Philharmonia Orchestra – Composers Academy Vol 3 (Download Recensie)

NMC Recordings, in 1981 opgericht door componist Colin Matthews, speelt een belangrijke rol in de Britse hedendaagse gecomponeerde muziek. Door de uitgave van Cd’s maar ook van downloads waarvan we er vandaag één laten passeren. ‘Composers’ Academy’ bevat drie stukken van jonge componisten die deelnamen aan deze workshop in 2019, georganiseerd door het Philharmonia Orchestra, onder leiding van chef-dirigent Geoffrey Paterson.

Het eerste stuk op het album ‘Composers Academy’ is Chia-Ying Lin’s ‘Intermezzo to the Minotaur’. Lin liet zich hiervoor inspireren door ‘Le Minotaure’ van Pablo Picasso, een kunstwerk uit 1928. Lin zegt er zelf over: “The mythical figure of the Minotaur symbolises human ambiguity, somewhere between the divine and bestial. This condition is presented by different ways of playing certain instruments, where primitive gestures and non-traditional effects are incorporated to symbolise the animal instincts as well as the expression of the power of irrationality and the force of the unconscious.” Lin is daarin bijzonder geslaagd door het creëren van een beeldende en spannende geluidswereld en het stuk krijgt de uitvoering die het verdient.

Pablo Picasso – ‘Le Minotaure’

Alex Woolf schreef een opvallend dynamisch en ritmisch ‘Octet’. Direct aan het begin horen we een duidelijke puls vanuit de strijkers, terwijl de blazers daar een andere structuur tegenover zetten en we ook nog een duidelijke melodie onderscheiden. Volgens Woolf: “The piece as a whole is the result of fusing, layering and juxtaposing these three forces in ever-changing ways; there are moments when all three types of energy present a united front, seemingly reaching for a common goal, and moments when their intentions seem diametrically opposed.” En juist die afwisseling maakt dit stuk bijzonder boeiend.

Benjamin Ashby componeerde ‘I’ve been planning for an impromptu’. Voor dit stuk liet Ashby zich inspireren door de free-jazz, maar zoals hij zelf stelt: “The irony perhaps is that the whole piece is a highly detailed transcription of my own improvisation, constantly in tension with my comfortable ‘classical’ style, but hopefully giving that freedom to the players to really own their parts.” Dat lijkt aardig gelukt, de musici spelen dit overtuigende stuk inderdaad als een improvisatie al is het dat geenszins.

Reacties zijn gesloten.