Ensemble Musikfabrik – Sturm (CD Recensie)

Eerder besteedde we reeds aandacht aan Edition Musikfabrik, de Cd serie die het Keulse Ensemble Musikfabrik heeft lopen bij Wergo. De delen 12 tot en met 14, ‘Stille’, ‘Kreuzungen’ en ‘Fächer‘ kwamen reeds aan bod. Vorig jaar voegde het ensemble echter weer drie nieuwe albums toe, ‘Sturm’, ‘Fall’ en ‘Erbe,’ die hier in drie achtereenvolgende recensies aan bod komen. We beginnen met ‘Sturm’, met muziek van Steffen Schleiermacher, Kaija Saariaho en Michael Wertmüller.

Schleiermacher kennen we in de eerste plaats als pianist, vertolker van hedendaags repertoire met als hoogtepunt zijn plaatopnames met het complete werk voor piano van John Cage. Hij is echter ook componist en ‘Das Tosen des Staunendes Echos’ schreef hij in 2009 speciaal voor dit ensemble. Als inspiratie diende een boeddhistisch ritueel dat hij bijwoonde tijdens een reis naar Laos. Net als vaak het geval is in dit soort rituelen zit er ook in dit stuk een sterk repetitieve onderstroom. Het is niet zo zeer de storm, om de titel van het album er maar eens bij te pakken, die we hier horen, maar het moment er vlak voor. Het moment vol spanning dat weldra tot ontlading zal komen. Met name in het tweede deel overheerst het duister. En let ook zeker op het repetitieve pianopatroon aan het einde.

Kaija Saariaho. Foto: Maarit Kytöharju

Volgens Kajia Saariaho is muziek niet louter een academische exercitie. Ze realiseert zich terdege dat muziek, klank iets met mensen doet. Het is dan ook niet verwonderlijk dat muziek voor haar – en in dat opzicht betoont ze zich een leerling van Jean Sibelius, waar iedere Finse componist door is beïnvloed – begint in de natuur: “The sounds of nature are one of the most beautiful sounds we are capable of perceiving – if we just pay enough attention to them.” Hierbij past de organische wijze van werken die ook ten grondslag ligt aan het op dit moment uit vijf delen bestaande ‘The Tempest Songbook’, dat ze schreef tussen 1993 en 2004. De vijf delen zijn los van elkaar uit te voeren en ook de volgorde staat niet vast. Ensemble Musikfabrik koos er echter voor de gehele cyclus als hart te nemen van dit album (zie hier voor de teksten). Naast het ensemble horen we de sopraan Olivia Vermeulen en de bariton Peter Schöne. Het eerst stuk ‘Ariel’s Hall’ is al een mooi voorbeeld van de kunstige wijze waarop Saariaho hier de muziek verweeft met de menselijk stem tot een prachtige, lichtvoetige eenheid. Al even bijzonder is de wijze waarop ze ‘Caliban’s Dream’ gezongen door Schöne dromerig vorm geeft. ‘Miranda’s Lament’ en ‘Prospero’s Vision’ zijn te zien als een tweeluik, waarin die laatste Prospero’s antwoord is op Miranda’s klaagzang. Fragiele stukken waarin Saariaho met minimale middelen de tragiek weet te verklanken. En ja wie kent deze briljante zin niet: “We are such stuff As dreams are made on; and our little life Is rounded with a sleep.” Saariaho verpakt het in dromerige klanken. Tot slot horen we Vermeulen en Schöne in ‘Ferdinand’s Comfort’, een boeiend vormgegeven dialoog.

Michael Wertmüller is zowel actief als componist als in de rol van drummer, bijvoorbeeld met het Trio Full Blast (samen met rietblazer Peter Brötzmann en bassist Marino Piliakas). In ‘Antagonisme Controle’, met ruim een half uur het langste stuk van dit album, komen die twee werelden op wonderlijke wijze samen. We horen Ensemble Musikfabrik, maar ook Brötzmann, Pliakas en Wertmüller zelf. Wertmüller zelf zegt over dit stuk dat hij in 2013 / 14 schreef voor het ensemble: “Das Kunststück ist die konzise Schärfe, Stringenz und Präzision der klassisch-romantisch-seriellen Komposition mit dem darin gegossenen freien Geist des Jazz in Einklang zu bringen, der dat ‘Crossover’ überwindet und eine Stimme schafft.” Het is minder vergezocht dan het wellicht lijkt. Ga terug naar die eerste jaren van de free jazz, waar Brötzmann zo’n belangrijke rol in heeft gespeeld en je struikelt over de musici die in beide werelden actief waren. De muziek is ernaar, heeft een sterke innerlijke drive, prachtige verontrustende solo’s van Brötzmann en past tegelijkertijd prima in de traditie van de hedendaags gecomponeerde muziek. Prachtig ook dat bijna romantische intermezzo met een heerlijk zwoele solo van Brötzmann. Zo hoor je hem maar zelden.