Roos Blufpand – Kleed me uit (CD Recensie)

Eerder betoonde ik mij enthousiast over ‘Hoe dan’, het tweede album van Roos Blufpand. Muzikaal een mooi album, maar wat me vooral trof was de openheid en kwetsbaarheid van deze zangeres en de wijze waarop ze in de wereld staat, de vragen stellend die ons allen bezig houden, maar waar we niet altijd goed raad mee weten. Op haar derde album dat begin dit jaar verscheen, ‘Kleed me uit’, gaat Blufpand verder op de ingeslagen weg.

Zo probeert ze haar muzikantenbestaan – en ze maakt er gewag van in het Cd boekje – zo CO2 neutraal mogelijk in te richten, een hele prestatie. Maar goed, het gaat ons natuurlijk primair om de muziek van dit album, met een wel heel bijzondere titel, die we vooral symbolisch moeten opvatten: “Maar nu laat ik alles vallen, want ik ben aan het leren mijn duistere kant de hand te schudden in plaats van die steeds weg te stoppen. Deze plaat is de naakte ik, inclusie mijn duisternis en de zoektocht naar het durven zijn wie ik ben.” Het is nogal een statement, waaruit wederom die kwetsbare kant naar voren komt. Met ‘In de knoop’ trapt ze daarbij prachtig af. Een bijna irritant elektronische, maar zeer ritmische melodie maakt duidelijk dat Blufpand in ieder geval muzikaal, met de hulp van Marnix Dorrestein, David Hoogerheide en Tobias Kerkhoven nieuwe wegen is ingeslagen.

Verwarrend, maar prima passend bij de tekst die juist daarover gaat: wat je wilt doe je niet, wat je doet wil je niet. Ook ‘Schijn dan niet op mij’ bevat een stevig ritme, het gaat dan ook over dansen en daar komt de duisternis:
“Het voelt zo fout, maar ik kan het niet laten.
Het voelt zo goed, het voelt zo fout, maar ik kan het niet laten”
En heel mooi:
“Als de zon zo nodig, zo nodig moet schijnen
schijn dan niet op mij, schijn dan niet op mij.”
Op ‘Ja Natuuuuuuuurlijk’ gaat Blufpand nog een stap verder. We krijgen een soort van slome rap waarin ze zich ten eerste niet langer afvraagt of er niet mooi gezongen moet worden en ten tweede gek en normaal ter discussie stelt. Broodnodig. Instrumentaal groots klinkt ‘Ruis’. Heerlijke deinende noise, een sloom ritme en een prachtige poëtische tekst over onze gedachten die ons nogal eens op het verkeerde spoor zetten.

‘Dus hij zei’, een duet met Gregory Frateur, moet gaan over haar stukgelopen relatie. Een vurig nummer dat draait over het verschil in beleving tussen degene die het initiatief neemt en degene die het min of meer overkomt en vaak van geen wijken wil weten:
“En hij zei
Gedachtes kun je sturen dus
waarom denk je niet aan mij
’t is nog niet voorbij.”

In ‘Kauwgombal’ schetst Blufpand hoe ze wil leven: “Je proeft de wereld als een kauwgombal…kies de kleur die jou het meest bevalt.” En je zou kunnen stellen dat een sleutel zit in ‘Sprakeloos’ waarin ze uitroept: “Dat ik dit voelen kan”, waarin ze zich zielsgelukkig voelt met de liefde. Meer liedjes handelen over die liefde in al zijn facetten. Het zeer dansbare ‘Ontdooien’, het intiem verstilde ‘Spoken’, het muzikaal zeer interessante ‘Verrot’ en natuurlijk het tweede duet, dat Blufpand opnam samen met Paul de Munnik, die het nummer ook op zijn eigen album uit 2018 zette. En dan is het ineens stil, lang stil voordat het laatste nummer ‘Alleen maar’ begint. Ze begeleidt zichzelf op piano en zingt een tekst die er voor de laatste keer inhakt. Een mooi slot van een bijzonder album.

Bekijk hier de video’s van ‘In de Knoop’, ‘Ja Natuuuuuuuurlijk’ en ‘Schijn dan niet op mij’:

Reacties zijn gesloten.