Rewire Festival – Dag 3 (Concert Recensie)

Diverse locaties, Den Haag – 9 april 2022

Anna Meredith

Allereerst meer van Meredith Monk op deze derde dag van Rewire, ze brengt samen met leden van haar Vocal Ensemble en de musici van Bang on a Can All Stars ‘Memory Game’. Verder bijzondere optredens van het Quiet Ensemble met een bijzonder stuk van Mint Park, Mihalis Shammas, Leo Svirsky & The River Without Banks, Anna Meredith en Jaimie Branch. Waarbij deze laatste later nog uitgebreid aan bod zal komen.

‘Memory Game’ maakt minder indruk dan ‘Cellular Songs’. Wellicht om dat hier geen sprake is van een eenheid, het stuk is een soort van terugblik op het zeer uitgebreide oeuvre van Monk. Al biedt dit optreden een belangrijke meerwaarde door de toevoeging van Bang on a Can All Stars en de wijze waarop Monk hier muziek, zang en bewegingskunst naadloos in elkaar integreert. Verder zit er in dit concert wel veel meer afwisseling. Zo horen we in ‘Tokyo Cha-Cha’ uit ‘Turtle Dreams Cabaret’ een meer cabareteske, duidelijk door musical geïnspireerde kant, iets dat in Cellular Songs’ niet paste, maar wel ook heel duidelijk bij Monk hoort. Een ander voorbeeld is ‘Gamemaster Song’, oorspronkelijk onderdeel van ‘The Games: a Science Fiction Opera’. Theo Bleckmann zet hier een perfecte persiflage neer van het superego van de rockstar, inclusief zang die enkele minuten louter het woord “I” bevat.

Mihalis Shammas achter zjn Lyraei

Deze editie van Rewire heeft ook een gratis parallelprogramma: Proximity Music, in en om het nieuwe concertgebouw van Den Haag, Amare. Opvallend is het titelloze stuk dat Mint Park, een Zuid-Koreaanse componiste, woonachtig in Amsterdam schreef voor het Quiet Ensemble. Of eigenlijk is het niet zo zeer een compositie als wel een nauwelijks te bevatten totaal ervaring van licht en geluid, waar de musici je een half uur lang in onder dompelen. Bijzonder zijn ook zeker de microtonale klanklandschappen waar Mihalis Shammas je mee verrast, geconcipieerd met zijn Lyraei, een zelfgebouwd instrument dat lijkt op een lier, maar qua geluid dichter bij een synthesizer zit. De tijd die een smal kaarsje nodig heeft om op te branden, zo lang brengt hij je bewustzijn in een andere staat van zijn.

In 2019 bracht Leo Svirsky het album ‘River Without Banks’ uit bij Unseen Worlds, toen nog in een bezetting voor vijf musici. Inmiddels heeft hij dit uitgebreid naar een octet, bestaande uit twee piano’s, Reinier van Houdt en Svirsky zelf, Germaine Sijstermans op basklarinet, Marielle Groven op viool, Mark Morse en Jeroen Kimman op steel guitars, Aaron Lumley op bas en Seamus Cater op een bas concertina. De titel is perfect gekozen, want dat is precies hoe dit stuk klinkt: als een stromende rivier. Beginnend als een rustig kabbelend beekje, soms nauwelijks hoorbaar, schroeft Svirsky gaandeweg de dynamiek steeds verder op, tot het geheel zich naar een oorverdovende climax spoedt, waarin we de nodige draaikolken, gevaarlijke stroomversnellingen en watervallen herkennen. Dat Svirsky als musicus veel in zijn mars heeft, was ons al veel eerder duidelijk geworden, maar met dit stuk, zeker in deze bezetting, laat hij horen dat we hem als hedendaags componist ook zeker serieus moeten nemen.

Leo Svirsky. Foto: Gemma van der Heyden

Zoals Svirsky niet is vast te pinnen op één stijl, iets dat overigens voor veel musici die tijdens dit festival optreden geldt, is dat het geval met Anna Meredith. Sterker nog, ik ken niet veel musici die zo’n breed scala aan stijlen beheersen dan deze Engelse dame. Ja, John Zorn, maar bij die veelzijdigheid houdt de overeenkomst dan ook direct op. Dat brede oeuvre zal dan ook zeker niet iedereen aantrekken. De bezoekers van Het Paard zullen lang niet allemaal warm lopen voor een stuk als ‘Five Telegrams’ voor symfonieorkest en gemengd koor. In Het Paard klonken stukken van de albums ‘Varmints’ en ‘Fibs’. Beide kunnen we voor het gemak aanduiden als popmuziek. De stukken zijn vrij kort, hebben een duidelijke opbouw en er ligt een grote nadruk op ritme – het publiek reageert er niet minder dan uitzinnig op. Maar dan wel heel goede pop, dat Meredith nog wat extra bagage meetorst, hoor je op menig moment terug. Het is dance, rock en funk, maar je hoort ook de invloed van minimal music, jazz en Louis Andriessen. Die veelzijdigheid zie je ook terug in de bezetting: geen basgitaar maar een tuba, een cello – ook niet echt gebruikelijk in de popmuziek – naast veel elektronica, elektrische gitaar en drums. Een kwintet dat, gekleed in witte pakken met zwarte strepen, een perfecte show neerzet. En dat zie ik niet veel componisten doen.

Reacties zijn gesloten.