de componist, dat was vorig jaar, zou moeten verschijnen. Het werd iets later maar begin dit jaar verscheen ‘Componist van de stilte. In het voetspoor van Arvo Pärt’ bij uitgeverij Balans.
Pärt wordt op 11 september 1935 geboren in Paide, een dorpje in het dan onafhankelijke Estland, Die onafhankelijkheid duurde tot 1940. Rusland viel in dat jaar het land binnen, gevolgd door de Duitsers een jaar later, om in 1944 onderdeel te worden van de Sovjet Unie. In 1991 werd het land weer onafhankelijk. Pärts carrière als componist begon dus onder het Sovjet regime en hij kwam al snel met de autoriteiten in ervaring vanwege zijn hang naar modernistische muziek. Want vergis je niet: de Pärt zoals we die nu kennen, is een andere Pärt dan die van de eerste tien jaar van zijn muzikale loopbaan. Halverwege de jaren ’70 ontdekte hij – na een bijzonder moeilijke zoektocht, waarin Pärt zich onder andere uitvoerig in oude muziek verdiepte en dat was niet gemakkelijk in de Sovjet Unie – die voor hem zo kenmerkende stijl die hij ’tintinnabuli’ noemt, een woord dat is afgeleid uit het Latijnse ’tintinnabulum’ en dat zoveel betekent als ‘belletje’. Het overbekende werkje voor piano ‘Für Alina’ geldt als formele start, waarna er vele stukken volgden. Het zou Pärt tot de meest gespeelde componist maken van de hedendaagse gecomponeerde muziek. In diezelfde tijd vatte Pärt een steeds grotere belangstelling op voor religie en bekeerde zich uiteindelijk tot de Orthodoxe kerk en met name die stap bracht hem in conflict met de autoriteiten, religieuze muziek was absoluut niet toegestaan. In 1980 werd de componist dan ook vriendelijk verzocht het land te verlaten. Hij vertrok via Wenen naar Berlijn. Estland bleef echter trekken en ontving hem in 2011 met open armen. Laulasma herbergt inmiddels het Arvo Pärt Centrum, waar zijn complete archief momenteel wordt ontsloten en waar zijn nalatenschap is veilig gesteld.

Pärt is een geliefd componist, maar ook omstreden. Die opvallend karige ’tintinnabuli’ stijl kan lang niet iedereen bekoren, evenmin als zijn sterk religieuze insteek. Die controverse gaat nagenoeg aan Geurts voorbij. Iets waar hij overigens nergens moeilijk over doet. Verwacht dus ook zeker geen biografie in de strikte zin van het woord, daar is Geurts veel te weinig kritisch voor en is de adoratie te groot. Hij bespreekt de meest bekende stukken, maar meer als luisteraar en zanger dan als musicoloog, iets wat hij overigens ook niet is. Het is meer een journalistiek boek geworden, waarin Geurts ons meeneemt op zijn eigen reis sinds 2023. Hij bezoekt Berlijn, Laulasma en Tallin, praat met een grote diversiteit aan mensen die allemaal betrokken zijn bij zijn muziek en biedt zo een mooie inkijk in hoe de populariteit van deze componist tot stand kwam. Daar zitten uitvoerende musici bij, die vaak al decennia zijn muziek uitvoeren, als Paul Hillier, Tönu Kaljuste, Gidon Kremer, Jaan-Eik Tulve en Daniel Reuss, maar ook jonge musici als de pianiste Tähe-Lee Liiv die hij volgt tijdens een deel van haar tournee; de mensen van DAAD, waar Pärt onderdak vond toen hij in Berlijn arriveerde en de mensen van het Pärt Centre in Laulasma, waaronder Michael Pärt, de zoon van.
En Geurts kan beslist schrijven, waardoor dit zeker een boeiend en vooral heel persoonlijk boek geworden is over Pärt, over geloof en over de relatie die Geurts zelf heeft met deze componist, al heeft hij hem zelf niet meer gesproken, aangezien Pärt geen interviews meer geeft. Het helpt dus wel als je net als Geurts zelf ook van de muziek van Pärt houdt en daar hetzelfde in ziet als de schrijver. Voor mij geldt dat wel, al ben ik minder een fan van de man dan hij. Dus draag je Pärts muziek een warm hart toe en wil je wat meer van de achtergronden weten, zonder direct de diepte in te hoeven, dan hebt je hier absoluut een boeiend boek aan. Zeker het lezen waard.
