Gaudeamus Muziekweek 2018 – Deel 4 (Concert Recensie)

Diverse locaties, Utrecht – 7 september 2018

Caravaggio – ‘La Flagellation di Christo’

Ook op de vrijdag van Gaudeamus Muziekweek weer veel aandacht voor de genomineerden voor de Award van dit jaar. We horen stukken van William Kuo, Lawrence Dunn en Raphael Languillat en maken kennis met Matthias Krüger. Maar het is ook de dag waarop het Franse Ensemble Variances zijn debuut maakt op dit festival en Ensemble Nikel weer groots uitpakt met muziek rond de surrealistische films van de Oostenrijkse regisseur Peter Tscherkassky.

Gisteren betoonde ik mij niet bijster enthousiast over de componist Raphael Languillat en zijn compositie ‘(((LIMBO)))_plexus (part 1)’ dat hij schreef voor Slagwerk Den Haag. Vandaag staan er twee andere stukken op het programma en stelt hij mijn beeld over hem fors bij. Dat komt met name door de uitvoering van ‘flagellatio ii torso’, hier uitgevoerd door Saskia Lankhoorn. Languillat is een groot liefhebber van beeldende kunst en dan met name die van de Italiaanse Renaissance. Veel stukken zijn dan ook een soort van verklankingen van schilderijen die hem dierbaar zijn. Zo ook dit stuk dat hij baseerde op Caravaggio’s ‘La Flagellation di Christo’. Zelf zegt hij over de doorwerking van dit schilderij in zijn partituur: “De heftigheid van het schilderij keert terug in de muziek. Het is een snelle, herhalende opeenvolging van noten, een marteling om te spelen. Geen lyrische melodieën of welluidende harmonieën. De piano verwordt haast tot slagwerkinstrument. Het toont de donkere klank van de piano, ik had black of doom metal in gedachten.” Heftig kun je dit schilderij, zoals dat voor veel werk van Caravaggio geldt, inderdaad wel noemen. Maar het stuk dat Languillat schreef slaat alles. het is een kwelling, een kwartier lang. Lankhoorn speelt de repeterende, razende noten met volledige overgave, de rillingen lopen je over de rug. Een schitterende vondst is het bovendien om de camera op haar gezicht te zetten en de beelden levensgroot te projecteren. De concentratie, overgave, ja, het lijden, het is prachtig om te zien. Een moment van pure extase.

De kruisiging door Pietro Perugino

In het andere stuk, ‘Crucifixion (d’après Pérugin)’, dat Languillat baseerde op de kruisiging van Pietro Perugino, creëert hij een vredige, microtonale geluidswereld, goed passend bij dit veel vrediger ogende schilderij. De spanning loopt geleidelijk op en een scène met heftige slagen op het slagwerk geeft het lijden aan. Maar echt origineel is Languillat hier niet en de uitvoering door het Ensemble Variances klinkt wat aan de matte kant.

Met ‘brim, veer’ horen we vandaag ook het laatste stuk van William Kuo. Ook hier klinkt Kuo’s fascinatie met klank en klankkleur weer door. Joey Marijs van Ensemble Klang bespeelt hier een dulcimer met een strijkstok, Saskia Lankhoorn beroert slechts de snaren van de opengewerkte piano en trombonist Anton van Houten tovert al even onverwachte sputterende en gruizige klanken uit zijn instrument. Ook het ritme, een ander herkenningspunt in het werk van Kuo, vinden we hier terug. Het klinkt als een stomende machine. Een interessante componist die Kuo. Dat geldt overigens eveneens voor Lawrence Dunn die weet te verrassen met ‘Disappointment Rondeau’, uitgevoerd door Slagwerk Den Haag. Een vreemd stuk. Het doet me nog het meest denken aan een langzame dans, die bovendien wordt afgedraaid op een oude grammofoon op een te laag toerental. En het sleept zich voort. Maar saai wordt het nergens. Leuk is ook het marimba spel, het heeft iets zoets, romantisch. Dunn speelt ook hier dus weer met stijlelementen uit het verleden, maar brengt deze op vernieuwende wijze en dat is knap.

Knap is ook zeker ‘Dance of the Dream Men’, van Matthias Krüger. Hulde hier voor de vier leden van Slagwerk Den Haag (wat kunnen die eigenlijk niet?) want Krüger maakt het ze bijzonder lastig. Het instrumentarium bestaat uit diverse soorten plastic buisjes, vastgemaakt aan touwen. Door deze ritmisch rond te laten draaien ontstaat klank, iets wat ook nog gevarieerd kan worden door de snelheid aan te passen. Ieder attribuut heeft een andere klank. Uit het samenspel ontstaat muziek. De titel verschilt niet zo maar slechts één letter van een stuk dat Angelo Badalamenti schreef voor David Lynch‘ ‘Twin Peaks (‘Dance of the Dream Man’), Krüger citeert in zijn partituur ook David Lynch: “Where we are from, the birds sing a pretty song and there’s always music in the air.” Een mooi citaat en prima van toepassing. Het stuk van Krüger klinkt niet alleen bijzonder, het ziet er ook bijzonder uit, iets dat voor de componist eveneens een belangrijk gegeven is. De vraag is alleen of het in zijn totaliteit tot een goede compositie leidt en eerlijk gezegd liggen daar wel een beetje mijn twijfels. Maar een feest is het, zo veel is wel zeker.

Verder op deze dag muziek van een handvol andere componisten. Vermeldenswaard is zonder meer de wereldpremière van ‘Cutoff’ van Utku Asuroglu. In 2015 dong hij mee naar de prijs, won hem niet, maar is sindsdien wel ieder jaar vertegenwoordigd met nieuw werk. ‘Cutoff’ is een ritmische, heftige uitbarsting waar Slagwerk Den Haag met veel plezier uitvoering aan geeft. Een zeer aards en fysiek stuk. Apart is eveneens het werk van Thierry Pécou, tevens leider en dirigent van het Ensemble Variances, In 1993 dong hij mee naar de award en sindsdien was hij niet op het festival. Pécou is een man met een missie: hij wil samenbrengen en verbinden en gebruikt zijn muziek om bruggen te slaan tussen culturen en verloren tradities tot leven te wekken. Pécou zelf komt van Martinique, gelegen in de Caraïben en is dus het kind van meerdere culturen., iets dat doorklinkt in zijn muziek.  In ‘Dans en Cercle’, zijn solostuk voor pauken maakt hij bijvoorbeeld verbinding met de muziek van Noord Amerikaanse indianen en in ‘Méditation sur la fin de l’espèce’, een celloconcert, verweeft hij walvisgeluiden. Het is aantrekkelijke, melodieuze muziek, maar je blijft wel het gevoel houden dat er iets ontbreekt. In beweging krijgt Pécou ons niet, laat staan dat hij ons weet te schokken of te verbazen, daarvoor klinkt het allemaal net iets te braaf, te academisch.

Nee, voor vernieuwing moeten we elders zijn. Bijvoorbeeld bij het concert van het Nikel Ensemble. Het betreft hier een project van het internationale Ulysses Network, waar Gaudeamus ook deel vanuit maakt. Componisten schrijven in dit project nieuwe muziek bij films van Peter Tscherkassky. In dit geval ‘Dream Work’ en ‘Outer Space’. Het zijn korte, zeer surrealistische films, in de stijl van Man Ray, ‘Tscherkassy noemt aan het eind ‘Dream Work’ zelf diens naam. We krijgen dus een overdaad aan over elkaar heen schuivende beelden, bewegende poëzie zonder duidelijk plot of verhaallijn. Wel zijn de beelden vaak verontrustend, vooral die in ‘Outer Space’, het hoofdpersonage schreeuwt, krijst, het gezicht vertrokken van angst en pijn. Dankbaar voedsel voor de componisten die ieder hun eigen interpretatie geven op de films. Simon Løffler en Boris Bezemer doen dat met ‘Dream Work’, Clara Iannotta en Mikolaj Laskowki met ‘Outer Space’. Het meest bijzondere is zonder meer de compositie van de Deen Løffler. De vier leden van het ensemble zitten op een rij met aan één vinger van de hand een ijzeren staafje, vergelijkbaar met de baton van de dirigent. Met dat staafje spelen ze verrassende ritmes. Verder brengen ze een soort van machine, vooraan op het podium, in beweging. Het geluid dat door de beweging wordt veroorzaakt past wonderwel bij de beelden. Ianotta’s soundtrack bij ‘Outer Space’ is ronduit angstaanjagend. De beelden van Tscherkassky zijn al niet echt vrolijk te noemen, Ianotta doet er nog een flinke schep op. Ze zegt zelf dat ze muziek vooral ziet als “een existentiële, fysieke ervaring”, welnu dat horen we hier overduidelijk terug.

Bekijk hier het originele ‘Dream Work’ en ‘Outer Space’:


Reacties zijn gesloten.