Arvo Pärt is zonder meer één van de meest uitgevoerde hedendaagse componisten, ook hier kwam hij al meerdere keren voorbij. Deze maand werd hij echter negentig en dus horen we nu extra veel van hem, zowel op de schijf als in de concertzalen. Bij ECM Records verscheen ‘And I Heard a Voice’ waarop we Vox Clamantis horen, onder leiding van Jean-Eik Tulve, in een aantal min of meer bekende a cappella stukken, een mooie dwarsdoorsnede van Pärts oeuvre. Bij hetzelfde label verscheen overigens ook het reeds in 2023 uitgekomen ‘Tractus’, dat hier reeds voorbij kwam, op LP. Verder aandacht voor het bij Alpha Classics verschenen album ‘Credo’ met stukken voor koor en orkest, we horen het Estonian Festival Orchestra onder leiding van Paavo Järvi en voor het bij Navona Records verschenen ‘Voices from the Other Side’ waarop we de Erie Coast Cellists horen, onder leiding van Steven Smith, met de sopraan Gabrielle Haigh.
‘And I Heard a Voice’ begint met één van de meest bekende a cappella stukken van Pärt: het uit 2001 stammende ‘Nunc dimitis’. Dat ik aan dit stuk al eens eerder aandacht besteedde, is dan ook geenszins vreemd. Het is dan ook een prachtig stuk, met name het begin waarin de koorzang langzaam aanzwelt is van een grote schoonheid. ‘O Holy Father Nicholas’ uit 2021 is een stuk minder bekend. Pärt schreef het in 2021 voor de opening van de Sint Nicholas kerk, gebouwd op de plek waar het WTC stond voor de aanslag van 11 september 2001, volgend jaar ook al weer vijfentwintig jaar geleden. De tekst komt uit de Russisch Orthodoxe liturgie. Het hart van dit album bevat de zeven ‘Magnificat Antifonen’ die Pärt in 1988 componeerde. Eveneens een bekend koorwerk. Maar ook een stuk waarin we heel duidelijk de link horen met de traditie, in dit geval de Rooms katholieke advent liturgie. En natuurlijk handelen de Duitse teksten over de geboorte van Christus. Uiterst sereen en prachtig gezongen door dit vermaarde Estse koor, met name ‘Schlüssel Davids’ klinkt schitterend. ‘Für Jan van Eyck’, dat Pärt in 2019 schreef ter gelegenheid van de restauratie van het ‘Het Lam Gods’ in de Gentse kathedraal, wijkt af van de rest van de stukken in de zin dat het als enige wordt begeleid door een orgel. Prachtig hoe hier de klanken van het koor en het orgel in elkaar grijpen. Een hoogtepunt op dit album is ‘Kleine Litanie’ uit 2015 en dan met name door de manier waarop Pärt hier omgaat met de dynamiek in de stemmen. Beginnen we uiterst ingetogen, verderop is er sprake van een krachtige helderheid. Afsluiten doen we met het titelstuk ‘And I heard a voice…’ uit 2017. De tekst is die van het Bijbelboek Openbaring en wel hoofdstuk 14, vers 13. De doden mogen rusten van gedane arbeid, hun daden zijn bekend.
‘Credo’ vangt aan met het uiterst ingetogen ‘La Sindone’, voor orkest. Pärt schreef het in eerste instantie voor de winterspelen van 2006 in de omgeving van Turijn, maar reviseerde het stuk, de versie die we hier horen, voor het Pärnu Music Festival van 2015. Pärt schreef ‘Fratres’ in 1977 voor een geenszins vaststaande bezetting. Het stuk zou een enorme hit worden in legio verschillende bezettingen. ‘Credo’ bevat een versie voor orkest, ‘Voices from the Other Side’ één voor acht cellisten’, terwijl hier eerder versies voorbij kwamen voor strijkkwartet en barokorkest. Het blijft een prachtig stuk, met name in die ronduit dramatische versie voor orkest. Het bijna filmische orkestwerk ‘Swansong’ schreef Pärt voor de Mozartweek van 2015 in Salzburg en borduurt voort op ‘Littlemore Tractus’ voor gemengd koor en orkest dat op het hierboven genoemde album ‘Tractus’ te vinden is. Met ‘Für Lennart in memoriam’ eert Pärt de in 2006 overleden Lennart-Georg Meri. Hij was filmregisseur, schrijver en de eerste president van het in 1992 onafhankelijk geworden Estland. Een indrukwekkend stuk voor strijkorkest. Het uit 2004 stammende ‘Da pacem Domine’, hier in de versie voor orkest, behoort eveneens tot de bekendere werken van Pärt, ook dit stuk, maar dan in de versie voor a cappella koor, kwam hier al eens eerder voorbij. ‘Silhouette’ voor strijkorkest, in 2009 speciaal geschreven voor Paavo en het Orchestre de Paris, waar Paavo toen chef- dirigent was, verscheen vreemd genoeg niet eerder op Cd. Het is een prachtig stuk waarin strijkbewegingen en pizzicatospel tot een luisterrijk geheel samenvallen. ‘Cantus in Memory of Benjamin Britten’ is een andere Pärt hit, zie hier voor meer info over dit ook nu weer indrukwekkend gespeelde stuk. Het ritmische ‘Mein Weg’, voor veertien strijkers en percussie, is een aantrekkelijke bewerking uit 2000 van het uit 1989 stammende orgelwerk ‘Mein Weg hat Gipfel und Wellentäler’. Het oude werk van Pärt, dat qua stijl fors kan afwijken, wordt niet meer zo vaak gespeeld. Het is dan ook mooi dat we op dit album het bijzonder indrukwekkende ‘Credo’ uit 1968 tegenkomen, waarin we, naast het orkest, zowel het Estonian National Male Choir horen als het Ellerhein Girls’ Choir en het Ellerheim Alumni Choir, naast de pianist Kalle Randalu. Ter afsluiting van dit album klinkt het korte maar prachtige ‘Estonian Lullaby’.
‘Voices of the Other Side’ bevat naast muziek van Margi Griebling-Haigh en Heitor Villa-Lobos twee stukken van Pärt; het eerder genoemde ‘Fratres’, maar dan in een totaal andere versie dan die voor orkest en het ritmische L’Abbé Agathon, in de versie voor sopraan en acht cellisten – het hierboven genoemde ‘Tractus’ bevat de versie voor sopraan en strijkorkest. Het is het verhaal van de kluizenaar Agathon, die leefde in de vierde eeuw en zijn ontmoeting met een melaatse. Deze onderwerpt Agathon aan diverse testen waarna hij zich openbaart als een engel. Niet alleen een prachtig verhaal, maar ook een prachtig stuk. De muziek van de Amerikaanse componiste Griebling-Haigh was mij onbekend. Het album bevat twee stukken, het uit drie liederen bestaande titelstuk ‘Voices from the Other Side’, voor sopraan en acht cello’s, en ‘Cantilena’ voor acht cellisten. Die liederencyclus is een opwindende, met een tragisch dramatische ondertoon, gebaseerd op teksten van de Amerikaanse dichteres Edna St. Vincent Millay. De ietwat duistere gedichten weet Griebling-Haigh op grootse wijze te vangen in klank. Het meeslepende ‘Cantilena’ is eveneens zeer de moeite waard. Van de Braziliaanse componist Villa-Lobos klinkt tot slot de overbekende uit twee delen bestaande vijfde ‘Bachianas Brasileiras’.
