Anne-James Chaton & Andy Moore – Heretics: Tout Ce Que Je Sais (CD Recensie)

Halverwege vorig jaar besprak ik hier ‘Heretics’ van stemkunstenaar Anne-James Chaton en gitarist Andy Moor. Het betrof een bijzondere mijlpaal in de samenwerking van de twee musici, door de uitbreiding met Thurston Moore. Inmiddels ligt er een vervolg op dit album in de vorm van een registratie van een concert in Parijs, juni 2016, daterend van ruim een jaar na de registratie op de Dvd die bij ‘Heretics’ zat. Op dit album, wederom verschenen bij Unsounds, horen we echter alleen het duo Chaton – Moor. Als titel kreeg het de titel van één van de stukken mee: ‘Tout Ce Que Je Sais’

‘Heretics’ was niet alleen muzikaal de moeite waard, ook als set met een Cd, Dvd en boekwerk was het een prachtige uitgave. Dat is hier minder het geval, we krijgen louter een Cd. Maar als voortzetting van het origineel maakt dat niet uit. Sterker nog: de zes nummers die op ‘Tout Ce Que Je Sais’ staan, staan ook op ‘Heretics’. De teksten uit het boek zijn dus herbruikbaar. Wel dien je het Frans machtig te zijn, vertalingen staan er niet bij.

Wel hebben we een gitarist minder, Moor staat er nu alleen voor. Geen probleem natuurlijk, zijn spel is er spannend genoeg voor. De wat duistere, soms zelfs macabere sfeer van het origineel blijft geheel overeind. Chaton leest zijn teksten in opener ‘Casino Rabelasien’ met een licht staccato, maar vooral met de vereiste nadruk. In het titelstuk, ‘Tout ce que je sais’ somt Chaton op wat hij allemaal weet: zaken die te maken hebben met de macht van de kerk en de geschiedenis die dwarsliggers altijd veroordeeld heeft en doof en blind was voor alternatieve vormen van wetenschap en geloof. Korte zinnen, die allen beginnen met ‘que’ waarna een stelling volgt: “dat mensen dieren hebben gedood”; “dat de 73 veroordeelden werden geëxecuteerd”; “dat de heren de ketters moesten vervolgen”, enzovoort. Moor benadrukt iedere zin met zijn gitaaraanslagen. Door die voorgelezen opsommingen, door die terugkerende gitaaraanslagen, krijgt dit nummer iets monotoon, wat echter onverwacht goed werkt. Naar het einde toe laat Moor de intensiteit groeien, nemen zijn aanslagen het karakter van noise aan.

In ‘Le Songe de Ludwig’ valt vooral het gitaarspel van Moor op: intens en overrompelend. Dat valt vooral op omdat er verder in dit stuk niet veel gebeurt: Chaton leest voor, er is een rustig, gelijkmatig ritme. Iedere aanslag dreunt daardoor letterlijk na. Heel anders is de muziek in ‘Coquins coquettes et cocus’. Chaton leest ook hier voor, zingen doet hij nooit, maar er zit wel meer melodie in zijn stem. Verder is hier duidelijk sprake van een ritmische, zelfs wat gejaagde structuur. Experimentele rock mag hier gerust als etiket worden opgeplakt.

De enige Engelse tekst op dit album wordt niet voorgelezen door Chaton. ‘The Things That Belong To William’, het kwam reeds in de recensie bij ‘Heretics’ ter sprake, bevat een opname van William Burroughs die eerder verscheen op het album ‘Break Through in Grey Room’ uit 1965, als onderdeel van het stuk ‘Was in Combat with the Alien Mind-Screens’. Afsluiten met Burroughs, als voorbeeld van een hedendaagse ketter, het valt absoluut te verdedigen.

Bekijk hier live opnames van ‘Casino Rabelaisien’:

Het album is te beluisteren en te koop via Bandcamp:

Reacties zijn gesloten.