Dag in de Branding – Editie 42 (Concert Recensie)

Diverse locaties, Den Haag – 3 december 2016

martijnpadding_dsc_1512Een feestelijke editie van Dag in de Branding, alweer de 42ste. Want niemand minder dan Martijn Padding krijgt de enige Nederlandse oeuvre prijs voor componisten uitgereikt, de Johan Wagenaar prijs. En aangezien Padding een Haagse componist is en als hoofd van de afdeling compositie één van de drijvende krachten achter het Koninklijk Conservatorium in Den Haag, profiteert het Haagse muziekleven hier volop van mee. Genoeg reden voor Dag in de Branding om niet alleen Padding zelf in het zonnetje te zetten, maar ook een avond lang te wijden aan het werk van zijn leerlingen.

Het juryrapport is duidelijk over de bijdrage die Martijn Padding de afgelopen decenia heeft geleverd aan de Nederlandse gecomponeerde muziek: “Padding is veelzijdig, inventief, origineel en virtuoos in zijn instrumentaties. Zijn werk is dwars, eigengereid en heeft een onmiskenbaar Nederlands geluid, waarbij Padding steeds een eigen draai geeft aan de traditie. Zijn oeuvre is van een consistent hoge kwaliteit en ook zeer relevant in de huidige tijd; Padding onderzoekt in zijn muziek aldoor de verhouding met andere kunstvormen.” Het zijn elementen die we volop horen in de drie stukken die het New European Ensemble onder leiding van artistiek directeur van Dag in de Branding en dirigent Christian Karlsen uitvoert. Drie soloconcerten, een genre waarin Padding excelleert, wellicht wel omdat hij dan kan samenwerken, zijn grote kracht. Achtereenvolgens horen we het voor basfluitiste Marije van den Berg geschreven ‘Slow Landscape with Thunder’, dat hier wordt uitgevoerd door Felicia van den Endt, de fluitiste uit het ensemble; het voor violiste Heleen Hulst geschreven ‘White Eagle’, dat zij ook zelf uitvoert en tot slot het voor pianist Gerard Bouwhuis geschreven ‘Unequal Parts’ dat eveneens door Bouwhuis zelf wordt uitgevoerd. Dit laatste stuk overigens wel in een herbewerking. Het oorspronkelijke stuk ging in 2005 met 28 musici in première. Met de huidige cultuurbudgetten was een reprise in deze vorm niet meer mogelijk! Padding heeft het stuk vervolgens ingekort tot 20 minuten en het wordt nu uitgevoerd door 15 musici. De drie concerten verschillen aanzienlijk van elkaar. Zo is ‘Slow Landscape with Thunder’ een zeer rustig, dromerig stuk, terwijl de delen één en drie van ‘White Eagle’ heel dynamisch en opwindend klinken. Gemene deler is de combinatie van ernst en speelsheid. Zo brengt het slagwerk in ‘Slow Landscape with Thunder’ regelmatig bij de luisteraar een glimlach op de lippen, zo origineel en onverwacht, de ernst in het stuk doorbrekend. En in ‘White Eagle’ is het de violiste die voor speelse momenten zorgt, bijvoorbeeld in het laatste deel waar de viool pizzicato bespeeld wordt, klinkend als een mandoline. Een ander kenmerk van Padding is zijn eclectische houding. Zijn muzikale wereld beperkt zich duidelijk niet tot het stereotype klassieke idioom, maar strekt zich uit over de grenzen van de klassieke muziek en heeft ook beslist een theatraal element. Een goed voorbeeld van dat laatste is het tweede deel van ‘Unequal Parts’ waarin de pianist tegen het einde een extreem lastige partij speelt. De rechterhand moet iedere keer een noot aanslaan in het hoogste register, razendsnel en in één keer goed. Volgens Padding kan alleen Bouwhuis dat. En Bouwhuis kan het, zo blijkt. Het geeft het stuk een apart karakter.

johan_wagenaar_1912_crop

Johan Wagenaar

In zijn toespraak verenigt Padding de ernst en het ludieke eveneens. Als hij droog opmerkt blij te zijn met de prijs onderstreept hij dit met het activeren van een in zijn broekzak zittend toetertje. Maar zijn opmerkingen over de bezuinigingen zijn niet mis te verstaan. Hij maakt zich duidelijk boos over de huidige bezuinigingen die het muziekleven danig in gevaar brengen. Hoe kan het dat een ensemble als Capella Amsterdam in zeer zwaar weer zit doordat het geen subsidie meer krijgt van het Fonds Podiumkunsten terwijl zo veel Nederlanders zelf in een koor zingen? En hoe kan het dat zelfs het Concertgebouw Orkest het zwaar heeft? Als docent wordt Padding iedere dag weer geconfronteerd met de gevolgen van de afbraak. Want hoe moeten zijn studenten hun muziek uitgevoerd krijgen als er geen ensembles meer zijn?

Hoe belangrijk die symbiose is, wordt duidelijk tijdens de fantastische avond in Korzo waarop de huidige generatie componisten centraal staat. Den Haag werkte de afgelopen decenia duidelijk als een magneet op veel jonge, vooral buitenlandse componisten. En één naam duikt daar vrijwel altijd bij op, Louis Andriessen. Menig student, waar we gisteren muziek van hoorde, toog naar Den Haag na muziek van deze grootmeester gehoord te hebben. de oorspronkelijk uit Australië afkomstige Kate Moore was naar eigen zeggen gelijk verkocht toen ze Peter Greenaway’s film ‘M is for Man, Music, Mozart’ met de muziek van Andriessen hoorde. En nadat de Amerikaan Oscar Bettison stukken als ‘De Staat’ en ‘Hoketus’ had gehoord trof hem de “geweldige, krachtige muziek, zo vol leven”. Terwijl het bij de Mexicaanse componist Alejandro Castaños was ‘De Staat’ was die ervoor zorgde dat Den Haag op zijn netvlies kwam.

louisandriessen-annavankooij-8072-1024x683

Louis Andriessen – Foto: Anna van Kooij DNO

Dag in de Branding presenteert deze groep dan ook als de Tweede Haagse School. Refererend aan die eerste Haagse School, waarin we, naast Andriessen ook componisten als Dick Raaijmakers en Gilius van Bergeijk aantroffen. Volgens Padding, die zelf tussen die twee scholen in zit, was er helemaal geen Haagse School, daar waren deze componisten veel te verschillend voor en is er nu ook geen Tweede Haagse School om diezelfde reden. En toch, ondanks alle verschillen zijn er ook zeker overeenkomsten. Want als er iets opvalt aan die groep nieuwe componisten dan is het de zeer hoge kwaliteit van de composities. Stuk voor stuk zijn het goed in elkaar zittende stukken die leven, bruisen en je als luisteraar raken. En dat zal alles te maken hebben met de opvatting van het Haags conservatorium. Padding: “In het onderwijs hebben we dat conceptuele (wat eveneens die componisten die de eerste Haagse School vormen kenmerkt, red.) vastgehouden: een manier van naar de wereld kijken, een attitude. Voor jonge mensen is dat veel bevrijdender om over te nemen dan een geluid.” Het conservatorium wordt door de studenten dan ook geroemd omdat je er gestimuleerd wordt je eigen weg te gaan, jezelf te ontdekken, nieuwe dingen uit te proberen. Het zorgt ervoor dat componisten hun eigen stijl ontwikkelen en stukken maken die leven, ontroeren, shockeren, verbazen, kortom iets losmaken.

Dat kenmerkt het werk van Kate Moore waarvan drie orkestwerken worden uitgevoerd. Direct herkenbaar als zijnde Kate Moore in die, beslist door Andriessen beïnvloed, zo kenmerkende eigen stijl. Waarin de begrippen natuur en tijd altijd op zeer originele wijze terugkomen. In ‘Klepsydra’ door het werken met een waterklok en in ‘Days and Nature’ door een drietal vreemdsoortige machines die zo uit de werkplaats van Jean Tiguely lijken te komen. Drie bijzonder sterke stukken die hier schitterend worden uitgevoerd door het New European Ensemble. Ensemble Klang brengt ‘O Death’ van Oscar Bettison, waarvan tijdens de vorige editie van het festival nog ‘The Presence of Absence’ in première ging. Dit stuk uit 2005 is inmiddels een klassieker en werd in 2010 door het ensemble ook op Cd uitgebracht. Fantastisch dat het hier weer eens live klinkt. Het stuk staat als een huis en laat goed horen hoe de lessen van Padding en anderen hebben uitgepakt. Bettison vermengt hier zijn Amerikaanse roots, blues, folk en gospel op bewonderenswaardige wijze met het klassieke idioom tot een zeer enerverend geheel dat zeventig minuten lang boeit.

‘O Death’ is te beluisteren en te koop via Bandcamp:

‘O Death’ is overigens een prachtig voorbeeld van de symbiose tussen componist en ensemble. “De musici van Ensemble Klang vonden het geen probleem dat ik van ‘O Death’ een stuk van ruim een uur wilde maken en hen bovendien voorstelde allerlei instrumenten te bespelen. Ze gaven input waar ik tijdens het componeren veel aan had. ‘O Death’ was enorm belangrijk voor mij, een waterscheiding”. Ensemble Modelo62 is ook zo’n ensemble dat zeer toegewijd is aan de componisten en waarvoor niets te gek of te dol is. Zo gebruiken de strijkers in ‘Tonewood’ van Hugo Morales hun klankkasten om door de computer gegenereerde puls te laten resoneren. Het levert een verrassend afwisselende compositie op. En in ‘El oltro, el mismo’ van Miguelángel Clerc vinden we twee gitaristen die hun gitaren onderling hebben verbonden middels drie lange draden. Bespeel de ene gitaar en de ander resoneert mee, bespeel de draden en de twee klankkasten resoneren de tonen. Een wonderlijk samenspel. Maar echt bijzonder is ‘Elegy for the Schoolboys at Ghazi Khan’ waarin de Amerikaanse saxofonist en componist Keir Neuringer stilstaat bij de standrechtelijke executie van negen Afghaanse jongens door Amerikaanse soldaten op 27 december 2009. Wie een zwaar stuk verwacht, komt bedrogen uit. Neuringer voert ons mee op een reis naar binnen om ons bewust te maken van onze kwetsbaarheid. Hij slaagt onmiskenbaar.

Een Tweede Haagse School? Wellicht wel. Gedurfde, energieke composities, waar schoonheid weer gewoon een plek mag hebben en ontroering. Dat daar geld voor nodig is, lijkt niet meer dan logisch. Verstandig stemmen dus volgend jaar. En verder gaan we nog veel van deze componisten horen. Gelukkig wel!

De volgende editie van Dag in de Branding is op 11 maart 2017, met daarin veel werk van Karlheinz Stockhausen en Edgard Varèse.

Reacties zijn gesloten.