Fred Frith & Ikue Mori – A Mountain Doesn’t Know It’s Tall / Takashi Masubuchi & Shizuo Uchida – Dripping Nocturne (CD Recensie)

De invloed van Fred Frith op de hedendaagse muziek kan moeilijk worden overschat. Hij speelde in Henry Cow, John Zorn’s Naked City, Massacre en nog zo wat andere grensverleggende bands op het snijvlak van rock, noise en vrije improvisatie. De laatste jaren is hij vooral meer opgeschoven naar dat laatste, zoals ook weer blijkt uit het recent verschenen ‘A Mountain Doesn’t Know It’s Tall’ dat hij voor Intakt Recordings opnam met laptop kunstenares Ikue Mori. Takashi Masubuchi is voor mij nieuw en ik zal niet de enige zijn, toch bouwde ook hij de afgelopen jaren aan een aardige discografie op, met drie albums in het afgelopen jaar, waaronder het bij Headlights verschenen ‘Dripping Nocturne’, waarin we hem horen met bassist Shizuo Uchida.

Frith en Mori kennen elkaar zo’n veertig jaar maar maakten vreemd genoeg nooit eerder samen een geïmproviseerd album. En als ze toen in januari 2015 niet een dag over hadden gehad, ze werkten samen aan een soundtrack, was dit album er wellicht ook nooit gekomen. Soms zit het ons dus mee. Het bijzondere aan dit album is dat we Frith kennen als gitarist, maar dat hij maar in twee stukken, ‘Nothing to It’ en ‘Now Here’, op dit instrument is te horen! Op de achterzijde van het album staat verder “Home-made instruments, various toys and objects”. En dat, in combinatie met de laptop van Mori, levert een enorme diversiteit aan geluiden, samenvallend tot een kaleidoscopisch kunstwerk waarin het experiment voorop staat. En probeer daarbij vooral niet om uit te vinden wie nu precies welk geluid maakt, onbegonnen werk. We missen die gitaar dus geenszins al klinkt hij prachtig gruizig, tegen noise aanleunend in ‘Nothing to It’, meeslepend in ‘Now Here’ en denken we hem te horen in ‘Hishriyo’, maar blijkbaar is dat Mori’s laptop.

‘Dripping Nocturne’ is een geheel ander album en bezit de voor ‘Nocturne’ vereiste duisternis. De Ierse componist John Field, hij leefde van 1782 tot 1837 geldt als de grondlegger van deze vorm, volgens Wikipedia: “een muzikale compositie die geïnspireerd is op de sfeer van de nacht, een romantisch of dromerig geheel.” In drie naamloze stukken creëren Masubuchi en Uchida een sfeer die hier uitstekend bij past. Bijna toevallig klinkende noten, vaak met een grote mate van resonantie vormen een melancholiek en ja, dromerig klanklandschap. Bijzonder daarbij is de onderlinge verwevenheid van gitaar en bas, beide natuurlijk snaarinstrumenten, maar dat verklaart dit niet in zijn geheel. Het heeft vooral te maken met een gedeelde attitude van deze twee Japanse musici, waarbij het onorthodox inzetten van de instrumenten zeker niet wordt geschuwd, in het tweede deel van het eerste stuk horen we bijvoorbeeld een klankspectrum dat ons eerder aan de bouwmarkt doet denken dan aan de muziekstudio. Het tweede stuk kenmerkt zich door een sterk repetitief ritme dat vooral op het conto van Ushida geschreven mag worden. Het derde stuk heeft weer hetzelfde onbestemde, enigszins duistere karakter dat ook het eerste deel kenmerkte.

Van ‘A Mountain Doesn’t Know It’s Tall’ zijn een aantal nummers via Bandcamp te beluisteren, het album is daar ook te koop:

Reacties zijn gesloten.