Tyshawn Sorey is zonder meer één van de belangrijkste drummers / percussionisten van deze tijd. Iets dat mooi duidelijk wordt op twee min of meer recente Cd’s waarop hij te horen is. Met zijn eigen trio, verder bestaand uit pianist Aaron Diehl en bassist Harish Raghavan nam hij ‘The Susceptible Now’ op voor PI Recordings en bij Giant Steps verscheen ‘Live in Brooklyn’ van The Fury, waarin Sorey te horen is naast tenorsaxophonist Mark Turner, gitarist Lage Lund en bassist Matt Brewer.
‘The Susceptible Now’ duurt bijna tachtig minuten en bevat slechts vier, vrij lange stukken, waarin de kwaliteiten van dit trio prachtig tot hun recht komen. Geen van de vier de stukken zijn van Soreys hand, al maakte hij wel de arrangementen. We beginnen met ‘Peresina’ van McCoy Tyner. In ruim een kwartier schakelt het trio hier tussen een ingetogen ballade en straffe up tempo jazz, waarin we met name Sorey met zijn perfecte groove horen schitteren. Bijzonder hoe afwisselend dit stuk klinkt, net of we met meerdere composities van doen hebben. Charles Mingus’ ‘A Chair in the Sky’ vangt aan met uiterst ingetogen, bijna klassiek aandoend pianospel van Diehl. Pas zo rond de zesde minuut sluiten Sorey en Raghavan aan, net de benodigde ondersteuning biedend aan Diehls bijzonder boeiende spel. Dan zo rond de achtste minuut horen we Raghaven uitgebreid met een opwindende solo, de randen van het stuk verkennend. Verderop loopt het tempo wat verder op en valt vooral Sorey op met zijn dwingend ritmische spel. ‘Your Good Lies’ van Daniel Gunnarsson vangt aan met ritmische akkoorden van Diehl, waarna Sorey zich er al snel bijvoegt. Terwijl Diehl de ritmische akkoorden met zijn linkerhand blijft spelen, ontvouwt hij met zijn rechterhand de aantrekkelijke melodie. En prachtig hoe verderop dit trio de blues het stuk binnenbrengt. Het vierde en laatste stuk is van pianist Brad Mehldau, een pianist die eveneens graag en veel in trio verband speelt. Het puntige ‘Bealtine’ inspireert Diehl tot ritmisch spel en zet Sorey en Raghaven eveneens aan tot tempo. En prachtig die solo van Raghaven zo ongeveer op de helft van het stuk. Al met al een opwindend en opvallend, zeker in vergelijking met de andere drie stukken, coherente uitvoering.
‘Live in Brooklyn’ begint met een prachtige ballade: ‘Like a Flower Seeking the Sun’ van Myron Walden. We horen Turner de melodie blazen, waarna Lund al snel het stokje overneemt voor een solo. De melodie wordt ingeruild voor een meer abstracte benadering, eerst door Lund, verderop ook door Turner. Op de ritmische patronen van Sorey en Brewer weeft hij het ene prachtige patroon na het andere. Al even ingetogen vangt Brewers ‘Of Our Time’ aan, met een introspectieve solo van Turner. ‘Ender’s Game’ is een stuk van Turner, we horen hem hier met prachtig meanderende noten, krachtig ondersteund door de ritmesectie. ‘Couch’ is van Lund en klinkt als een behagelijke bank, waar je heerlijk in wegzakt. Hier geen onvertogen noot, maar een klare, heldere melodie van Turner, gevolgd door een wat meer abstracte solo van Lund. ‘Jimbo’, eveneens een stuk van Lund, klinkt een stuk feller, zich onder andere uitend in een flitsende solo van deze gitarist. ‘Vignette’ is het derde stuk van Lund, de drie stukken van deze gitarist staan achter elkaar, en is wederom een ballade, al klinkt deze abstracter dan ‘Couch’. We besluiten dit album met een stuk van Turner: ‘Sonnet for Stevie’. het is echter Brewer die opent met een broeierige solo, waarna Turner zelf volgt met een luisterrijke melodie, waarin hij evenmin de abstractie schuwt. Lund sluit aan met zijn solo en let hier zeker ook op het slagwerk van Sorey, zo herkenbaar.
Beide albums zijn (deels) te beluisteren via Bandcamp en daar ook te koop:
