Kodian Trio – Live at BRÅKFEST / John Edwards, Andrew Lisle, Dirk Serries & Colin Webster – Peck and Fleet (CD / LP Recensie)

De gitarist Dirk Serries, die in dit verslag voor de tweede keer centraal staat, gisteren besprak ik een duo album met Alan Wilkinson, werkt al geruime tijd intensief samen met saxofonist Colin Webster en drummer Andrew Lisle. In 2016 verscheen het eerste album van het Kodian Trio en onlangs kwam de zevende schijf uit, het bij Open Ear Music (OEM) verschenen ‘Live at BRÅKFEST’. Maar de drie ontmoeten elkaar niet alleen onder die naam. Bij Raw Tonk, het label van Webster verscheen onlangs ook de LP ‘Peck and Fleet’, waarop we het trio vinden, aangevuld met de fameuze, eveneens Britse bassist John Edwards.

‘Live at BRÅKFEST’ bevat opnames gemaakt tijdens het BRÅK Festival of Improvised Music in de Hundred Years Gallery in Londen, februari vorig jaar. Een maand dus nadat Serries met Wilkinson daar optrad, hij steekt blijkbaar graag het kanaal over. Een relatief korte, de Cd duurt nog geen half uur, geluidsexplosie is het resultaat. Van een geleidelijke opbouw is daarbij geen sprake, het trio gaat direct stomend van start. En klinkt het aanvankelijk wat chaotisch, gaandeweg krijgt het ritme steeds meer de overhand. Tot na ruim tien minuten de machine stilvalt en we twee prachtige solomomenten opgediend krijgen. Eerst laat Serries zijn gitaar vervaarlijk janken, overtuigend de noise opzoekend en dan komt Webster die het tegenovergestelde pad kiest en een, zeker voor zijn doen, bijzonder fragiele partij blaast. Lang houdt hij dit echter niet vol, mede aangespoord door zijn muzikale vrienden, doet ook nu de hectiek weer zijn intrede. En toch, halverwege de set klinkt, wederom als kort intermezzo, andermaal deze sfeervolle klanknevel.

Drie weken voor het concert zaten Serries, Webster, Lisle en Edwards in de studio met als resultaat twee stukken, ieder een kant van de LP. ‘Peck’ en ‘Fleet’. De muziek volgt eenzelfde procedé als ‘Live at BRÅKFEST’, alleen nu is door de aanwezigheid van Edwards het geluid nog sterker verdicht. En ook hier ligt het tempo over het algemeen redelijk hoog, afgewisseld met meer experimentele schermutselingen, zoals aan het begin van ‘Fleet’. Het kwartet creëert hier een bijzondere klankwereld, nog versterkt door de onorthodoxe wijze waarop de instrumenten worden ingezet. Een ander prachtig moment dat dit procedé illustreert zit halverwege ditzelfde stuk. Het kwartet is volledig stilgevallen en vanuit die rust horen we louter zeer zachte, ruisende klanken, zo te horen van Serries’ gitaar, dan komt Webster in beeld met een serie plop geluiden, aanzwellend tot een continue stroom, en één die wederom de opmaat vormt voor een maalstroom aan klanken, we zijn het inmiddels gewend.

Beide albums zijn te beluisteren en te koop via Bandcamp:

Reacties zijn gesloten.