Tobias Klein – Chambery (CD Recensie)

Basklarinettist Tobias Klein heeft in de afgelopen jaren een naam opgebouwd als improviserend muzikant binnen wat we gemakshalve maar even als ‘jazz’ aanduiden. Wellicht het meest bekend is hij van Spinifex, een avontuurlijk ensemble dat graag op het slappe koord tussen stijlen balanceert. Klein is echter ook componist van stukken waar die jazz in terug te horen is, maar die we toch eerder onder hedendaags gecomponeerd scharen. De basklarinet speelt in al die stukken een rol, niet zo verwonderlijk voor wie Klein kent, en wordt op ‘Chambery’, recent verschenen bij Attacca Productions, ter hand genomen door Kleins partner Fie Schouten.

Schouten is gespecialiseerd in hedendaagse gecomponeerde muziek, speelde werk van Karlheinz Stockhausen en Helmut Lachenmann, om maar twee iconen van de hedendaagse muziek te noemen en is de drijvende kracht achter het tweejaarlijkse basklarinetfestijn. Maar hier komt ze voor andere uitdagingen te staan. Zo moest ze wel even studeren op het spelen van een ritmische ‘grid’: “en dat is in beginsel voor een klassiek geschoold musicus lastig. Je zou zeggen doe het dan met een metronoom, maar dat is het natuurlijk niet. En als je alles helemaal zou uitschrijven, slaat de muziek dood. Ik ben zelf geen jazzmuzikant, maar intussen heb ik wel een ontwikkeling doorgemaakt om de muziek van Tobias goed te kunnen uitvoeren.”

In ‘Leichte Überlappungen’ horen we direct twee basklarinetten, naast Schouten, Jelte Althuis. Opvallend aan dit stuk is dat Klein hier kiest voor een mathematische aanpak in het componeerproces, in plaats van de meer intuïtieve benadering die hij normaal kiest. Dat zegt hij er zelf over, want hoorbaar is het geenszins. Mooi is de samenhang die Klein hier bereikt tussen de twee instrumenten die soms voor heel korte tijd samen opgaat, maar meestal juist heel licht van elkaar verschilt. Die achtergrond in de geïmproviseerde muziek hoor je terug bij Klein, maar niet op een voorspelbare manier. We herkennen elementen in ‘Kengboginn’, met name in de melodische bewegingen van de basklarinet, maar wat hier dan weer heel bijzonder is, is de inzet van een klavecimbel als partner, bespeeld door Goska Isphording.

‘SteinHolzGummiWasser’, met naast Schouten, Bart de Vrees op percussie, is een mooi voorbeeld van de ‘grid’ waar Schouten hierboven op doelt. Met name het begin is sterk ritmisch, met zowel jazz als rock invloeden, iets dat redelijk sterk contrasteert met het verdere verloop dat juist zeer ingetogen klinkt. Wat we in dit stuk en niet alleen hier, duidelijk terughoren is de invloed van Ornette Coleman en het werken met polyritmiek. Klein zegt daar zelf over in het Cd boekje: “Voor mij reflecteert deze werkwijze de utopie van een maatschappij waarin verschillende culturen gelijkwaardig bestaan en met elkaar in dialoog zijn. In die zin heeft muziek voor mij altijd een sociaal en ook politiek aspect.” Een mooi voorbeeld is ook ‘Vermutung’, waarin we naast Schouten de accordeonist Marko Kassi horen. Opvallend ingetogen klinkt ‘Bogus Bogey’, met naast Schouten Tarmo Johannes op fluit en Taavi Kerikmäe op piano. Het is vooral de bijdrage van de fluit die hier opvalt. Het enige solostuk, ‘Tömba Tömba’ zou je een typisch Klein stuk kunnen noemen. Hij componeerde het gaandeweg met de basklarinet in de hand. Toch doen we Klein daarmee te kort. Al de stukken op dit album zijn immers Klein stukken en de wijze waarop ze tot stand kwamen mag verschillen, de wijze waarop ze klinken is opvallend homogeen.

Tot slot bevat dit album nog ‘Schlaf’ van de componist Enno Poppe, uitgevoerd door Schouten en Althuis. Het is een mooi uitgebalanceerd stuk waarin het geluid van de twee basklarinetten prachtig samenvalt. Een mooie afsluiting van een bijzonder album.

Beluister hier ‘Leichte Überlappungen’:

Reacties zijn gesloten.