De centrale figuur op deze drie albums is de Noorse trompettist en expert in subtiele elektronica Arve Henriksen. Op het bij ECM Records verschenen ‘Arcanum’ horen we hem met saxofonist Trygve Seim, bassist Anders Jormin en drummer, percussionist Markku Ounaskari; Op het bij April Records verschenen ‘Sounds & Sequences’ is hij te horen met bassist Johannes Lundberg, eveneens actief op elektronica en drummer Daniel Sommer en tot slot hebben we het bij BMC Records verschenen ‘Garden of Silences’. Hier horen we naast Henriksen de violist en nyckelharpa bespelende Clément Janinet, de accordeoniste Ambre Vuillermoz en bassist Robert Lucaciu.
‘Arcanum’ bevat zestien vrij korte stukken, slechts een enkele compositie komt boven de vier minuten uit en vangt aan met het zo goed als unisono geblazen ‘Nokitpyrt’, althans voor het op boeiende wijze ontspoort. Op ‘Blib A’ horen we die subtiele elektronica in de vorm van een aangename klanknevel, Ounaskari op bekkens scherpt de sfeer verder aan. Naadloos gaat het over in de bijzonder subtiele bassolo van ‘Armon Lapset’, gevolgd door een even intiem duo spel van Seim, hier op sopraansax en Henriksen. Het opwekkende ‘Folksong’ vormt een prachtig intermezzo, stuwend spel van Ounaskari en een mooi springerige sopraansax solo van Seim. Zijn eigen compositie ‘Trofast’ is net zo goed door volksmuziek beïnvloed en schitterend wat hij hier met die sopraansax doet, met Jormin discreet op de achtergrond. Verderop krijgt dit stuk meer dynamiek en vallen met name de bijdrages van de blazers op. Op het scherpst van de snede klinkt Henriksen aan het begin van ‘Old Dreams’, een heerlijk disruptief stuk te midden van dit harmonieuze album. Luisterrijk unisono spel wederom in ‘Koto’ en ‘Elegy’ en prachtige subtiliteiten in ‘Polvere Uno’, Hendriksens elektronica in combinatie met Seims sopraansax. Op trompet klinkt Henriksen weer zeer overtuigend in ‘Morning Meditation’. Hier horen we duidelijk die subtiel meanderende klank waar zijn spel zo bekend om is. ‘Le Fontaine’ is de moeite van het noemen eveneens waard, vanwege de solo op tenorsax van Seim en het stuwende slagwerk van Ounaskari. En dan nog één keer Henriksen, voor wat betreft dit album dan: ‘Shadow Trail’ is een titel die uitstekend past bij de wolken van klank die hij hier neerzet.
Ook ‘Sounds & Sequences’ bestaat uit over het algemeen vrij korte stukken en vangt aan met ‘Vejen til Epidemin’, een stemmig, maar ook wat duister stuk. Henriksens trompet klinkt vrij pregnant en Sommer legt een sterke ritmiek neer terwijl we Lundberg hier met elektronica in de weer horen, die duisternis verder vormgevend. Henriksen op trompet klinkt boeiend op ‘Hey, Superhero’, maar let hier ook zeker op de stuwende wijze waarop de ritmesectie hem begeleid. Het met ruim zes minuten lange ‘Skyggespil’ valt op door de sterke ritmiek en het boeiende spel van Henriksen. Bijzondere trompetklanken ook in ‘Gothenburg Volume Three’, prachtig hoe Henriksen het hier met behulp van elektronica omzet in subtiele klanknevels. En het slagwerk van Sommer voegt hier wezenlijk toe. Qua slagwerk valt ook het titelstuk ‘Sounds and Sequences’ op, Sommer legt hier een aantrekkelijk ritmisch patroon, een perfecte bedding voor Henriksens trompetspel en de elektronica van Lundberg. En qua trompetspel is ook zeker ‘Ego Ekko’ bijzonder. U weet vast dat Henriksen ook vocaal actief is, al hoorden we dat tot nu toe niet. In ‘Beautiful Daisy’ mogen we dan eindelijk weer eens genieten van zijn hoge klanken in fantasietaal. Goed, dan nog een keer dat stuwende slagwerk van Sommer, nu in ‘Powerglass’.
De titel ‘Garden of Silences’ is perfect gekozen, de sprookjesachtige klankwereld die Janinet hier met zijn mede musici ontvouwt doet heel natuurlijk en stemmig aan. Direct al in de opener ‘Transformations’ belanden we in een luisterrijke klankwereld, waarin het kwartet jazz en volksmuziek op prachtige wijze vermengt. De ongewone instrumentatie van viool, trompet, accordeon en contrabas draagt hier in hoge mate toe bij. ‘Song for Madeleine’ biedt Henriksen een podium. Zonder meer één van de mooiste solo’s van deze drie albums en dan moet Janinet met zijn vioolsolo nog komen. Een adembenemend mooi stuk. Bijzonder is ook ‘Musette’. Het is een stuk van de renaissancecomponist Marin Marais dat hier een mooie eigentijdse uitvoering krijgt, met name Henriksen valt weer op, meanderend over de dansbare melodie. Renaissancemuziek ook in ‘Garden Hosts Mistery’, maar nu komt het origineel van Dietrich Buxtehude, met prachtig samenspel van met name Janinet en Vuillermoz. Een bijzonder innemend stuk, blijf hier maar eens onbewogen bij. ‘Interlude’, we zijn op de helft van het album, klinkt duister en spannend, met krachtige accordeon klanken van Vuillermoz. Een echt intermezzo. Aan het begin van ‘Repetitive Cantum’ valt het fragiele spel op van Lucaciu op contrabas, omgeven door stilte doseert hij de noten, de accordeon komt erbij met lange lijnen het geheel van een extra dimensie voorziend. En dan horen we verderop wederom Henriksen met zo’n vrij hoge klanksculptuur. ‘In the Head’ is dan weer duidelijk geïnspireerd door de volksmuziek en andermaal een getuigenis van Janinets compositorische vernuft. ‘We Love Bass’ valt eveneens op: door de duistere, gestreken partij van Lucaciu waar die hoge noten van Henriksen wonderbaarlijk mooi mee contrasteren. Resten ons nog de ballade ‘Lola’, het enige hedendaagse stuk dat niet van Janinets hand is en het al even rustgevende ‘3rd Meditation’.
‘Garden of Silences’ is te beluisteren en te koop via Bandcamp:
