Robert Zuidam – Rage d’amours (CD Recensie)

Nederland stond, in tegenstelling tot onze buurlanden, nu niet bepaald bekend om zijn operacultuur. De laatste decennia begint hier echter verandering in te komen. Niet alleen door nieuwe gezelschappen als Opera2Day en de Nederlandse Reisopera en door een festival de Rotterdamse Operadagen, maar ook door het aantal componisten dat opera’s componeert. Robert Zuidam is daarbij één van de productiefste. ‘Rage d’amours’, een vroege opera uit 2002 / 2003 verscheen onlangs bij Attacca Prodcutions op Cd.

De opera ging in augustus 2003 in première tijdens het Amerikaanse Tanglewood Festival en was voor het eerst in Nederland te zien tijdens het Holland Festival van 2005. De opnames zijn nu, 15 jaar na dato, eindelijk op Cd verkrijgbaar. Het werd tijd zeggen we dan. Rage d’amours gaat over Johanna van Castilië, die beter bekend zou worden als Johanna de Waanzinnige, dochter van de Spaanse koning en troonopvolgster. Zij kwam de dood van haar geliefde Filips de Schone in 1506 niet te boven en sleepte enige tijd diens gebalsemde lijk overal mee naar toe. Dat niet alleen, ze opende ook regelmatig de kist om haar overleden man te omhelzen!  Men vond het uiteindelijk verstandig haar op te sluiten in een uiterst sobere kamer van het kasteel van Tordesillas, waar ze 46 jaar lang, tot haar dood in 1555, heeft doorgebracht. Met uitzicht op het marmeren praalgraf van Filips. Voor het zelf geschreven libretto baseerde Zuidam zich op oude, deels contemporaine bronnen in het Frans en Spaans.

Zuidam had al lang voor deze opera iets met dit verhaal. In het boekje bij de Cd zegt hij hierover: “Het vocht liep uit de kist’, ving ik op als kleine jongen. Het gesprek, in sappig Rotterdams ging over de teraardebestelling van mijn overgrootmoeder van moederszijde, eveneens Johanna geheten. Bij haar plotseling dood in 1917, was de armoede in het Brabantse Grave dermate nijpend, dat er geen geld was voor de begrafenis en de Laatste Sacramenten waardoor de plechtigheid telkenmale moest worden uitgesteld. Het zal deze familiesage zijn geweest waardoor ik als schooljongen reeds een zekere fascinatie voor deze dolende koningin aan de dag legde. Nadat ik door een vriend geattendeerd werd op het uit 1940 daterende boek Johanna de Waanzinnige van Johan Brouwer, begin ik de potentie van het verhaal als onderwerp van een opera te beseffen.”

Johanna onderweg met de kist. Schilderij: Francisco Pradilla Ortiz

Een vondst is dat Zuidam voor de rol van Johanna drie sopranen koos die  regelmatig samen zingend een prachtige caleidoscopische treurzang aanheffen. Claron McFadden, Barbara Hannigan en YoughHee Kim kwijten zich zoals verwacht met verve van hun taak. Daarnaast hebben we een verteller: Pierre de la Rue, hofcomponist van Filips en Johanna, een mooie rol van Romain Bischoff. Koortsachtig is deze opera, zowel muzikaal – prachtig verklankt door het Asko|Schönberg, onder leiding van Reinbert de Leeuw – als qua zang. Dat begint al in in de eerste scène waarin De la Rue verhaalt over de romance tussen Filips en Johanna, die was minder rooskleurig dan Johanna later wil weten. Filips ging notoir vreemd, wat Johanna tot extreme jaloezie dreef. De drie sopranen geven hier in deze scène met ijselijk hoge klanken uiting aan. En neem de ‘Heavy storm at sea’, de tweede scène. De heftige zang van de angstige matrozen, razende orkestklanken, zelfs Filips is in paniek. Iedereen, behalve Johanna die erop vertrouwt dat alles goed komt. Prachtig hoe Zuidam de chaos hier in muzikale banen leidt.

In de derde scène gaan we terug naar de dood van Filips, waarbij Zuidam aansluit bij het nooit bewezen gerucht dat deze zou zijn vergiftigd door zijn schoonvader Ferdinand van Castilië. Deze vond de losbandige Filips, die zich liever met feesten dan met staatszaken inliet, een gevaar voor het koninkrijk. Hoe het ook zij, diens dood zal hem in ieder geval niet slecht zijn uitgekomen. De drie sopranen zoeken het schrille hoog op in de vijfde scène om uiting te geven aan hun verdriet, terwijl Zuidam hier citeert uit de polyfonie. En dan horen we Hannigan solo aan het begin van de vijfde scène met een fragment uit het Bijbelboek Hooglied. Met het grootste gemak zingt ze hier een ongelofelijk mooie en zeer intieme frase. De rillingen lopen je over de rug! In de zevende scène verklankt Zuidam zo’n nachtelijke pelgrimage met het lijk. Duistere klanknevels horen we hier, afgewisseld met op de polyfonie voortbordurende zang van de monniken. Dan bereikt de opera een onverwacht einde in de achtste scène: De geest van Filips spreekt tot Johanna en middels teksten uit het Hooglied vinden ze elkaar terug. Tot slot maakt De La Rue duidelijk dat dit louter een hersenspinsel was en verwijst naar die 46 jaar in het kasteel.

Bekijk hier een interview met Zuidam over de opera, door de voorzitter van de Johan Wagenaar Stichting, Cees van Zeeland uit 2010: