Friedrich Cerha – I. Keintate / Eine Letzte Art Chansons (CD Recensie)

De in 1926 in Wenen geboren Friedrich Cerha behoort zonder enige twijfel tot de belangrijkste componisten van onze tijd. Dat Kairos eerder dit jaar een Cd uitbracht met twee stukken uit de jaren ’80 is dan ook goed nieuws. Het betreft hier ‘I. Keintate’, waar Cerha van 1980 tot 1982 aan werkte en ‘Eine Letzte Art Chansons’ uit 1989. Beiden zijn vocale stukken en worden hier gezongen door de componist Heinz Karl Gruber. In ‘I. Kantate’ wordt hij begeleid door een gelegenheidsensemble onder leiding van Cerha zelf, in het tweede stuk treffen we drie leden van Ensemble “die reihe” aan.

Voor ‘I Keintate’ gebruikte Cerha teksten van Ernst Kein, vandaar die verbastering van het woord kantate, wat het in wezen is. De stijl verwijst duidelijk naar de tijd van Cerha’s jeugd, de jaren voor de Tweede Wereldoorlog en kent elementen van zowel het theater, de Weense walsen, de revue als de operette, het vierde deel is daar een mooi voorbeeld van. En Gruber, hij wordt niet voor niets aangeduid als “Chansonnier” gebruikt zowel lichte zang als Sprechgesang bij deze teksten, in Weens dialect, die handelen over Wenen, het leven, de liefde en waar een mens zich zo allemaal mee bezig kan houden. Bijzondere muziek die enerzijds duidelijk verwijst naar de jaren ’20 van de vorige eeuw en anderzijds toch zeker eigentijds aandoet. En hij doet dat op voortreffelijke wijze. Soms ingetogen, dan weer vleiend en ietwat dweperig, dan weer heftig en over de top, een acteur waardig.

Friedrich Cerha. Foto: Simon Jay Price

De grote rol die Gruber in deze stukken speelt, is beslist geen toeval. Het tweede stuk op dit album, ‘Eine Letzte Art Chansons’ componeerde Cerha speciaal voor hem. Surrealistisch theater, dat is de benaming die nog het beste past bij dit stuk, dat bestaat uit elf korte, bijna fragmentarisch delen, voor stem, piano, percussie en contrabas. Het doet eigentijdser aan als ‘I’ Kleintate’, maar bevat even zo goed de nodige citaten uit de muziek die Cerha kende vanuit zijn jeugd. En soms wordt er door Gruber gezongen, zelfs op klassieke wijze, maar vaker wordt er gesproken of haalt hij met zijn stem allerhande acrobatische toeren uit. En sterker dan in ‘I. Kantate’ vormen zang en muziek een hechte eenheid, vooral in de meer ritmische passages creëert Cerha prachtige passages waarin de vier instrumenten gelijk optrekken.

Het album is te beluisteren op Sportiy:

Reacties zijn gesloten.