Minimal Music Festival – Deel 1 (Concert Recensie)

Muziekgebouw aan ’t IJ / Bimhuis, Amsterdam – 16 en 17 april 2026

Projectie bij het concert van Charlemagne Palestine. Foto’s: Sabine van Nistelrooij.

Afgelopen donderdag begon het Minimal Music Festival, iets waar ik middels een drietal recensies al eerder op wees. Een festijn waarin alle aspecten van deze muziekvorm op boeiende wijze samenkomen. Want wie bij deze stroming louter denkt aan het werk van een handvol componisten die aan het eind van de jaren ’60 van de vorige eeuw in de VS repetitieve klanken op de agenda zetten, wordt er in dit festival op gewezen dat dit een wel erg beperkte versie is op deze stroming. Niet alleen borduurden componisten als La Monte Young, Steve Reich, Philip Glass en Terry Riley – van wie gisterenavond werk klonk – voort op andere culturen waarin repetitieve ritmiek al eeuwenlang staande praktijk is, ze zetten ook de toon voor componisten en musici na hen en lang niet alleen binnen de gecomponeerde muziek.

In de concerten waar ik voor koos kwam het allemaal aan bod. En om dan toch maar te beginnen met wat wij zijn gaan verstaan onder de term ‘minimal music’, waarover de componisten die het betrof zelf overigens helemaal niet zo enthousiast waren. Bang on Can-All-Stars, nog altijd één van de meest gerenommeerde ensembles als het gaat om de uitvoering van al die beroemde stukken, bracht een hommage aan Riley ter gelegenheid van zijn negentigste verjaardag, al wordt hij over twee maanden al weer een jaar ouder. Op vrijdagavond klinkt allereerst ‘A Rainbow in Curved Air’, een stuk uit 1969. Riley schreef het louter voor hem zelf, maar zoon Gyan maakte voor dit ensemble een prachtig nieuw arrangement voor (bas)klarinet, piano, gitaar, cello, contrabas en slagwerk. Na een stomend begin, waarbij ik in de klarinetsolo van Ken Thomson de invloed van klezmer meen te horen, ontvouwt zich een bijzonder afwisselend klanklandschap, met bijzondere combinaties. Zo hoor ik een schitterend trio cello, contrabas en basklarinet en een prachtig duet piano – contrabas, culminerend in al even florissante contrabassolo. En wat zou als tweede stuk op zo’n avond beter passen dan een uitvoering van ‘In C’? Wellicht wel het meest beroemde stuk binnen de minimal music. Het stuk kwam op deze blog dan ook al eerder voorbij. Je kunt het dan ook eindeloos blijven horen, aangezien Riley de musici zoveel vrijheid geeft dat geen twee uitvoeringen hetzelfde zijn. Met verdubbeling van de percussie (Fank Wienk), een viool (Jeffrey Bruinsma), een sopraansax (Tineke Postma) en heel bijzonder, een oud (Jawa Manla), klonk ook deze versie, van ongeveer een uur weer heel bijzonder. Had er nog maar een uur aan vastgeplakt, zeggen we dan.

FUJI||||||||||||TA achter zijn zelfbebouwde instrument.

De muziek van Riley is zonder meer schatplichtig aan de niet westerse muziek waarin repetitieve ritmiek eigenlijk heel gewoon is. Dat werd mooi duidelijk in het concert van het percussie ensemble onder leiding van percussionist Sarathy Korwar. Samen met Magnus Mehta op balofoon, marimba en percussie, Donna Thompson op drums en elektronica en Gurdain Singh Rayatt op tabla verzorgde hij een indrukwekkend klankfestijn waarin de traditionele Indiase muziek samensmolt met jazz en hedendaags minimalisme. Opvallend ingewikkelde, polyritmische patronen ontvouwde het ensemble hier, zeer nauwkeurige precisie, combinerend met grenzeloos speelplezier. De doorwerking in de hedendaagse muziek kwam donderdagavond aan bod. Binnen de gecomponeerde muziek kan Kate Moore als een nazaat beschouwt worden. Ze studeerde niet voor niets bij Louis Andriessen die eveneens muziek componeerde die als minimalistisch te kenschetsen valt. Ik woonde de openbare repetitie bij van haar nieuwe percussieconcert ‘Storm Oratory’ met Claire Edwardes als solist, ik kom er nog op terug. Maar ook binnen de meer populaire muziek zet de lijn zich nog altijd door. Zo wortelt het werken met drones zowel in de niet westerse muziek als in de minimal music. FUJI||||||||||||TA, het alias van Yosuke Fujita gaf een indrukwekkende set op één van zijn zelfgebouwde instrumenten. Regelrechte noise, vermengd met disruptieve klankuitbarstingen worden hier afgewisseld met delicate klanknevels, bijvoorbeeld als hij dit instrument bewerkt met een strijkstok, tot een overtuigend geheel. Mooi is wellicht niet altijd het juiste woord, met name het laatste deel klinkt wel erg verontrustend, indrukwekkend is het zeker. Aansluitend verzorgen Charlemagne Palestine, gitarist Oren Ambarchi en multi-instrumentalist Daniel O’Sullivan een uitvoering van Palestine’s klassieker  ‘KKAARREENNIINNAA’ waarin traditionele Joodse gezangen, Indiase raga’s en westerse minimal music op indrukwekkende wijze samenvallen.