Dalgoo – Liberté, Égalité, Fraternité (CD Recensie)

Twee albums van klarinettist en saxofonist Tobias Klein, kort na elkaar verschenen. Dalgoo is terug van weggeweest en met Bugpowder voegt deze onvermoeibare musicus een nieuw project toe aan een alsmaar uitdijend universum. Dalgoo, naast Klein bestaand uit medesaxofonist en klarinettist Lothar Ohlmeier, bassist Meinrad Kneer en drummer Christian Marien verbrak met het bij Jazzwerkstatt verschenen ‘Liberté, Égalité, Fraterité’ een stilte van vijftien jaar, een gebeurtenis van formaat. En dan is er Bugpowder, bestaand uit Klein, gitarist Jeroen Kimman, basgitarist Jasper Stadhouders en drummer Tristan Renfrow dat via Trytone ‘Cage Tennis’ uitbracht. De ondertitel maakt duidelijk wat we kunnen verwachten: ‘Bugpowder plays Ornette Coleman compositions of the 70s and 80s, and well, 60s’.

Maar laten we beginnen met Dalgoo, dat middels de titel van dit album allereerst wil uitdrukken dat Klein niet de leider is van het gezelschap, al leverde hij wel de meeste composities, leider zijn ze allemaal, net hoe het uitkomt. En dat betekent hier geenszins dat we in de chaos belanden, veeleer dat het kwartet ‘Vibrate(s) in Sympathy’. Zo luidt heel toepasselijk het eerste nummer waarin we direct Ohlmeier aantreffen in een pakkende, heerlijk dynamische solo, terwijl Kneer en Marien op de achtergrond krachtige lijnen uitzetten. Dan komt Klein erbij en zitten we in één van die wonderlijke ontmoetingen die dit album kenmerken. Kneer trapt ‘Arabian Oil’ af met een solo die, dankzij het gebruik van de strijkstok, wel wat van hedendaagse gecomponeerde muziek wegheeft en ja, waarin ook een vleugje Arabische muziek doorklinkt. Een sfeer die bij ons blijft in het verdere verloop van dit relatief lange stuk. Mooi ook hoe Ohlmeier op basklarinet hier Klein op klarinet ondersteunt en hoe de ritmesectie het vuur verder opstookt. En zoals gezegd, geen eenduidig leiderschap betekent geenszins chaos. Aangenaam melodische stukken als ‘Irr und Sinn’, dat zich kenmerkt door strak samenspel; ‘Lakeish’; ‘Listopad’, waarin eveneens een aangenaam oosters sfeertje hangt en ‘Eens en Oneens’, met name bijzonder vanwege het prachtige, zeer ritmische duet van Marien en Kneer, getuigen daarvan. Tegelijkertijd krijgt iedere musicus volop de ruimte om zijn eigen pad te volgen, in de drie heerlijk experimentele en veel te korte titelstukken ‘Égalité’, ‘Liberté’ en ‘Fraternité’, maar ook in een stuk als ‘Lakeish’ waarin de beide blazers heerlijk los gaan en in het speelse ‘Gap-Toothed Smile’. Een hoogtepunt is verder ‘Die Zeit Steht Still’: langgerekte tonen van de blazers, een duistere klankwolk van Kneer, mooie accenten van Marien.

Direct bij opener ‘Jump Street’, mooi ook dat Bugpowder zich richt op het minder gespeelde oeuvre van Coleman, merk je dat dit een nog veel strakker album is. En KIein heeft de ideale musici uitgezocht voor dit kwartet. Wie Renfrow en Stadhouders de laatste jaren een beetje gevolgd heeft, weet dat zij uitermate geschikt zijn voor dit type muziek en ook Kimman heeft bewezen een meer dan interessante gitarist te zijn. Goed getroffen explosies van Refrow en Stadhouders begeleiden dan ook de fel gespeelde melodische lijnen van Klein en Kimman. Het sprankelende, kwikzilverachtige dat de muziek van Coleman in die dagen kenmerkte, komt op dit album prachtig tot uiting. De meester zocht in die jaren naar nieuwe wegen en putte uitgebreid uit nieuwe, vooral zwarte trends in de muziek. Dit is jazz, aangelengd met funk en rock tot een geheel eigen geluid. Juist met die eclectische aanpak, en stukken als ‘Bugpowder’, ‘Times Square’ en ‘Sleep Talk’ zijn hier mooie voorbeelden van, weet dit kwartet bijzonder goed raad. Dit is dan ook een album dat niet alleen de avontuurlijke jazzliefhebber, maar zeker ook de meer op rock en funk georiënteerde luisteraar zou moeten aanspreken. Een hoogtepunt op dat vlak is bijvoorbeeld ‘Happy House’, waarin Renfrow en Stadhouders de spanning er op aangename wijze in houden. Een boeiend intermezzo is de ballade ‘Song for Che’ waarin Kimman en Stadhouders de rollen omdraaien en we die laatste op akoestische gitaar horen, maar waarin ook de partij van Klein vermeldenswaard is. Met veel gevoel vertolkt hij hier op basklarinet de boeiende melodie. Opvallend aan dit album vind ik verder de hechte wijze waarop er hier wordt samengespeeld. Bijzonder, zeker ook omdat het hier een debuutalbum betreft.

Van ‘Cage Tennis’ zijn drie stukken te beluisteren via Bandcamp, het album is hier ook te koop:

Reacties zijn gesloten.