Meitei – Kofū I / II (CD Recensie)

Middels zijn alias Meitei poogt de Japanse musicus Daisuke Fujita de ziel van Japan en zijn geschiedenis in muziek te vangen. Zo bracht hij eind vorig jaar ‘Kofū I’ uit bij Kitchen Label met dertien indringende stukken. Er was echter toen nog zeer veel materiaal over wat Fujita ertoe bracht om deze maand met ‘Kofū II’ te komen waarop hij de eerder ingezette lijn doortrekt.

Het handelsmerk van Meitei is het werken met historische opnames van Japanse muziek en deze te vermengen met zijn eigen elektronische klanken en aanvullende akoestische instrumenten tot één nieuw geheel. Soms zijn dat stukken die heerlijk in het gehoor liggen, zoals het bijzonder ritmische ‘Oiran I’ en ‘Sadayakko’, beiden te vinden op ‘Kofū I’. Uit het laatste stuk blijkt ook heel duidelijk dat de Japanse cultuur al heel lang niet meer zuiver is. Voor dit stuk, waarin een stem telkens “Japanese people” herhaalt, gebruikte Meitei een oude swingmelodie als uitgangspunt en de basis van het veel langzamere ‘Ennichi’ en het pianostuk ‘Urameshi-ya’ ligt duidelijk in de westerse klassieke muziek. Vaak ook vormt de traditionele muziek het uitgangspunt, voor ons de meest interessante stukken. Ik noemde al ‘Sadayakko’, maar voeg daar graag ‘Nyobo’ en ‘Oiran II’ aan toe met als basis prachtige gezangen. Hoogtepunten op ‘Kofū I’ zijn verder ‘Shonen’ en ‘Genei’. Als basis voor het eerste stuk dient wederom een gezang, aan de kwaliteit van de opname hoor je overduidelijk het historische karakter. Meitei vermengt het met een langzame pianomelodie en slepende elektronica tot een bijzonder boeiend geheel. ‘Genei’ is nog introverter, een verstilde pianomelodie, omgevingsgeluid en ijle stemmen zorgen voor een stemmig geheel.

Zoals gezegd bevat ‘Kofū II’ gelukkig meer van hetzelfde. Direct aan het begin zit het prachtige ‘Tōkaidō’ wat voor ons westerlingen direct zeer Japans klinkt en dat heeft dan vooral te maken met het melodische patroon, wat ook hier weer door Meitei perfect aan hedendaagse elektronica wordt gekoppeld. ‘Happyaku-yachō’ wat daar direct achteraan komt, is een ander hoogtepunt. Ook hier vormt een typisch Japanse melodie de basis en combineert Meiei het naadloos met diverse veldopnames en elektroncia tot een zeer eigentijds stuk. Opvallend vaak dient traditionele zang als basis voor de stukken, diverse voorbeelden kwamen reeds aan bod, maar we kunnen ook het opwindende ‘Ochi-musha’ noemen, het relatief korte ‘Yoshiwara’ en het voor ons wel erg exotisch klinkende ‘Shinobi’. En ook op dit album, bijvoorbeeld in ‘Shurayukihime’ en ‘Saryō’ grijpt Meitei terug op meer westers georiënteerde muziek. Vooral na de Tweede Wereldoorlog is die in Japan overheersend aanwezig, maar ook ver daarvoor speelde die reeds een rol.

Beide albums zijn te beluisteren via Bandcamp en daar ook te koop:

Reacties zijn gesloten.